‘Jan Kees de Jager moet politiek leider worden’

Na alwéér een verkiezingsnederlaag begint de CDA-achterban zich te roeren. Een nieuwe politiek leider moet aan de verdeeldheid een eind maken, vindt althans partijprominent Jeroen Alting von Geusau.

Na de zoveelste collectieve schrobbering in de fractie vanwege een kritisch geluid, ditmaal daags na de Statenverkiezingen, houdt het dissidente CDA-duo Koppejan/Ferrier zich gedeisd. Verzoeken voor interviews wijzen ze af of sturen ze door naar medestanders als fractiegenoot Jack Biskop, voormalig Kamerlid Jan Schinkelshoek en oud-wethouder in Rotterdam Leonard Geluk. Maar die hebben het plots erg druk of branden hun vingers er liever niet aan.

Uiteindelijk stuiten we op Jeroen Alting von Geusau, hoofd externe relaties bij de NS en drie jaar geleden volop in de strijd om het partijvoorzitterschap van het CDA, toen hij de eer ten slotte moest overlaten aan Peter van Heeswijk. Die nederlaag heeft hem er niet van weerhouden zich nadrukkelijk te blijven bemoeien met zijn partij. Hij praat met fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma en is een trouw bezoeker van allerhande bijeenkomsten, waaronder het Slangenburg-beraad, een discussiegroep op LinkedIn van intussen enkele honderden bezorgde CDA’ers die – zoals Alting von Geusau het zegt – ‘in alle rust en vanuit liefde’ praten over hoe het nu verder moet met hun partij.

Alting von Geusau, zoon van de vermaarde hoogleraar internationaal recht die ten tijde van de kernrakettenkwestie de vredesbeweging ervan beschuldigde te zijn geïnfiltreerd door de Sovjet-Unie, wil op het CDA-congres van 2 april behalve over een partijvoorzitter ook snel duidelijkheid verkrijgen over het politiek leiderschap. Want het beeld op de verkiezingsavond van vier beteuterde CDA-kopstukken op een rij, zijnde Elco Brinkman, Maxime Verhagen, Liesbeth Spies en Sybrand van Haersma Buma, ervoer Alting von Geusau als een ‘regelrechte aanfluiting’. Treffender had de deernis van het CDA niet geïllustreerd kunnen worden. Alting von Geusau vindt dat grote haast gemaakt moet worden met de aanstelling van de politiek leider, en hij weet ook al wie de beste papieren heeft.


Maxime Verhagen in elk geval niet, hoewel CDA-minister van Defensie Hans Hillen afgelopen weekend in NRC Handelsblad die wens uitte. Maar Verhagen is vicepremier, die kun je toch moeilijk passeren?

Alting von Geusau: “Dat ligt in de rede, maar Maxime roept te veel weerstand op in de partij. Hij moet het zelf niet willen. De politiek leider van onze partij zou wat mij betreft een ander lid van het kabinet mogen zijn, en dan denk ik aan minister van Financiën Jan Kees de Jager.”

Is hij niet te pragmatisch en bestuurlijk ingesteld? Alting von Geusau ziet dat juist als een voordeel. “Jan Kees ligt erg goed in de partij. Dat hoor je om je heen, dat voel je. Hij is iemand die zich laat corrigeren. Dat is een belangrijke eigenschap voor een leider. Hij luistert, staat open voor andere dan zijn eigen geluiden. Hij verbindt mensen in plaats van dat hij zichzelf positioneert, zoals Hans Hillen. Daarmee zorg je voor verwijdering en uitsluiting. Jan Kees is onomstreden, heeft dat verfrissende, jeugdige elan en hij vertegenwoordigt een hele generatie jong talent die staat te springen om zijn opwachting te maken. Want vergeet één ding niet: het CDA mag dan dolende zijn, onze partij heeft een schat aan jong talent.”

De naam van de 57-jarige staatssecretaris Henk Bleker wordt ook genoemd, maar Alting von Geusau vindt dat hij ‘te graag wil’ en dat Bleker niet in staat is de gepolariseerde verhoudingen in de partij te beteugelen.

Maar goed, als de politiek leider dan eenmaal is benoemd, rest de vraag welke kant het CDA op moet. Maxime Verhagen en Hans Hillen zijn de exponenten van een conservatiever geluid, maar Alting von Geusau acht dat een heilloze weg. “Op de rechterflank is het momenteel overvol. Wat kunnen wij nog doen om ons te onderscheiden van PVV en VVD? Nog rechtser worden – nou, dan haken je laatste aanhangers ook af, hoor. Nee, die ‘C’ in onze naam staat voor christelijk-sociaal, niet voor conservatief. En al helemaal niet voor cigarettes, haha!” Het is een verwijzing naar Hans Hillen, die ooit lobbyde voor de tabaksindustrie.


Over het formuleren van een nieuwe boodschap is hij duidelijk. “Het kan toch niet zo zijn dat onze kinderen op school wel leren wat het Suikerfeest is, maar niet meer weten wat Pasen inhoudt? De discussie moet niet gaan over bedreiging van de islam, maar over erkenning en versterking van onze eigen cultuur, normen en waarden. Daarin heeft het CDA als christen-democratische middenpartij een cruciale rol. Wij behoren te verbinden wat dreigt te breken, en uit te dagen wat dreigt in te slapen.”

Frans van Deijl