Boekenweekgeschenk: De Snor wordt neergesabeld

Het is weer Boekenweek en bij de Boekenweek hoort natuurlijk het Boekenweekgeschenk. Kader Abdolah, gezegend met de beste snor in literair Nederland, viel deze keer de eer te beurt. Resultaat: De kraai. Het boekje valt niet in goede aarde bij de vaderlandse recensenten. “Kader Abdolah schrijft op het niveau van scholieren. Dat is helemaal niet erg, ware het niet dat de meeste lezers bij wie dit boekje terecht zal komen, niet tot de doelgroep behoren.”

Die quote hierboven komt uit Het Parool . Maar waar gaat het boek over? Welnu, en wij citeren de website van de Boekenweek: “Een makelaar in koffie, gevestigd aan de Lauriersgracht in Amsterdam, verdeelt zijn dag over zijn werk en zijn passie. Overdag staat hij in zijn winkeltje waar hij zowel Nederlanders als migranten ontmoet, ’s avonds schrijft hij verhalen die laten zien hoe hij als jongen in Perzië opgroeit. Door heden en verleden, realiteit en verbeelding, Perzië en Nederland met elkaar te verbinden, schept de schrijver een nieuwe realiteit. Met de kraai als objectieve getuige…

Maar wat zeggen de landelijke media?

Het taalgebruik deugt niet
“De tevredenheid waarmee de man constateert dat vele voormalige vluchtelingen in Amsterdam velerlei winkeltjes runnen, dat ze rap Nederlands leren en dat de vrouwen mooi of ‘twee keer zo mooi’ zijn, is hem van harte gegund. Wat onverlet laat dat zijn blikveld even beperkt is als zijn taalgebruik.” – Arjan Peters, de Volkskrant

De kraai is weeïg
“De allochtoon is in De kraai een dansende circusbeer; ze koken allemaal lekker en hun (brave) kinderen studeren hard. Dit weeïge multicultisprookje zal vele weldenkende hartjes verwarmen.” – Jeroen Vullings, Vrij Nederland

De citaten van dode schrijvers zijn misplaatst
“Wat hij niet doet is die teksten (noch die van Multatuli) werkelijk verbinden met zijn verhaal, dat zo blijft steken in een opeenvolging van anekdotes, citaten en nieuwe anekdotes. Daardoor maken ze vooral een behaagzieke indruk.” – Arjen Fortuin, NRC Handelsblad

Meer recensies vindt u op het literaire weblog Tzum. “Voor de lezers die het eerdere werk van Abdolah niet kennen, zal dit Boekenweekgeschenk geen fijne kennismaking zijn. Voortdurend heb je het gevoel dat Abdolah je iets duidelijk wil maken, je iets wil vertellen, maar je weet niet precies wat.”

Zelf oordelen? Dan nu – hup, hup – naar de betere boekwinkel. U krijgt het werkje wanneer u voor minimaal  12,50 euro aan boeken aanschaft. Tip: Undercover in de ouderenzorg van HP/De Tijd‘s Ivo van Woerden.

8 reacties op “Boekenweekgeschenk: De Snor wordt neergesabeld

  1. Aad van Rooijen

    Boeie.
    Het gaat erom dat we er zondag gratis mee in de trein mogen.

  2. Jack

    Haha! Dat is ene goeie, Van Rooijen

  3. Wimmel

    Ben op pagina 30 nu en ik vind de kritiek terecht. Veel bladiebla en het verhaal wil maar nioet op gang komen. Jammer, Kader, maar ik ga je boek niet uitlezen.

  4. BART

    Ben er mee gestopt, kleuternivo. Snorremans kwam als een ster uit zijn ordinaire witte stretchlimo gestapt…..flitslichten op het Leidscheplein. Dochters links en rechts. Links Nederland stond te huilen van trots. Kijk eens wie wij in het zonnetje zetten….een moslim- allochtoon met beschaving! Alleen de man is een ijdele, amateurschrijver met een mega-ego.

  5. Ricardo

    Misschien iets teveel naar het publiek van Wilders toegeschreven? Ik vind Abdolah teveel ‘over de kameel’ getild. Waar hij zich trouwens in goed gezelschap van de diverse Klunen bevindt. Geef mij maar de grote drie.

  6. wimie

    Deze ijdeltuit is net zo groot als zijn befsnor. Waarmee hij – zoals ik ‘s zelf heb kunnen zien – erg goed scoort bij hordes Nederlandse vrouwtjes van 40 tot 60. Die met nattig klapperende dijen hun Abdollah boekje komen laten signeren. Onleesbare pulp schrijft deze door z’n uitgever omhooggeknuffelde kletsmeier. Hij is een nep perzisch tapijt. Gruwelijk te zien hoevelen daar in trappen.

  7. Joop

    Deze man is teveel als beschaade knuffel allochtooen en moslim over het paard getilt

    Leuk dat mevr Groenteman het boek niet te lezen vond.

    Man kan na zoveel jaar in Nederland zich nog nauwelijks verstaanbaar maken zegt iets over zijhn niveau. Vraag mij daarom af of hij wel in het Nederlands schrijft of dat hij een anonime vertaler heeft.

  8. jamal

    ??? ?????? ? ??????? ?????? ?? ??? ?????? ???

  9. Drs.Ir.Rabin Gangadin, Ph.D

    Nederlanders moeten de handen in eigen boezem steken in plaats van met hun markt-prietpraat op een zogeheten knuffel allochtoon die over het paard getild is, af te geven. Lees hieronder hoe de Hollander compositie-technisch elkaar steekt:

    De uit Iran afkomstige en al twintig jaar in Nederland wonende schrijver, columnist en wat dies meer zij, Kader Abdollah die met recht gezien kan worden als een voorbeeld allochtoon heeft altijd onomwonden zijn intrinsieke respect en waardering betoond voor de Nederlands taal en de Nederlandse cultuur, hetgeen hem een keer niet in dank werd afgenomen door zijn Marokkaanse succesgenoot, Abdelkader Benali . Deze laatste versleet hem voor pluimstrijker en hielenlikker van de Nederlander. Abdollah verslond in de asielopvang boeken als Jip en Janneke, verdiepte zich in de Nederlandse taal, presteerde zich kritisch uit te laten over de moslim ( lees: Het Huis Van De Moskee ) en pendelde op deze voet verder. Zijn eerste boeken die via een Nederlandse uitgeverij het daglicht aanschouwden bezorgden Abdollah alleen maar meer roem. Hij werd onthaald als columnist door de Volkskrant, kreeg in plaats van een mega testimonium de titel doctorandus in de Nederlandse taal opgewreven zonder er ooit voor gestudeerd te hebben aan een universiteit en alsof deze academische brevettering niet voldoende was, werd hij in 2010 door de universiteit te Groningen nog eens gelauwerd met een eredoctoraat . Deze uiterst aardige man die met zijn uiterlijk, vooral vanwege zijn sneeuwschuiversnor gelijkenissen vertoont met Stalin, liet al die vereringen gelaten over zich heen komen en liet in zijn dankwoord diens eerbetoon aan Nederland in de volle vreugde dreunen en galmen.

    Iemand die Abdollah hoort praten waarbij hij gelijk een naar zuurstof happend hyperventilerend aquarium visje naar woorden snakt om vervolgens een armoedig zinnetje uit zijn strot(waar doorgaans een schietgebedje in pleegt te talmen)te kunnen wringen, zal zich afvragen of soms alle doctorandussen in de Nederlandse taal zo spreken. Abdollah’s welbespraaktheid doet erg “illegaal “aan zoals allochtonen in het algemeen plegen te prediceren. Zonder de kwade intentie Abdollah’s verworvenheden of beter gezegd , al wat hem ten faveure is gevallen, in diskrediet te brengen blijft één vraag mij bezighouden , n.l. wat voor signaal de Staat Der Nederlanden hiermee heeft willen afgeven aan andere allochtonen. Is dit een stille wenk dat iedere allochtoon die de Nederlandse taal en de Nederlandse cultuur in alle openheid adoreert en zijn eigen komaf verloochent en op de hak neemt, kan rekenen op een academische onderscheiding en een riante plek op een voetstuk ? Ik vrees dat dit bezijden de waarheid is omdat diverse Surinaamse auteurs met een Abdollah-achtige inborst die hetzelfde in de jaren zeventig geprobeerd hadden, keihard werden genegeerd en nooit voor vol werden aangezien. Zij werden door Nederlanders zelfs beticht van sociale collaboratie met het eigen gewin als oogmerk. De enige die even als een welkome Surinaamse bezienswaardigheid werd onthaald was de journalist Henry Cairo, die in een zuster-editie van de Telegraaf Surinamers een sneer uit de pan mocht geven ondanks het feit dat deze bevolkingsgroep nooit de top-tien behaalde op de ladder van criminaliteit, corruptie, fraude, openbare verstoring, het stellen van eisen aan de samenleving etc. Als je dit leest vraag je je af of de Nederlander soms aan een egocrisis lijdt. Waant men zich soms verloren in het eigen land ? Heeft men soms een identiteitsprobleem? Voelt de Nederlander zich soms verstoken van een medaille á la de hond Mutley in de gelijknamige cartoonfilm , komt men tekort aan een waardering of what ever. Ik wou graag de laatste zijn die dit over een Nederlander zou willen denken, vooral als ik lees dat wijlen de schrijver Simon Vestdijk het eigen volk qua inborst ooit neerzette als sanguinisch en stoïcijns.

    Opvallend is dat Surinaamse auteurs in Nederland in vergelijking tot hun collega’s met misschien toevallig een moslim achtergrond, het slechts gefaciliteerd zijn ondanks het feit dat zij de taal van de Nederlander reeds vanuit hun geboortegrond met zich mee-smokkelden en die in Nederland alleen
    maar hebben uitgebouwd en geperfectioneerd. Desalniettemin is het nog nooit een Surinaamse schrijver de eer te beurt gevallen het boeken-week-geschenk te mogen schrijven . Komt het doordat Surinamers niets te vertellen hebben , oninteressant overkomen en al dat wat men denkt te kunnen vertellen, inmiddels als bekend mag worden verondersteld ? Waar ligt het aan? Het antwoord op deze vragen laat zich enkel maar gissen maar dan op het gevaar af dat men al gissende helemaal op een dwaalspoor belandt. Negatie kent in Nederland geen symptomatische bestrijding omdat de oorsprong ervan uit de donkerste mentale spelonken ontspruit en zich daardoor niet gaarne laat determineren. Suriname is in 2005 zelfs als lid toegetreden tot de Nederlandse taalunie hetgeen bij de gemiddelde Nederlander van volstrekt geen enkele waarde en betekenis is. Surinaamse auteurs hebben meer dan eens de vraag moeten beantwoorden of zij hun eigen boeken echt wel zelf hebben geschreven. Het gaat hier niet om de vraag zelf maar om de verbazing welke men op deze wijze oplepelt. Ervan uitgaande dat wetenschappers en instanties als het Genootschap van de taal al vanaf 1983 van de hoge daken gillen dat de Nederlandse taalbeheersing onder autochtonen sterk achteruit aan het hollen is, is het buitengewoon genant wanneer de pot de ketel verwijt dat die zwart is. De uitbraak van de migratiegolf naar Nederland heeft zelfs de gemiddelde sukkel in Nederland het gevoel gegeven dat die zich op grond het ratjetoe, dat betrokkene pretendeert machtig te zijn, kan verheffen boven iedere willekeurige allochtoon. Als je een Nederlander vraagt welke prestatie en verworvenheid die denkt te kunnen ontlenen aan diens/dier vermeende eclatante taalbeheersing dan steekt die geroutineerd zijn wijsvinger uit naar het aantal allochtonen in zijn/haar woonomgeving dat volgens betrokkene het Nederlands nog slechter zou beheersen dan hij-/zijzelf. Dit is net zo iets als wanneer Iemand met een lichaamslengte van 1.50 meter zich tegenover een lilliputter een niet te evenaren reus zou wanen. Het blijft een raadsel welke maatstaven Nederland hanteert om haar engelen aan te wijzen en evenals degenen die wat haar betreft tot eeuwige miskenden mogen behoren.