Pensioen: verplicht onzeker

U vindt het ongelofelijk belangrijk, u weet dat u er iets aan moet doen, maar u doet het niet. Nee, ik heb het niet over uw gewicht of conditie – al gedraagt u zich op die punten hetzelfde – maar over uw pensioen. Met het inkomen voor later gaan we gemiddeld net zo om als met ons lijf: het maakt niet uit of we vandaag of morgen beginnen met sparen, sporten of lijnen. En dus besluiten we dat morgen vroeg genoeg is. Elke dag opnieuw.

Ik hou niet van opgelegde verplichtingen, maar er is een uitzondering: pensioensparen. Werkende Nederlanders ontkomen niet aan een bijdrage voor de AOW van ouderen, en het overgrote deel van de werknemers spaart verplicht voor z’n pensioen. En dat is goed. Niet alleen omdat de bijbehorende schaalvoordelen enorme kostenbesparingen (en dus hogere pensioenen) opleveren, maar vooral omdat der Mensch bijna niet in staat is zijn eigen oude dag te regelen. Kijk naar zelfstandigen, die massaal hun oude dag veronachtzamen. En zie landen als de Verenigde Staten, waar de overheid de groeiende groep mensen vreest die zonder spaarpot oud wordt of door slechte beleggingen terugvalt in armoede.

De verplichting om voor het pensioen te sparen, moet wat mij betreft dus blijven. Hoeveel er ook mis is met ons pensioenstelsel. Ja, het is waar dat pensioenbesturen (werkgevers en werknemers – wijzelf dus) evenals toezichthouders en politici de afgelopen decennia in blind opportunisme foute beslissingen namen. Maar wie daaraan de conclusie verbindt dat we het voortaan maar beter zelf kunnen doen, vergist zich.

Werkgevers en werknemers onderhandelen nu al maanden over een nieuw pensioenakkoord. Even leek het erop dat een akkoord nog in maart haalbaar was, maar er lijkt nu sprake te zijn van een juridische hobbel. Die heeft te maken met het belangrijkste punt waar de partners het over eens zijn geworden, namelijk dat er als het om pensioenen gaat, in de toekomst geen garanties meer zullen zijn.

Dat is heftig: nu al zijn de garanties voor wat je straks krijgt kleiner dan veel mensen denken, maar het idee is dus om ze helemaal te schrappen. Gek genoeg is dat terecht: garanties zijn duur (een uitkering garanderen betekent dat je voorzichtiger moet beleggen, waardoor de opbrengsten lager zijn) en de kosten ervan worden voor een onevenredig groot deel door jongere generaties gedragen. Afwentelen op bedrijven gaat om allerlei redenen ook niet meer.


Laten we er even van uitgaan dat het juridische probleem wordt opgelost. Dan ziet het er naar uit dat we verplicht blijven om voor ons pensioen te sparen, maar dat we zelf verantwoordelijk worden voor de zekerheden die we willen hebben. En dus moeten we toch echt meer aandacht aan ons pensioen gaan besteden. Niet morgen, maar nĂș.

Of eigenlijk gisteren al. Want wie er even induikt, zal zien dat hij al een tekort heeft doordat de meeste pensioenfondsen de aanspraken afgelopen jaren niet konden corrigeren voor inflatie. U kunt het vergelijken met een spaarrekening waarop u al jaren geen rente hebt gekregen. Bij het grootste fonds van Nederland, het ABP, bedraagt de achterstand nu zo’n zeven procent. En uit het strategisch beleggingsplan van het fonds blijkt dat de pensioenreus niet verwacht dit gat op korte termijn te kunnen dichten. Sterker nog, in het meest gunstige scenario komt een gemiddelde ambtenaar in 2023 nog steeds 7,4 procent tekort in zijn pensioenspaarpot. In het zwartste scenario gaat het om 38 procent. Anders gezegd: in het zwartste scenario komen ambtenaren die in 2023 met pensioen gaan ruim eenderde van hun inkomen tekort.

We blijven sparen voor ons pensioen, simpelweg omdat het moet. Maar tegenover die verplichting staan geen zekerheden. Wie van garanties houdt, zal in de toekomst echt zelf aan de slag moeten.

import esther van rijswijk