SF-thriller, iets uit koers

Hij schreef tien romans en 121 korte verhalen. Plus natuurlijk 36 sciencefictionboeken, en bij zijn dood bleek hij ook nog dozen vol ongepubliceerd materiaal te hebben nagelaten. Dat Philip K. Dick (1928-1982) een enthousiast consument van allerhande stimulerende (dan wel drogerende) middelen was, heeft zijn productie in ieder geval geen kwaad gedaan. Rijk is hij er nooit van geworden. Een schrijversleven lang had Dick moeite de eindjes aan elkaar te knopen. De ironie wil dat zijn grote doorbraak pas kwam in het jaar van zijn overlijden. Ridley Scott verfilmde in 1982 een van zijn korte verhalen onder de titel Blade Runner. Dat succes vormde de opmaat voor zijn herontdekking. Uiteenlopende filmmakers als Paul Verhoeven (Total Recall), Richard Linklater (A Scanner Darkly), Steven Spielberg (Minority Report) en John Woo (Paycheck) verfilmden zijn verhalen. Ook de makers van de Matrix-trilogie erkennen schatplichtig te zijn aan Dick.

Veel van zijn verhalen – dat geven ook bewonderaars toe – lijden aan dezelfde tekortkomingen. Pakkende titels waren niet zijn fort (ter illustratie: Blade Runner is gebaseerd op Do Androids Dream of Electric Sheep), en de aanloop van zijn verhalen is doorgaans sprankelender en spannender dan de afwikkeling.

Dat geldt ook voor The Adjustment Bureau, een bewerking van Dicks korte verhaal Adjustment Team. De film komt prima uit de startblokken, maar zakt daarna een beetje in, ook al omdat het verhaal een merkwaardige transformatie ondergaat. Bij aanvang lijken we te maken te hebben met een spannende sf-thriller, maar in het laatste half uur stevenen we af op een liefdesverhaal dat draait om de aloude vraag of hij en zij elkaar zullen krijgen.

En dan is er – vooral bij aanvang – ook nog sprake van een nadrukkelijke politieke lading, want de door Matt Damon vertolkte hoofdpersoon doet een gooi naar een zetel in de Amerikaanse Senaat. De scènes die zich rond zijn campagne afspelen, zijn ijzersterk. De speech waarin Damon opbiecht aan welke criteria de kleding van een kandidaat zoal moet voldoen (“Je schoenen mogen niet te veel glimmen, want dat komt arrogant over, maar ze moeten ook weer niet dof zijn, want dat oogt armoedig.”) biedt een mooi inkijkje in de wereld van de politieke mannetjesmakerij. Maar als de love interest (Emily Blunt) eenmaal ten tonele is verschenen, verschuift de politiek naar de achtergrond en maken we kennis met de sinistere organisatie uit de titel. De medewerkers van dit ‘bureau’ doen regelmatig ingrepen in de samenleving om de geschiedenis in juiste banen te leiden. Dwarsliggers en lastpakken krijgen zo nodig een nieuw geheugen geïmplanteerd. Dat is klassieke Philip K. Dick-kost. In diens verhalen draait het immers vaak over de vraag in hoeverre mensen ‘baas in eigen brein’ zijn. Blade Runner en Minority Report ontleenden er een aanzienlijk deel van hun spanning aan. In The Adjustment Bureau staat de thematiek echter vooral ten dienste van de romantiek, en dat overtuigt toch minder. De chemie tussen Damon en Blunt maakt veel goed – maar niet alles.


The Adjustment Bureau. Regie: George Nolf. Vanaf 24 maart in de bioscoop.

Erik Spaans