Zingende kok

De mooiste muziek heb je nog nooit gehoord, zeggen ze weleens. De kans dat je een aantal van de miljoenen albums die zijn opgenomen hebt gemist, en dat daar uitgerekend de plaat bij zit die jij mee naar het spreekwoordelijke onbewoonde eiland zou hebben genomen, is inderdaad erg groot. Maar het kan nog erger: muziek die je nooit hebt gehoord omdat de betreffende artiest om wat voor reden dan ook nooit de kans heeft gekregen om een plaat op te nemen. Charles Bradley was zo’n artiest. We schrijven ‘was’ omdat hij, op het nippertje, toch nog een klein meesterwerk mocht vastleggen.

Eigenlijk had No Time for Dreaming moeten verschijnen aan het eind van de jaren zestig, het decennium waarin Bradley als tiener een grote liefde voor James Brown en Wilson Pickett ontwikkelde. Hij koos echter voor een ‘echt vak’ en werkte zijn hele leven als kok. Zingen deed hij – voornamelijk covers in nachtclubs van bedenkelijk allooi – in de avonduren. In het nieuwe millennium werd hij eindelijk ontdekt door Daptone Records. Maar ook toen ging het nog bijna mis. Op een ochtend werd Bradley gewekt door revolverschoten: zijn neef had zijn broer doodgeschoten. Er werd besloten om dit verhaal, bij wijze van therapie, in muziek te vertellen en de twee singles die daaruit voortvloeiden, The World (is Going up in Flames) en Heartaches and Pains, vormden de basis voor het briljante No Time for Dreaming. Hartverscheurend mooie muziek die klinkt als een soul classic die veertig jaar lang opgesloten heeft gezeten in de kluizen van de tijd.

Ruud Meijer