‘Ik had het woord keurmerk nooit moeten gebruiken’

Zelden werd een proefballonnetje zo snel en massaal afgeschoten als dat van Martijn van Dam (PvdA) om een keurmerk te ontwikkelen voor de Publieke Omroep. VVD en D66 noemden het ‘een raar plan’. Tofik Dibi (GroenLinks) ging nog wat verder en plakte het etiket ‘typisch PvdA-paternalisme‘ op het idee.

Achteraf gezien vindt Martijn van Dam het vooral jammer dat het nu lijkt alsof hij zich van bovenaf heeft willen bemoeien met de Publieke Omroep. “Mensen die mij kennen, weten dat ik absoluut geen voorstander ben van mediacensuur. De overheid moet zich wel bezighouden met de Publieke Omroep in zijn geheel, maar over de inhoudelijk details hoort Den Haag niet te gaan.” Het PvdA-lid zegt voortaan dan ook voorzichtiger te zijn in het mediadebat: “Ik had het woord keurmerk natuurlijk nooit moeten gebruiken, dat associëren mensen toch met censuur. Verder was het in mijn positie natuurlijk niet heel slim om WNL als voorbeeld te gebruiken.”

Van Dam benadrukt dat hij vooral een discussie probeerde te starten over de toekomst van de Publieke Omroep. “We moeten kiezen of we terug willen naar de verzuiling en bekeringsjournalistiek uit de jaren vijftig, of dat we de zakelijke pluriforme lijn van de jaren negentig voortzetten.” Het gaat de PvdA’er hierbij vooral om verantwoording en transparantie: “De BBC zegt elk jaar: dit zijn onze kwaliteitseisen, hier mag je ons op afrekenen. Waarom doen we dat niet in Nederland? Het gaat toch om serieuze belastingcenten.”

Een goed begin is volgens het Tweede Kamerlid het openbaar maken van de kwaliteitskaart die de Publieke Omroep maakt om de eigen kwaliteit te meten. “Daarmee leggen de publieke omroepen geen verantwoording af aan de politiek, maar aan het eigen publiek. Laat maar eens zien wat het verschil is met de commerciële zenders en dan – net als in Engeland – een publiek debat daarover.”

Freek de Swart