Bianca Jagger

Sinds ze van de man scheidde wiens achternaam ze hield, zet voormalig jetset-icoon Bianca Jagger zich in voor mensenrechten. Deze week is ze in Nederland voor het Movies that Matter Festival. “Ik begreep al snel dat ik veel geduld en doorzettingsvermogen nodig zou hebben om geloofwaardig over te komen.’’  ?

Zeg Bianca Jagger, en onmiddellijk rijst het beeld op van de oogverblindende echtgenote van  Rolling Stone Mick Jagger, die gehuld in diep gedecolleteerde couture en doorkijkblouses haar nachten doorbracht in de legendarische nachtclub Studio 54, in het gezelschap van haar vrienden Andy Warhol en Truman Capote, babbelend met Liza Minelli en Jackie O.
Ze was een icoon in de jaren zeventig, en niemand had er gek van opgekeken als ze daar de rest van haar leven op die roem was blijven teren. Wonend in een adembenemend appartement in Parijs of New York, zo nu en dan een interview gevend over haar wilde jaren. Een boek schrijvend over haar leven met Mick dat haar miljoenen zou opleveren. Maar dat heeft ze niet gedaan.
In plaats daarvan reist ze de wereld rond als mensenrechtenactiviste. Er is haast geen brandende kwestie waarvoor Bianca Jagger zich niet heeft ingezet. De oorlog in Irak, de doodstraf, geweld tegen vrouwen, de aids-epidemie in Afrika, het kappen van het regenwoud, kinderprostitutie – met niet aflatende energie heeft ze er campagne tegen gevoerd. Deze week is ze in Nederland ter gelegenheid van het Movies that Matter Festival, het filmfestival van Amnesty International. Ze zit in de jury voor het programmaonderdeel ‘A Matter of ACT’, dat films over opmerkelijke mensenrechtenactivisten vertoont.
Je kunt Jagger natuurlijk afdoen als een soort Gretta Duisenberg, de zoveelste socialite die zich uit verveling of zucht naar publiciteit op een goed doel stort. Maar daarvoor is de lijst van misstanden waar Jagger haar aandacht op richt toch iets te imposant en houdt ze het te lang vol: al bijna dertig jaar. En eerlijk is eerlijk, de reizen die ze maakte naar conflictgebieden waren niet altijd zonder gevaar. Toen ze in 1981 met een Amerikaanse Congresdelegatie een vluchtelingenkamp in Honduras bezocht, stond ze plotseling oog in oog met een doodseskader uit El Salvador. En toen ze met een BBC-cameraploeg een reis naar Kosovo maakte voor een reportage over oorlogsmisdaden, werd ze bedreigd door Servische militairen.

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Renate van der Zee