Alexander Klöpping

Alexander Klöpping (Oss, 1987) is internetondernemer, columnist en regelmatige gast bij De Wereld Draait Door. Onlangs verscheen zijn boek WikiLeaks: Alles wat je niet mocht weten.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Ik voel me onuitgeslapen. Dat is de tol van het verschuiven van mijn leefritme naar de nacht, waarin ik mijn boek heb geschreven. Van half zes ’s ochtends tot één uur ’s middags slapen, en daar tussenin schrijven. Als je daarbij veel Club-Mate drinkt, een Duits energiedrankje dat populair is bij hackers, zorgt dat voor een heel andere gemoedstoestand.

Wie zijn uw helden?

Van mijn moeder vind ik het cool dat ze besloot om haar marketingbaan op te geven en met probleemgezinnen te gaan werken. Op professioneel vlak zijn Joris Luyendijk en Jort Kelder helden. Ook types als John de Mol of Derk Sauer vind ik mooi.

Aan wie ergert u zich?

Mensen die niet nieuwsgierig zijn en hun wereld expres heel klein houden door niet te reizen en geen mensen te willen leren kennen die anders zijn dan zijzelf.

Lijkt u op uw moeder?

Heel erg. We hebben allebei een groot empathisch vermogen en kunnen een situatie altijd goed van verschillende kanten bekijken.

Wat is uw grootste angst?

Gemiddeld zijn. Als ik mezelf op een zeker moment zo zou betitelen, is er ergens iets goed misgegaan.

Wat zijn uw dagdromen?

Ooit een eigen nieuwszender hebben. Vooral in verkiezingstijd lijkt me dat fantastisch, want ik ben een grote verkiezingscampagnejunk.

Bent u aantrekkelijk?

Vroeger had ik een minderwaardigheidscomplex, maar dat is op de middelbare school omgeslagen. Ik merk dat mijn zelfverzekerdheid aantrekkelijk gevonden wordt. Ik ben behoorlijk arrogant, maar dat is deels een pose. Uiteindelijk ben ik nog steeds een wat onhandige nerd.

Bent u monogaam?


Ja.

Wat is uw definitie van geluk?

In een stijgende lijn zitten en voelen dat er nog veel meer te halen is.

Waar schaamt u zich voor?

Vorig jaar kreeg ik opeens veel media-aandacht en zat ik vaak in De Wereld Draait Door. Ik kan me daarin laten meeslepen en mezelf belangrijker vinden dan ik ben. Achteraf schaam ik me als ik niet snel genoeg heb beseft hoe vluchtig die aandacht eigenlijk is.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

Het komt thuis natuurlijk weleens voor, maar dat vind ik te privé.

Lijkt u op uw vrienden?

We kunnen eindeloos met elkaar praten over rare onderwerpen, zoals de politieke campagne van de Amerikaan Rahm Emanuel of leadertunes van actualiteitenrubrieken van de laatste veertig jaar. We zijn allemaal nerds, intelligent, ambitieus en vooral erg cynisch.

Wat is uw dierbaarste bezit?

Veel materiële zaken zijn me heel dierbaar. Op één staat mijn MacBook Pro.

Als u iets aan uzelf zou kunnen veranderen, wat zou dat dan zijn?

Meer discipline hebben en me minder snel vervelen. Het is leuk om veel uiteenlopende dingen te doen, maar daardoor neem ik nooit de tijd om iets grondig uit te diepen. Ik ben een generalist.

Wie is uw grootste liefde?

Mijn vriendin, met wie ik nu drieënhalf jaar samen ben.

Hoe moedig bent u?

Ik vind mezelf best moedig. Ik zou niet in een Chinook naar Uruzgan stappen, maar ik schrijf wel een boek zonder ooit te hebben leren schrijven. Dat is voor mij een behoorlijke sprong in het diepe.

Van wie heeft u het meest geleerd?


Van mijn ouders en mijn vrienden. Ik leer zowel van de manier waarop ze de telefoon opnemen als van hoe zij omgaan met dood en verderf.

Wanneer was u het gelukkigst?

Anderhalf jaar geleden, toen ik met mijn vriendin in Japan was.

Welke eigenschap waardeert u in een man?

Niet te veel zeiken over dingen, maar gewoon dóen. Analytisch sterk zijn.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?

Empathisch vermogen en bereid zijn om de boodschappen te doen.

Hoe ontspant u zich?

Door domme televisieprogramma’s te kijken, zoals realityshows op MTV of De Rijdende Rechter, waarin mensen zich vreselijk druk maken over zaken als het recht van overpad.

Wat is uw grootste prestatie?

Ik ben erg beschermd opgevoed. Het was daarom een prestatie dat ik op mijn achttiende in mijn eentje naar Amerika durfde gaan. Daar heb ik een jaar op twee universiteiten gezeten. Ik heb er echt iets moois van gemaakt en leuke mensen ontmoet.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?

Ik ken geen wrok en vind iedereen na verloop van tijd wel weer lief. Tegen mensen die ik vervelend en irritant vind, kan ik nog steeds aardig doen.

Wat is uw grootste mislukking?

Dat ik mijn school nog steeds niet af heb gemaakt. Ik ben vijf jaar bezig met mijn bachelor Media en cultuur. Ik moet nog een paar vakken, maar tentamens maken zit gewoon niet meer in mijn systeem.

Gelooft u in God?

Nee.

Wat is de beste plek om te wonen?

San Francisco. De ondernemerscultuur daar zou me prikkelen om het beste uit mezelf te halen.

Hoe is ongeluk te vermijden?


Dat vraag je aan iemand van 24 jaar? Daarvoor heb ik nog echt te weinig meegemaakt.

Wat is uw devies?

Het kan altijd mooier, groter, meeslepender en kapot.

Volgende week: Suzanna Jansen

Ernest Marx, foto Jos Lammers