Een eerste slag in de lucht

Ineens vloog het vliegverbod tegen Libië dat er niet leek te komen dan toch. Dagenlang was er in de internationale vergadercircuits over gesproken, wat de troepen van kolonel Kadhafi de kans gaf om verloren gebied terug te winnen en zelfs een opmars te beginnen tegen Benghazi, de tweede stad van Libië, waar de opstand tegen zijn bewind was begonnen. Dat de internationale gemeenschap in actie is gekomen, was onvermijdelijk. Het Westen zou na alle lippendienst aan de ‘Arabische lente’ totaal ongeloofwaardig zijn geworden als het Kadhafi als een dolleman zijn gang had laten gaan. Maar de enige die intuïtief begreep dat er ‘iets’ moest gebeuren, was de Franse ‘hyperpresident’ Nicolas Sarkozy, die eerder in Tunesië nog achter de feiten aan had gelopen. Nu erkende hij meteen de opstandelingen als enige vertegenwoordigers van het Libische volk, zonder te weten wie dat zijn en zonder ruggespraak met de bondgenoten.

Ging Sarkozy te snel? Je kunt beter zeggen dat de rest te lang aarzelde – Barack Obama voorop, die geen zin heeft in nog een Amerikaanse oorlog in een moslimland en de Europeanen het voortouw wil laten nemen. Maar Europa is als vanouds naar binnen gericht (de europerikelen staan voorop) en verdeeld. Het Franse optreden herinnert aan de Alleingang waarmee Duitsland in 1991 Slovenië en Kroatië wilde erkennen, met dit verschil dat deze achtertuin een woestijn is en er nu geen illusies bestaan dat Europa dit varkentje wel even gaat wassen. Maar waar Angela Merkel instinctief op de rem trapt en door alle goede geesten verlaten lijkt (zie de paniekerige stillegging van kerncentrales na de rampen in Japan), grijpen andere Europese leiders elkaar vast. De Duitse fall-out is zorgwekkend. Van Merkel, anders zo berekenend en verstandig, mag worden verwacht dat zij haar hoofd koel houdt, al moeten we ook niet te snel de parallel te trekken met Gerhard Schröder, die de Amerikaanse invasieplannen voor Irak doelbewust trachtte te frustreren. Van doelbewustheid is nu geen sprake, niet bij de Duitsers, en niet bij de rest.

Kadhafi is nog het kleinste probleem. Net als Saddam Hussein is hij het kwaad dat uit de weg moet worden geruimd (al moet dat nog wel gebeuren), maar meer nog dan bij Irak – een inval waaraan maanden voorbereiding voorafgingen – is er voor Libië geen plan B, en misschien zelfs geen plan A. Alles gebeurt op de tast, weliswaar met instemming van de Arabische Liga en de VN, maar zonder enig idee hoe het straks verder moet. Dat vonden de critici van de Irak-oorlog juist zo fout. Zelfs het vliegverbod is een slag in de lucht, een eerste stap om Kadhafi te stoppen, maar geen garantie dat hij op de grond ophoudt met moorden. De ervaring uit Irak en Bosnië leert dat vliegverboden vanwege hun gebrekkige effectiviteit in later stadium tot verder ingrijpen leiden. Altijd is er het gevaar van mission creep, maar altijd blijkt ook dat nietsdoen geen optie is. Het eerste slachtoffer van het vliegverbod is het idee dat het Westen na Afghanistan en Irak nooit meer in een moslimland zou ingrijpen. En ondanks het feit dat Obama geen Bush wilde zijn, is ook het idee van regime change weer terug.


Niet helemaal overigens, want met de komst van Saudische troepen in Bahrein, bedoeld om het zittende bewind tegen een opstandige bevolking te helpen, stemt Amerika stilzwijgend in. Kadhafi, drie jaar terug nog met alle egards door Sarkozy ontvangen, is te grillig en aanstootgevend om nog de hand boven het hoofd te houden. Maar de Amerikaanse prioriteiten liggen aan de Golf, waar de Arabische vorstenhuizen overeind moeten blijven en Iran niet van de onrust mag profiteren. Ook Israël, dat weer Hamas-raketten afgevuurd zag worden, zit na Egypte niet op nog meer regime change te wachten. Turkije, de nieuwe ster in de regio, doet in Libië niet mee. En je moet historisch naïef zijn om te denken dat Fransen, Britten én Italianen met hun reputatie in Noord-Afrika tot succesvolle coöperatie zullen komen. Maar ze0 zijn ertoe verplicht.

import dirk jan van baar