De lange weg naar het homohuwelijk

Op 1 april 2001 had Nederland de wereldprimeur toen in Amsterdam vier homostellen trouwden. Mies Bouwman, Boris Dittrich, Job Cohen en andere hoofdrolspelers vertellen. Plus: Ivo is de bruid.

“Stond ik aan de bakermat van het homohuwelijk?” De stem van Mies Bouwman klinkt oprecht verbaasd en opvallend helder door de telefoon. Normaal geeft de grande dame van de Nederlandse televisie geen interviews, maar voor deze ene keer wil ze een uitzondering maken, al moet ze zelf eerst nog overtuigd worden van haar rol.
Het zit zo: toen in 1977 de Amerikaanse zeer gelovige zangeres Anita Bryant in Florida actie voerde tégen elke vorm van homotolerantie, werd in Nederland juist een protestconcert georganiseerd onder de naam ‘Miami Nightmare’. Henk Krol was een van de organisatoren en belde Mies met het verzoek of ze de avond wilde presenteren. “Die enge Bryant predikte haat tegen homo’s in Amerika,” zegt Bouwman. “Er waren afschuwelijke verhalen van homo’s die zelfmoord pleegden.”

De toezegging van de populaire Bouwman zorgde ervoor dat artiesten in de rij stonden om acte de présence te geven, onder wie de Zangeres Zonder Naam, Pia Beck en Robert Long. De avond werd een daverend succes. “Ik heb daarna een hoop post gekregen,” zegt Bouwman. “In die tijd vonden sommige mensen homo’s walgelijk. Ik dacht alleen maar: waar zijn we mee bezig? Gelukkig is er nu meer vrijheid.”
Krol en de zijnen konden van de recette twee advertenties betalen in grote Amerikaanse kranten, waarin ze het Nederlandse antwoord op de Bryant-campagne konden verduidelijken.

Van de overgebleven 7700 gulden werd de Stichting Gelijke Relatierechten opgericht, die zich tot doel stelde om voor homo’s en lesbiennes een rechtsgeldige relatiebezegeling mogelijk te maken, vergelijkbaar met het bestaande burgerlijk huwelijk. Later ging deze stichting op in Stichting Vrienden van de Gay Krant, die actie bleef voeren voor openstelling van het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht. Door uw medewerking, mevrouw Bouwman, stond u aan de bakermat van het homohuwelijk. “Het is me wat,” zegt ze. “Zolang de ellende maar ophoudt.”

Toen een jonge Boris Dittrich in Zuid-Afrika deel uitmaakte van de antiapartheidbeweging, had hij contact met jurist Edwin Cameron. We schrijven 1987. “We zaten met een groep mensen bij Cameron thuis,” zegt Dittrich telefonisch vanuit zijn kantoor in New York, waar hij nu directeur is van het Lesbian, Gay, Bisexual and Transgender Program van Human Rights Watch. “Hij zette toen een boom op over de juridische aspecten aan het mogelijk maken van een huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht. Toen besefte ik dat het heel idioot is dat we zomaar accepteerden dat er niet getrouwd mocht worden. Een huwelijk schept rechten en plichten, en je moet de keuze hebben om die wel of niet aan te gaan.”

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Ivo van Woerden