Het CDA en de marketing

De christen-democraten zoeken naarstig naar een antwoord op de taal van de straat.

Wij gaan naar de Tilburg University, zoals de instelling zich tegenwoordig laat noemen, om Jack de Vries te zien. Hij is een van de sprekers op een symposium over de zegeningen van het populisme. Want die schijnen er, naast alle bedenkingen, wel degelijk te zijn. Het populisme is een ‘wake up call’ geweest voor ‘verwend Nederland’, zegt De Vries, die de toehoorders vervolgens uitlegt dat populisme vooral een stijl van politiek bedrijven is waarbij het gaat om marketing. Elke politieke partij hoort een merk te zijn, dan wel zich ergens mee te afficheren. De VVD is Coca Cola, want ‘dat drink je om erbij te willen horen’, de PvdA is heel erg IKEA: ‘betaalbare spulletjes maar de klanten laten het tegenwoordig een beetje afweten’, en bij het CDA denkt Jack de Vries direct aan het automerk Volvo: ‘niet erg sexy misschien, maar zeer betrouwbaar’.
Bestuurskundige Paul Frissen kan zijn ergernis amper onderdrukken. Wat nou marketing? Het populisme bedient zich van een zijns inziens ronduit verderfelijke strategie van ‘beledigen’, van het spreken van ‘de taal van de straat’. Terwijl de strijd tussen politieke opvattingen juist ‘vreedzaam’ moet worden gevoerd, in het perspectief van de ‘onmogelijkheid en onwenselijkheid’ deze strijd te beslechten. Bemiddeling en distantie zijn dan nodig tussen de politieke macht en de samenleving. De kloof tussen overheid en burger moet dus niet worden gedicht, maar juist vergroot.
Marco Pastors van Leefbaar Rotterdam vindt het maar een ‘elitair en vervreemdend’ betoog. Zien jullie het dan niet, roept hij richting Frissen en zijn denkbeeldige aanhangers, en hij geeft het voorbeeld van de weigerachtigheid onder rechters om streng te straffen, want dat zou de criminaliteitscijfers immers toch niet omlaag brengen. Maar nooit kunnen die rechters Pastors de wetenschappelijke onderbouwing van die bewering laten zien. En weet het publiek waarom? Nou, omdat er helemaal geen onderbouwing bestaat. Paul Frissen werpt daar tegenin dat er nergens ter wereld zo streng wordt gestraft als in Rusland, maar dat dat geen enkel effect heeft op de enorme criminaliteit. Dus wat kletst Pastors dan? Pastors krijgt steun van een ander forumlid, emeritus hoogleraar Rinus van Schendelen. “Paul, zo discussieer jij nou altijd. Jij geeft nooit definities.” Het komt erop neer dat het voorbeeld van Rusland volgens Van Schendelen oneigenlijk is, want het dictatoriale Rusland valt volstrekt niet te vergelijken met ons land.
Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Frans van Deijl