Hoe homovriendelijk is Nederland?

Hoe kijken we in Nederland tegen homo’s en lesbiennes aan? Maurice de Hond deed voor HP/De Tijd onderzoek naar de tolerantie. De cijfers stellen gerust: homoseksualiteit is breed geaccepteerd, al hoeven we Amsterdam niet per se terug als roze hoofdstad en voelen homo’s zich steeds minder veilig.

Stelt u zich de volgende bordesscène voor: kroonprins Willem-Alexander schraapt zijn keel, wriemelt zenuwachtig aan zijn colbertjasje en zegt onder het oog van snorrende camera’s dat hij iets moet opbiechten dat hij al té lang verborgen heeft gehouden: hij wordt de eerste homoseksuele koning van Nederland. Is dat dan een probleem? Welnee, 83 procent van de Nederlanders zou zijn geaardheid niet als obstakel zien. Mocht minister-president Mark Rutte – wellicht aangewakkerd door de bekentenis van Willem-Alexander – melden dat hij niet op zoek is naar een first lady, maar naar een first husband, doen we daar eveneens niet moeilijk over. Slechts 14 procent van de Nederlanders zou dat een probleem vinden. Trouwen? 86 procent van de Nederlanders vindt het prima dat homo’s en lesbo’s met elkaar in het huwelijk kunnen treden, en liefst 71 procent vindt dat zij ook kinderen moeten kunnen adopteren.
Kortom: homoseksualiteit is in Nederland alom geaccepteerd, blijkt uit onderzoek van Maurice de Hond, dat hij speciaal voor HP/De Tijd deed. Hij ondervroeg 2000 mensen naar hun opvattingen over homoseksualiteit. “Als je hetzelfde onderzoek twintig of dertig jaar geleden had gedaan, dan had je niet dit soort positieve cijfers gezien,” zegt De Hond.
Op de vraag ‘Denkt u dat homoseksualiteit is aangeboren?’ antwoordt 70 procent van wel, 13 procent weet het niet en 17 procent denkt van niet. Zelfs onder homoseksuelen is niet iedereen het daar over eens. De Hond deed een vergelijkend onderzoek onder 500 homoseksuelen. 4 procent van de homomannen en lesbische vrouwen denkt niet dat het aangeboren is. Respectievelijk 7 procent en 10 procent wisten het niet zeker.
Openlijke vertoning van affectie wordt van homoseksuelen aanstootgevender gevonden dan bij heteroseksuelen. Als een man en vrouw op straat zoenen, vindt een kwart van de Nederlanders dat storend. Als twee vrouwen zoenen, heeft een derde daar problemen mee. En als twee mannen zich niet in kunnen houden, stoort 45 procent zich daaraan.
Overigens, homoseksuelen vinden dat zelf ook niet altijd even prettig om te zien. “Ze zijn er iets vrijer over in hun gedachten, maar het is toch nog een redelijke groep,” zegt De Hond. Een vijfde van de homomannen die andere mannen zien zoenen, vindt dat aanstootgevend. Al vinden ze dat van een man en een vrouw nog vervelender (27 procent). Lesbische vrouwen vinden grappig genoeg andere kussende lesbiennes iets moeilijker om naar te kijken dan een kussend heterostel (28 procent tegenover 25 procent).

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Pauline Bijster en Ivo van Woerden