De Arabische Liga mag het zeggen

Westerse luchtaanvallen hebben de situatie in Libië volledig veranderd. De vraag is: wat nu? Het Westen doet er verstandig aan zijn militaire betrokkenheid zo snel mogelijk af te bouwen.

De wind van verandering die in het Midden-Oosten waait, leek de Libische kolonel Kadhafi weg te blazen, zoals eerder de dictators Ben Ali van Tunesië en Mubarak van Egypte. Maar Kadhafi is meedogenlozer dan die twee, en de opstandelingen bleken geen partij voor zijn troepen. Die stonden al gauw voor de poorten van Benghazi, het centrum van de opstand. Kadhafi kondigde een bloedige afrekening aan.

Het Westen – getraumatiseerd omdat het werkeloos toezag bij moordpartijen in Srebrenica en Rwanda, maar dat ook de weerbarstige realiteit in Irak en Afghanistan heeft geproefd – aarzelde met ingrijpen. Dat gold vooral voor de Amerikanen, die al in die twee oorlogen verwikkeld waren. Maar zonder hen kan Europa weinig uitrichten.

Verrassend genoeg gaf de Arabische Liga het beslissende zetje door de Veiligheidsraad eensgezind te vragen in te grijpen. Daar lagen de Chinezen en Russen al even verrassend niet dwars, en Resolutie 1973 werd aangenomen. Daarin staat dat alle noodzakelijke maatregelen zijn toegestaan om de Libische bevolking te beschermen tegen Kadhafi. En zie: in een oogwenk hadden de Amerikanen, Britten en Fransen de Libische luchtmacht en de luchtafweer uitgeschakeld en Kadhafi’s troepen bij Benghazi weggejaagd.

De resolutie bepaalt dat Libië niet bezet mag worden, maar definieert niet wat ‘noodzakelijke maatregelen’ precies behelzen. Daar kun je lang en breed over discussiëren, en dat gebeurt dan ook – laat dat maar aan de ‘internationale gemeenschap’ over. Maar tot vreugde van de opstandelingen gebeurde er ondertússen ook een heleboel. Gesteund door westerse luchtaanvallen op de tanks en buitgemaakte zware wapens van Kadhafi her- en veroverden de opstandelingen veel terrein.


Echter, de weerstand tegen het buitenlandse ingrijpen groeide gaandeweg. De Chinezen en Russen bromden dat de coalitie te veel geweld gebruikt. Ook de Arabische Liga is niet meer zo enthousiast. Weliswaar helpen Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten bij het handhaven van het vliegverbod en het wapenembargo, maar grote landen als Egypte en Saudi-Arabië doen niet mee. Voorts kwam er vanuit de Afrikaanse Unie openlijke kritiek op het ingrijpen van het Westen bij monde van de presidenten Touré van Mali en Mugabe van Zimbabwe.

Deze toegenomen weerstand is begrijpelijk, want door Kadhafi’s grondtroepen aan te vallen, treedt de coalitie feitelijk op als de luchtmacht van de opstandelingen. Als die daardoor in staat zijn om Kadhafi te verdrijven, is er sprake van door het Westen bewerkstelligde regime change.

Dat ligt na Irak erg gevoelig.

Nu – net op tijd – is voorkomen dat Kadhafi weer de baas wordt in heel Libië, is het zaak om eens te bekijken wie die opstandelingen eigenlijk zijn. We krijgen beelden voorgeschoteld van enthousiaste, moedige jongeren die de verstikkende dictatuur van Kadhafi zat zijn. Zij denken modern en willen dezelfde vrijheid als hun leeftijdsgenoten in het Westen. Althans, dat wordt gesuggereerd.

Maar dat is niet het complete beeld. Amerikaanse bronnen beweren dat de voorbije jaren uit het oosten van Libië nogal wat fundamentalisten naar Irak en Afghanistan zijn getrokken om daar aan de zijde van de opstandelingen in die landen te vechten. Naar verluidt zijn die fundamentalisten inmiddels teruggekeerd, en hebben ze geestverwanten uit andere landen meegenomen. De fundamentalisten hopen een streng-islamitische staat in Libië te vestigen.


Voorts was het hoofd van de Overgangsraad in Benghazi, Mustafa Jalal, voordat hij overliep naar de opstandelingen minister van Justitie onder Kadhafi. Generaal Abdul Fatah Younis leidt het leger van de rebellen, maar hij was eerder Kadhafi’s minister van Binnenlandse Zaken. Ook andere voormannen van de Overgangsraad dienden eerder het regime in Tripoli. Aan het democratisch gehalte van deze mensen mag dus met recht worden getwijfeld.

Kortom: het is nog maar de vraag of de Overgangsraad het gedroomde alternatief is voor Kadhafi.

De situatie in Libië was op de dag dat dit blad ter perse ging, afgelopen maandag, nog erg diffuus. Er waren grofweg twee scenario’s denkbaar. Eén: de rebellen stoten door naar Tripoli. Twee: er komt een wapenstilstand, die leidt tot een patstelling. Een patstelling die weken, zo niet maanden kan duren.

Bij zo’n patstelling is het in theorie mogelijk dat de opstandelingen genoegen nemen met een eigen staat in het oosten van Libië. Daar bevindt zich de meeste olie, en de opbrengsten daarvan hoeven dan niet meer te worden gedeeld met de rest van Libië. Zondag meldden de rebellen al dat ze een handelsovereenkomst met Qatar hebben gesloten. Qatar heeft de overgangsregering inmiddels erkend.

Als Libië in tweeën zou worden gesplitst, valt na Sudan opnieuw een Afrikaanse staat uiteen. Dat is een brisante kwestie in Afrika. De grenzen daar werden door de koloniale machthebbers destijds vrij willekeurig getrokken, en dat heeft geleid tot multi-etnische landen. Tal van burgeroorlogen waren het gevolg.

De Afrikaanse leiders willen onder geen beding morrelen aan de grenzen, want dat opent de doos van Pandora; er ontstaan dan ongetwijfeld nog veel méér burgeroorlogen – vooral om de kostbare grondstoffen die het Afrikaanse continent rijk is. De stichting van een ‘Oost-Libië’ kan het verbrokkelen van andere landen een impuls geven.


Een ander belangrijk aspect van de Libië-crisis vormen de vluchtelingen. De Europese landen vrezen terecht een enorme vluchtelingenstroom richting de EU. Ook andere Afrikanen kunnen hun kans schoon zien om via Libië naar Europa te trekken. Kadhafi dreigde al eens van Europa een ‘zwart continent’ te maken.

Heikele vragen dienen zich aan. Moet Europa op slot? Moeten we de eerste immigranten toelaten als we weten dat de stroom immigranten daarna pas echt aanzwelt? Moeten de immigranten eerlijk over Europa worden verdeeld, of worden zij het probleem van Italië, de plaats waar de meesten de EU binnenkomen?

Europa is nu al tot op het bot verdeeld over het ingrijpen in Libië. Eensgezindheid over de omgang met stromen immigranten is evenmin waarschijnlijk.

Hoe nu verder? Het Westen wordt vanwege zijn koloniale verleden en het ingrijpen in Irak en Afghanistan gewantrouwd door de Arabieren en de Afrikanen. Het is daarom zaak dat wantrouwen niet verder aan te wakkeren. Binnen de kortste keren worden de coalitie en NAVO dan het probleem in plaats van de oplossing.

Het is het beste om de Libische burgers vanuit de lucht te blijven beschermen, en tegelijk humanitaire hulp te verlenen en onderhandelingen tussen de strijdende partijen te bevorderen.

Maar het Westen hoeft niet voorop te blijven lopen. Sterker: het doet er verstandig aan zijn militaire betrokkenheid zo snel mogelijk af te bouwen. De Arabische Liga, die het Westen nota bene zelf opriep om in te grijpen, stond al gauw klaar met kritiek op dat ingrijpen. Nu mag de Arabische Liga eens laten zien hoe het volgens haar wél moet.


Nieuwe brandhaarden dienen zich aan: Jemen, Syrië. Het Westen is niet de politieagent van de Arabische c.q. de hele wereld.

De auteur is generaal-majoor buiten dienst.

A.J. van Vuren