Machinerock

De Staat, Machinery, 4 sterren.

Wie De Staat ooit live heeft horen spelen, weet dat de band op het podium functioneert als een goed geoliede machine. Niet zo’n modern hightechapparaat, maar een meedogenloos metalen monster vol megatandwielen dat dateert uit de vroegste dagen van de industriële revolutie. Mooie titel dus, Machinery, voor de opvolger van het bejubelde debuutalbum Wait for Evolution.

In januari 2009 was de oudejaarsavondkater nog maar net weggetrokken toen de Nederlandse rockscene stevig door elkaar werd geschud door een – zoals het cliché luidt – ‘on-Nederlands goede’ band. En als het album al dwars, eigenzinnig, eclectisch en tomeloos energiek was, stookte De Staat de machine op het podium nog eens heftig vlammend op. De band heeft, heel verstandig, even de tijd genomen om met het tweede album te komen. Waar op Wait for Evolution nog duidelijk te horen was dat de muziek eigenlijk afkomstig was van een soloproject van zanger-gitarist Torre Florim, is Machinery veel meer een volwaardig groepsalbum geworden. De productie als geheel is van zo’n hoog niveau dat je bij het opzetten van de cd als het ware een liveband in huis haalt. ‘Queens of the Stone Age meets Steve Reich’ is een omschrijving die hun sound misschien het best vangt. Vandaar dat de muziek van De Staat in een stuk als Serial Killer opschuift richting King Crimson met Adrian Belew. Bloed, zweet en andere lichaamssappen vermengd met mathematische patronen: het is een ongebruikelijk, maar onweerstaanbare combinatie.

Ruud Meijer