Mensen die komen en gaan

Goede filmmakers hebben weinig tijd nodig om hun personages te introduceren. De openingsscène van Barney’s Version is een mooi voorbeeld. We zien een goeddeels lege whiskyfles, een stuk of wat sigarenpeuken en een hand die naar de telefoon reikt. In het holst van de nacht meent een man zijn ex-vrouw te moeten bellen. Hij krijgt haar echtgenoot aan de lijn en begint die prompt te treiteren. Hij vraagt zich hardop af wat hij toch moet doen met alle naaktfoto’s die hij nog van zijn ex-vrouw heeft. “Misschien moet ik ze aan jou geven. Kun je tenminste zien hoe ze er in betere tijden uitzag.”

De film is amper een minuut onderweg en we zijn al aardig wat te weten gekomen over het titelpersonage. Barney Panofsky (Paul Giamatti) verdient in Montréal de kost als producent van een platvloerse televisieserie. Gevoel voor humor kan Barney niet worden ontzegd. Jammer genoeg heeft hij zich in de loop der jaren steeds meer toegelegd op sarcasme. De kijker heeft niettemin snel in de gaten dat achter dat botte en cynische exterieur een gevoelige ziel schuilgaat: een man die zichzelf verwijt de liefde van zijn leven te hebben verspeeld.

Hoe het allemaal zo gekomen is, krijgen we in een lange reeks flashbacks te zien. Die voeren terug naar een vrijgevochten bestaan als bohémien in Rome, gevolgd door een voorspoedige carrière in Canada die resulteert in een eigen productiebedrijf (met de veelzeggende naam Totally Unnecessary Productions). Het onderhouden van vriendschappen en relaties gaat Barney minder gemakkelijk af en dus komen er drie huwelijken en een eindeloze stoet vrienden voorbij getrokken. De relatie met zijn vader (Dustin Hoffman) vormt een aparte verhaallijn en verder wordt er veel tijd uitgetrokken om een beeld te schetsen van het joodse milieu in Canada in de jaren zestig en zeventig.

En dan is er ook nog een thrillerachtig subplotje over een vriend (Scott Speedman) die onder raadselachtige omstandigheden is verdwenen. Barney lijkt daar meer van te weten – tot ongenoegen van een rechercheur die zich in de zaak heeft vastgebeten en hem van moord verdenkt. Aan regisseur Richard J. Lewis de lastige taak de veelheid aan verhaallijnen, subplots en personages op de rails te houden. Dat is niet helemáál gelukt. Barney’s Version is gebaseerd op de gelijknamige roman van Mordecai Richler (in Nederland uitgebracht onder de titel De bekentenissen van Barney) en het lukt de makers maar mondjesmaat zich van het origineel los te maken.


De film maakt een overvolle indruk. Veel personages komen en gaan – als passanten op een staande receptie – zonder enige indruk achter te laten op de kijker. Dat deze 132 minuten durende film de aandacht toch nog redelijk weet vast te houden, is te danken aan een paar memorabele acteerprestaties. Paul Giamatti (een van ’s werelds meest onwaarschijnlijke filmsterren) slaagt erin Barney neer te zetten als een charmeur én een bullebak. Minnie Driver weet van een kleine rol iets groots te maken. En Dustin Hoffman etaleert eens te meer zijn specialisme: scènes stelen.

Barney’s Version. Regie: Richard J. Lewis. Vanaf 31 maart in de bioscoop.

Erik Spaans