Mohammed ís geen voorbeeld

Wie wil weten wat de moslim beweegt, heeft er niets aan om de profeet te ‘ontmaskeren’. De moslim doet namelijk wat hij zélf wil.

In Nederland staan in het islamdebat twee visies tegenover elkaar: volgens de ene is het handelen van moslims te verklaren vanuit hun religie, volgens de andere visie is religie slechts een van de aspecten die een rol spelen. In het eerste geval ligt de nadruk daarom op analyse van de religie, in de tweede op de beweegredenen van de gelovigen. Wilders hangt de eerste visie aan, ik de tweede.

Wilders wil met alle geweld een debat over theologisch-historische feiten, en laat ik hem daarin tegemoetkomen. Is er door de profeet, of onder zijn verantwoordelijkheid, sprake geweest van berovingen, doodslag en kinderhuwelijken? Ja, volgens veel islamitische overleveringen – waar Wilders zich op zegt te baseren – is dat het geval. En staan er gewelddadigheden en anti-joodse uitspraken in de Koran? Opnieuw: ja. En ten slotte: was de profeet epileptisch, gestoord of anderszins onderhevig aan wanen? Dat kunnen we met de best wil van de wereld niet hard maken, maar ook niet ontkennen.

Overigens: staat ook het tegendeel in de bronnen? Opnieuw: ja. En daarom meen ik dat we niet om de interpretaties van gelovige moslims heen kunnen om te bezien wat de uiteindelijke uitkomst is van hun religieuze zienswijze.

Mij verbaast iedere keer weer dat Wilders en de zijnen zich beperken tot een fundamentalistische tekstexegese waar de gemiddelde salafist nog een puntje aan kan zuigen, en vervolgens op grond van hun letterlijke interpretatie verklarende uitspraken doen over gedragingen van moslims. Wilders hanteert namelijk de volgende redenering: a) de islam bevat in zijn geloofsartikelen gewelddadige en haatdragende elementen, b) moslims geloven in de islam, of behoren daarin te geloven, dus c) moslims zijn gewelddadig en haatdragend. Het bewijs daarvoor ziet Wilders om zich heen: “Dat heeft elke dag gruwelijke gevolgen.”


Voor alle duidelijkheid: er zijn veel moslims en moslimstaten die voldoen aan dit beeld van intolerantie en gewelddadigheid. De doodstraf op afvalligheid, homoseksualiteit of overspel is barbaars. Mijn probleem is echter dat ik nog meer moslims en moslimstaten ken waarvoor dit beeld niet opgaat. Hoe valt dat dan te verklaren?

Ik heb een cynische visie op religie: als iets wat gelovigen gebruiken, en wat hen tot oorlogshitsers of vredestichters maakt. Als referentiepunt moeten we daarom niet het heilige boek nemen, maar de gelovigen zelf, en wat zij met dat boek doen. Met de Bijbel in de hand heeft het Amerikaanse Congres slavernij goedgekeurd, en later afgeschaft. Met de Koran in de hand hebben de Egyptische schriftgeleerden de Egyptische president Sadat toestemming gegeven oorlog te voeren tegen Israël, en later om vrede te sluiten.

En zo ontvouwt zich voor veertien eeuwen islam een palet van menselijke gedragingen die voor de Europeaan volledig herkenbaar zijn: oorlog en vrede, verlichting en starheid, hoge kunsten en cultuurbarbarisme, democratie en dictatuur, haat en liefde.

Als we willen weten wat de moslim van vandaag beweegt, wat hij of zij wil, en wat de rol van de islam daarin is, loont het niet om de Koran te lezen of Mohammed ‘te ontmaskeren’. Dat is alsof een Japanse boeddhist de Bijbel gaat lezen omdat hij zo de Europeanen denkt te begrijpen – die zijn toch christelijk?

Maurits Berger is hoogleraar Islam in het hedendaagse Westen aan de Universiteit Leiden.

Maurits Berger