Nooit meer waken

Low, C’mon, 4 sterren.

Low profile: je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat de groepsnaam van de band van Alan Sparhawk en zijn vrouw Mimi Parker aan dit begrip is ontleend. Na bijna twintig jaar koestert Low nog steeds de cultstatus die de band werd toegedicht door een handvol kieskeurige rockjournalisten en een schare trouwe fans.

Ook op hun negende reguliere studioalbum C’mon weet het echtpaar met minimale middelen weer het maximale resultaat te behalen. De sterkste troef van Low blijven de stemmen van Sparhawk en Parker die samensmelten als een één nieuw, betoverend geluid. Al het andere – Parkers minimalistische percussie, Sparhawks spaarzame gitaarspel – wordt daar ondergeschikt aan gemaakt. Bassist Steve Garrington en de gastmuzikanten (onder wie Wilco-gitarist Nels Cline) doen ook niet meer dan het voorzichtig inkleuren van de schaduwpartijen die Sparhawks songs over het klankbeeld werpen. Want vrolijk zijn ze niet, die liedjes: de dood loert overal.

Waar het vorige album Drums and Guns opende met de geruststellende tekst “All you pretty people/you’re all gonna die,” adviseren Parker en Sparhawk ons dit keer tweestemmig om maar in te slapen en nooit meer wakker te worden. De trage, hypnotiserende klanken van een muziekstijl die wel ‘slowcore’ wordt genoemd, gaan in handen van Low nooit vervelen. De intensiteit van de uitvoeringen is namelijk zo groot, dat je – of je nu wilt of niet – wel met Sparhawk mee móet gaan. “I’m nothing but heart,” zingt hij. Dat is precíes de kracht van al zijn liedjes.

Ruud Meijer