Regenboog van troost

Een eenzame kankeraar die nieuwe levenlust vindt bij een jong meisje – daar bestaan prachtige boeken over. Jeroen Brouwers komt er niet helemaal uit.

Al vrij snel in Bittere bloemen komen twee archetypen met elkaar in botsing. Letterlijk. Een verzuurde oude man, of in de woorden van Jeroen Brouwers ‘een verstilde intellectueel’, en een jong levenslustig meisje, of in de woorden van Jeroen Brouwers ‘regenboog van troost’, lopen elkaar omver op de trap van een cruiseschip. Dat de twee een verleden hebben, is even logisch als herkenbaar. Iedereen is weleens een verloren gewaande liefde tegengekomen op weg naar zijn luxehut in een cruiseschip op de Middellandse Zee.

De oude man, Julius Hammer, wil met rust gelaten worden en kankert op zijn vulgaire medepassagiers, maar dat gekanker is vooral een tegenwicht voor nauwelijks verdrongen trauma’s en kansloze liefdes. Met andere woorden, hij is een Brouwers-protagonist. Hammer doet sterk denken aan Jelmer van Hoff uit het veelbekroonde Geheime kamers en de naamloze ik-figuur uit Brouwers’ laatste roman Datumloze dagen (2007). Datumloze dagen werd lovend ontvangen, al dan niet vergezeld van de voorspelbare vraag: zou dít de laatste Brouwers zijn? In 2009 verscheen nog een vloekschrift, het zoveelste deel in de reeks gebundelde tirades – een tussendoortje op weg naar de volgende roman. Het is te hopen dat Brouwers’ gezondheid nog minstens één roman toestaat. Bittere bloemen zou een treurige afsluiter zijn van een enorm oeuvre. Dat komt vooral door de zelfs voor Brouwers’ doen erg pathetische hoofdpersoon.

In Ajaccio gaan Hammer en zijn regenboog van troost van boord. Langzaam, via flashbacks, worden Hammers trauma’s onthuld en komen we te weten hoe de hoofdpersonen elkaar hebben leren kennen. De roman bestrijkt minder dan een dag, maar we krijgen inzicht in Hammers hele leven.


Elke gebeurtenis, klein of groot, roept herinneringen op. Tussen twee voetstappen zitten hele pagina’s aan terugblikken. Vooral sombere. Maar in plaats van mededogen voel je vooral ergernis als Hammers geheugen weer eens opspeelt. Hij lijkt niet zozeer het slachtoffer van een onverwerkbaar verleden als van een teveel aan zelfmedelijden. Een hystericus vermomd als superieure intellectueel. Die hysterie uit zich zowel in zijn gekanker als in zijn lyrische fantasieën over Pearlene, het jonge meisje. Omdat Hammer vrijwel constant in de overdrive staat, kun je noch het gekanker, noch de lyriek echt serieus nemen.

Daar komt bij dat zijn woordkeuze een tikje ongeïnspireerd aandoet. Hammer is een gevierd schrijver, maar ook emeritus hoogleraar volkenrecht, oud-minister en ooit ‘de jongste rechter in de geschiedenis van de vaderlandse jurisprudentie’. Van zo’n homo universalis verwacht je een iets originelere lofzang dan: “Ik zal je zoeken, liefste, aartsbeminde, ik wring me alle duizenden trappen voor je af om je uit de hadesdiepten te bevrijden.”

Af en toe komt er een mooie herinnering naar boven, bijvoorbeeld aan de tijd dat Hammer nog jong was: “Toen alles nog geurde en de wind uit steeds andere verrassende richtingen steeds nieuwe attracties rondom zijn hoofd kwam blazen.”

Het maakt hem geen overtuigender personage – en al helemaal geen overtuigend genie. Wie vroeger alles geweldig vond, en nu alles verschrikkelijk, heeft een slecht geheugen of een slecht waarnemingsvermogen. Of allebei.

Aan de ingrediënten ligt het niet. Gekanker, een vereenzaamde intellectueel, een plotselinge opleving van levenslust, veroorzaakt door een jong meisje – het kán verrassende romans opleveren. Denk aan Philip Roths Exit Ghost, dat sterk overeenkomt met Bittere bloemen. Maar Roths hoofdpersoon, Nathan Zuckerman, was meer dan een archetype. Hij kwam wél tot leven, of hij nou een kansloze liefde overpeinsde of klaagde over zijn ouderdom. Trouwens, ook in Exit Ghost was een toevallige, wat ongeloofwaardige ontmoeting de katalysator voor de plotselinge opleving. Maar omdat alles om die ontmoeting heen wel geloofwaardig was, struikelde je er niet over. Zuckerman keek afstandelijker naar zijn ellende, met gevoel voor humor ook – iets waar je Hammer niet snel op zult betrappen. Brouwers beschrijft hem weliswaar in de hij-vorm, maar nergens stijgt de toon van de verteller boven die van zijn zwelgende hoofdpersoon uit.


Al Hammers ellende wordt uiteindelijk keurig verklaard. Als het jeugdtrauma volledig in beeld is, weten we ook waar de liefde voor het jonge meisje vandaan komt. Het een houdt verband met het ander, suggereert Brouwers – voor zover je nog van suggereren kunt spreken als het van elke alinea afdruipt. Alles is tot het trauma te herleiden, ik vermoed tot de naam van het meisje aan toe (Pearlene – wat weer verband houdt met de geur van peertjes, de geur die Hammer associeert met de minuten voor de traumatische gebeurtenis uit zijn jeugd). Die interpretatie lijkt gezocht, maar de naam Pearlene is zo gezocht dat het bijna niet anders kan. Het maakt de liefde, en daardoor de hele roman, eerder banaal dan dat ze er meer verdieping door krijgt. “Wat is er smartelijker dan een geknakt sigaartje,” verzucht Hammer tegen het eind. Ik kan wel iets bedenken.

Jeroen Brouwers: Bittere bloemen. Atlas. € 21,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Dries Muus