Stammenstrijd of revolutie?

Kadhafi heeft de Libiërs succesvol samengesmeed tot één natie, beweert hij.

Hoe solide is de coalitie anderhalve week na de VN-resolutie? Het lijkt toch wel een beetje een houtje-touwtjeverbond, wat de sterke aarzeling van Obama verklaart. Rusland en China hebben reeds spijt van hun blanco stem en de Arabische Liga, een verbond van thuis eveneens wankelende autocraten, schrok al na één dag van de omzetting van een ultimatum op papier in bombarderende praktijk. Duitsland haakte af, omdat Merkel met cruciale deelstaatverkiezingen te maken had. Turkije gedraagt zich bokkig, omdat Erdogan Sarkozy vanwege diens blokkade van een Turks EU-lidmaatschap niet kan uitstaan. En Italië doet à contre-coeur mee: enerzijds omdat het Franse economische concurrentie vreest in Libië, anderzijds omdat Berlusconi Kadhafi als een persoonlijke vriend beschouwt. Die nam het in de Ruby-affaire als enige staatshoofd voor hem op. Vergeleken met Kadhafi’s eigen harem is die van Berlusconi nu eenmaal kinderspel.

En dan is er nog het westerse thuisfront, dat bij elke nieuwe dode kritischer wordt – wat de coalitie tot zorgvuldig opereren dwingt. In dat opzicht is een dictatuur structureel beter af dan een democratie. Saddam Hussein merkte ooit terecht op dat hij probleemloos tienduizend man kon laten omkomen, en Bush niet. Ook Kadhafi weet dat, en hij buit die westerse achilleshiel handig uit door de inzet van burgerschilden. Ten slotte is er nog de halfslachtige bijstandswens van de militair onervaren opstandelingen: wel graag steun vanuit de lucht, maar niet op de grond. Dan schiet de mars op Tripoli niet op.

Derhalve kan het Westen beter niet uitgaan van een snelle afloop. Kadhafi zal tot het einde blijven vechten, met alle middelen die hij heeft. Het is voor hem een kwestie van leven of dood. Zal de coalitie eindeloos doorgaan als er steeds meer slachtoffers vallen en men zich vanwege Kadhafi’s taaiheid tot steeds verdergaand militair ingrijpen genoopt ziet om een patstelling te voorkomen? Alleen een coup waarbij Kadhafi wordt vermoord of het massaal overlopen van zijn militairen zal de strijd verkorten.


Hoe groot de kans daarop is, valt van buitenaf moeilijk te beoordelen. Zij hangt samen met de aard van het conflict, en daarmee ook met een mogelijk geordend toekomstig Libië mocht Kadhafi inderdaad ten val komen. De kans op zo’n ordentelijk post-Kadhafi-Libië is, paradoxaal genoeg, groter naarmate de dictator de afgelopen veertig jaar succesvoller is geweest in het met harde hand samensmelten van alle stammen tot één Libische natie.

Dat is wat hij als zijn verdienste claimt – en zoals wel vaker is niet elke claim van een tiran bij voorbaat onzin. Zonder zijn gehanteerde methodes aan die van de Franse koningen uit het ancien régime gelijk te stellen: ook die creëerden in de loop van vele eeuwen met een hardhandige centralistische politiek uit een losse bundeling van graafschappen een Franse natie, die vervolgens vanaf 1789 zonder koning verder kon.

Anders gezegd: is de opstand tegen Kadhafi nog een stammenstrijd of al een politieke revolutie? Is de tirannieke modernisering van de tribale samenleving voldoende gevorderd? Heeft de oude tribale loyaliteit bij al die hoogopgeleide jongeren voldoende plaatsgemaakt voor politieke idealen?

De signalen dienaangaande zijn zeer tegenstrijdig: voor veel Kadhafi-getrouwen speelt stamverbondenheid de hoofdrol. De opstandelingen zitten vooral in het oosten, het thuisland van andere stammen. Maar zij beweren niet voor hun stam op te komen, maar voor Libië als geheel, en onder Kadhafi’s bewind zijn de grote steden etnisch sterk vermengd geraakt. Het is afhankelijk van het effect daarvan of straks uit de puinhopen van de dictatuur een democratie verrijzen kan of dat Libië uit elkaar valt.

import thomas von der dunk