Stille wraak

Een echte promotour zit er niet in, want – zegt Eva Gabrielsson droogjes – ‘ik moet gewoon werken voor de kost’. Toch was de Zweedse architecte, die zich tot haar spijt net niet de first widow van thrillerland mag noemen, afgelopen weekend even op bezoek in Nederland. Doel: haar eigen boekje Millennium, Stieg en ik aan de man/vrouw brengen.

Hele volksstammen hebben Stieg Larssons Millennium-trilogie op de boekenplank staan, zijn vroegere levensgezellin niet. Voor Gabrielsson zijn de boeken ‘bevuild’ geraakt sinds Larssons plotselinge overlijden in 2004 – de vijftigjarige auteur kreeg een hartaanval. “De commercialisering van zijn werk is een constante herinnering aan zijn dood en aan hoe erg mensen zich kunnen gedragen.”

Voor de weinigen die het is ontgaan: omdat Eva en Lars niet getrouwd waren, vielen Larssons vader Erland en broer Joakim zowel de financiële als de intellectuele nalatenschap van de bestsellerauteur toe. Dat laatste steekt haar nog het meest, beweert Gabrielsson, want kwaliteitsbewaking, ho maar. Cynisch: “Niets zo ideaal als een dode auteur. Ook voor de uitgever.”

Ze probeert nadrukkelijk tegenwicht te bieden aan pogingen om haar rol als Stiegs vrouw te bagatelliseren. Zo werd ze een aantal jaren geleden op Wikipedia van zijn ‘partner’ opeens iemand ‘met wie hij periodes samenwoonde’. “Dat komt sommigen beter uit. Maar in Zweden zien de meeste mensen mij wél als Stiegs vrouw, en zijn vader en broer als de bad guys. Voor die twee is Stiegs erfenis niet alleen een lot uit de loterij, ze ontlenen er ook hun identiteit aan. Maar in interviews weten ze maar weinig over Stieg te vertellen. Logisch, want ze waren al jaren van elkaar vervreemd.”

Had haar geliefde maar… Enzovoorts. Ze knikt. “Ja, ik was erg boos dat Stieg niets had geregeld. Maar ja, hij was het jaar voor zijn dood overwerkt.”

Bovendien viel er toen nog weinig te erven; het eerste deel van de trilogie moest nog verschijnen. Het begon de familie pas te dagen dat er wellicht iets te halen viel, toen Gabrielsson een boedellijst had gemaakt. Hoofdschuddend: “Ik heb het ze op een presenteerblaadje aangeboden. Opeens hadden zij mijn leven in handen.”


Gabrielsson zit, stelt ze, niet te wachten op wraak. “Ik ben ervan overtuigd dat boontje uiteindelijk om zijn loontje komt. Mijn bestaan herinnert die twee eraan waar ze eigenlijk mee bezig zijn. Dat is óók een vorm van wraak.”

import de tijd