Trouwen als politiek signaal

Anne-Marie Thus (41) en Hélène Faasen (44) trouwden op 1 april 2001 als ’s werelds eerste vrouwenstel. Faasen heeft een notariskantoor in Amsterdam, Thus is daar deels in dienst. Ze hebben twee kinderen, Nathan (10) en Myrtle (9).

Faasen: “De wet partnerregistratie vond ik een teleurstelling. Ik had heel sterk het gevoel dat ik wilde trouwen, iets wat heel veel mensen heel natuurlijk en casual konden doen. Maar wij stonden in de wacht.”

Thus: “Het huwelijk is een contract bindend voor derden. Dat is voor mij heel belangrijk. Als biologische moeder had ik alle rechten over onze pasgeboren zoon; ik wilde dat Hélène die rechten ook zou krijgen. Mensen moeten zelf de keuze hebben, niet de staat.”

Faasen: “Ons huwelijk moest een politiek signaal zijn, vonden we. De wereld moest zien hoeveel mensen dit wilden. Nadat we het erover hadden gehad, stond in de Gay Krant een oproep voor paren die mee wilden werken aan een groot ceremonieel huwelijk op die eerste april. Toen we gingen kennismaken, bleek dat wij het enige vrouwenstel waren. Dat was wel even slikken.”

Thus: “Toen was het geen optie meer om nog nee te zeggen. We wilden natuurlijk niet dat er die dag alleen mannen zouden trouwen. Dat het zo’n grote impact zou hebben, hadden we niet verwacht. AT5 en Het Parool zouden erbij zijn, dachten we, misschien de Volkskrant en De Telegraaf. Henk Krol bereidde ons er al een beetje op voor dat het iets meer zou worden. Een poosje later belde de BBC, of ze langs mochten komen.”

Faasen: “Ik dacht dat ze een grapje maakten. Ik was heel druk op mijn werk en had daar eigenlijk geen tijd voor.”

Thus: “Maar het was dus geen grapje. Het was het begin van de hausse aan media-aandacht. In de strijd voor de openstelling van het huwelijk hadden anderen voor ons de kastanjes uit het vuur gehaald en rechtszaken aangespannen. Daar zijn we nooit bij betrokken geweest.”


Faasen: “Wij stapten luxe in en vonden dat we iets terug konden doen door iedereen te woord te staan.”

Thus: “De dag zelf was ongelooflijk leuk en vermoeiend. We leefden op adrenaline. En we werden natuurlijk op de voet gevolgd door allerlei camera’s.”

Faasen: “Die aandacht is in de afgelopen jaren gebleven. Er zijn geregeld internationale media langs geweest. En dat is nuttig. Nu ook met die tien jaar – het is natuurlijk niet zo’n big deal dat wij nog samen zijn, maar het is een mooi aanknopingspunt om weer even naar die emancipatie te kijken.”

Thus: “En om duidelijk te maken dat we er in Nederland nog niet zijn. Er liggen nog hiaten her en der.”

Faasen: “Als we kijken naar verdraagzaamheid en tolerantie, zijn we in Nederland niet vooruitgegaan. Hoewel wij zelf nooit iets vervelends ervaren met betrekking tot onze homoseksualiteit.”

Thus: “Daar hebben we geluk mee gehad.”

Faasen: “Maar je hoort zo veel verhalen van mensen die elkaar niet accepteren. Ook de wetgeving met betrekking tot kinderen en de internationale acceptatie van het huwelijk kunnen nog beter. Omdat ik niet de biologische moeder ben, heb ik allebei de kinderen moeten adopteren.”

Thus: “Ik heb altijd kinderen gewild.”

Faasen: “Ik ook, maar zelf zwanger worden vond ik een te groot risico. Ik had net een leuke praktijk opgebouwd en zou dan lang niet kunnen werken.”

Thus: “Dat vond ik geen punt. Ik vond het heerlijk om zelf kinderen te krijgen, dus het was prima dat zij dit wilde outsourcen. Onze kinderen gaan naar een internationale school. Ze krijgen weleens vragen over dat ze twee moeders hebben, maar dat kunnen ze gewoon uitleggen. Voor hen is het heel normaal, ze staan er stevig in.”


Faasen: “Wij wilden graag in Maastricht wonen, maar mijn praktijk en klantenkring zijn hier, in Amsterdam. Dus nu heb ik hier ook woonruimte en ben ik zo veel mogelijk daar. Ik vind het heerlijk om die twee uur naar Maastricht te rijden. Weg van mijn werk, naar mijn gezin.”

Thus: “Ik hoef me nu niet meer af te vragen: is ze nu wel of niet bij die oudervergadering? En als ze hier is, kan ze niet snel nog even naar kantoor. Wij hebben nu een lat-huwelijk en eigenlijk veel meer qualitytime dan voorheen.”

Mirjam Streefkerk