De subsidie van het NIS

Wettelijk gezien is een seminarium geen hbo-instelling of universiteit, maar een speciale opleiding voor geestelijk ambtsdragers, zoals die er ook zijn voor imams en priesters. Of in dit geval: rabbijnen en joodse godsdienstleraren.

Het Onderwijsministerie zat lange tijd nogal in zijn maag met de ambtsopleidingen. Tot september 2010 vielen seminaria onder artikel 16.21 van de Wet op het Hoger Onderwijs (WHW), waarmee het recht op subsidie en studiefinanciering voor hun studenten werd veiliggesteld. Vanwege deze speciale positie hoefden seminaria zich niet te laten accrediteren door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Iets wat andere hogescholen en universiteiten in Nederland wel moeten, omdat daarmee de kwaliteit van het onderwijs wordt gewaarborgd.

Afgelopen september is de WHW echter veranderd en zijn de ambtsopleidingen hun uitzonderingspositie kwijt. Om meer inzicht te krijgen in het reilen en zeilen van de seminaria, zijn ze gelijkgesteld aan reguliere opleidingen. Ze zijn verplicht zich aan te sluiten bij een geaccrediteerde instelling om hun aanspraak op subsidie te behouden.

Het NIS moet dat al sinds 2007, blijkt uit een brief van toenmalig Onderwijsminister Ronald Plasterk. Hij schrijft dat het ‘essentieel’ is een samenwerkingsverband met een universiteit of hogeschool aan te gaan. En dat het NIK het NIS op inhoudelijk en bestuurlijk niveau zodanig moet hervormen ‘dat financiering vanuit het hoger-onderwijsbudget van de taken die het NIS verzorgt, gerechtvaardigd en gelegitimeerd blijven’.

Het NIS en de Universiteit van Amsterdam zijn daarop gaan samenwerken. Vanuit het hoger-onderwijsbudget gaat er nu zo’n 175.000 euro naar de UvA, waarvan die instelling 20.000 euro krijgt om het NIS te helpen zijn kwaliteitszorg te verbeteren. De rest van de subsidie sluist de UvA door naar het seminarium. Een jaarlijkse accountantsverklaring is daarvoor voldoende; de UvA kijkt verder niet naar de financiën van het NIS.


Plasterk noemt in zijn brief een aantal voorwaarden voor de financiering van het NIS. Er moet bijvoorbeeld een academische raad komen en de UvA moet toezien op het invoeren van een adequaat kwaliteitszorgsysteem waarmee te controleren valt of het onderwijs goed is. Wat in de brief ontbreekt is een deadline, waardoor er sinds 2007 nog weinig concrete vorderingen zijn waar te nemen.

import onderwijs