Defensie als speelbal

Aanstaande vrijdag presenteert Hans Hillen in de ministerraad zijn voorstellen om een miljard te bezuinigen op Defensie. Een miljard op een begroting van acht miljard. Dat lijkt een bezuiniging van 12,5 procent, maar schijn bedriegt: bijna 1,5 miljard van die begroting gaat op aan pensioenen en wachtgelden. En daarnaast is onder minister Henk Kamp afgesproken om 20 procent van de begroting te besteden aan vernieuwing van materieel, om de krijgsmacht slagvaardig en breed inzetbaar te houden. Die investering is geen doel op zich, maar een middel om te zorgen dat onze strijdkrachten kunnen blijven doen wat de politiek wíl dat ze doen.

Wie deze bedragen in mindering brengt op de acht miljard, ziet dat er feitelijk een miljard moet worden bezuinigd op een werkbegroting van vijf miljard. Kortom, een bezuiniging van 20 procent. Vandaar ook dat volgens Hillen ontslag dreigde voor 10.000 van 65.000 personeelsleden (onder wie 40.000 militairen).

Anders dan bij de bezuinigingen op het speciaal onderwijs, de cultuursector of de uitkeringen zien we hier geen massale protesten en kritische reacties in de media. Gezagsgetrouw zijn de militairen hun eigen bezuinigingen aan het voorbereiden, en ze reageren zelfs massaal op een uitnodiging van Hillen aan het personeel om zelf met suggesties te komen. En dat terwijl de medewerkers meer dan teleurgesteld mogen zijn over de hoogte van de bezuinigingen, aangezien de coalitie bestaat uit de twee partijen die het minst wilden bezuinigen op Defensie.

Waarom ze daar toch toe hebben besloten, laat zich makkelijk verklaren: tal van hervormingen in arbeidsmarkt, sociale zekerheid en gezondheidszorg die VVD en CDA hadden willen doorvoeren, zijn onder druk van de PVV achterwege gebleven. En dus moesten de 18 miljard aan bezuinigingen elders worden gevonden, zoals Ab Klink vorige week ook al terecht zei in een interview in Vrij Nederland. Het is overigens ook een sterker argument om kritisch te zijn over deze gedoogconstructie dan dat je blijkbaar niet wist met welke partij je in zee ging.

Maar die verklaring lost het probleem van Defensie nog niet op. En dat probleem gaat verder dan bezuinigingen alleen. Door het versnipperde politieke landschap in Nederland mist Defensie solide steun. Aan de rechtse meerderheid hebben we op dit punt niet veel, omdat de PVV enkel kiest voor nationale belangen. Aan de andere kant van het politieke spectrum is er de PvdA, die uit electorale overwegingen haar internationale traditie verloochent.


Daarmee is Defensie nu overgeleverd aan de wispelturigheid van GroenLinks. Dit wordt pijnlijk zichtbaar in de discussies over zowel de missie in Kunduz als de deelname aan de internationale operatie in Libië. De uitkomst is een compromispolitiek die de realiteit van de internationale werkelijkheid ontkent.

Het is naïef te denken dat Nederland, wanneer het steeds minder verantwoordelijkheid neemt, toch een belangrijke stempel kan blijven drukken op bijvoorbeeld de manier van opleiden in Afghanistan of van optreden in Libië.

De uitkomst van dit alles: het risico bestaat dat onze militairen worden uitgezonden met onzekerheid over blijvende steun in het parlement en met de handen op de rug gebonden waar het hun inzet en mandaat betreft. En dan ga je ook nog eens op pad met de onzekerheid of je baan nog bestaat wanneer je terugkomt. Dat is nogal wat.

En toch hoort de buitenwacht onze strijdkrachten tot op heden weinig klagen. Die loyaliteit vind je in weinig andere sectoren. Dat willen behouden, vraagt om een evenwicht tussen middelen en ambitieniveau.

Defensie is en blijft een belangrijke levensverzekering voor de veiligheid van de samenleving. De argumenten daarvoor zien we helaas iedere dag in het nieuws. Het is aan de politiek om te voorkomen dat het voor de mensen van Defensie een woekerpolis wordt.

import jack de vries