Is er leven na Berlusconi?

Silvio Berlusconi verkeert onherroepelijk in zijn nadagen. Maar heeft Italië een alternatief? Espressodik kijken met de hoofdredacteuren van pro-Berlusconi-krant Il Giornale en het linkse lijfblad La Repubblica.

Al een jaar of negen – met tussenpozen – is Silvio Berlusconi premier van Italië, maar langzamerhand moeten de Italianen gaan nadenken over een toekomst zonder hem. Deze week begint het zoveelste proces tegen Berlusconi, ditmaal omdat hij betaalde seks zou hebben gehad met een minderjarig Marokkaans meisje en hij zijn positie zou hebben misbruikt om haar uit de gevangenis te krijgen. Als hij schuldig wordt bevonden, kan hij tot zes maanden celstraf worden veroordeeld. De eerdere rechtszaken, wegens economische delicten als fraude en omkoping, liepen steeds goed voor hem af. De enige keer dat het ernaar uitzag dat hij schuldig zou worden bevonden, bleek de zaak te zijn verjaard.

Hoe het ditmaal afloopt, zullen we waarschijnlijk pas over een paar maanden weten. Een mogelijke uitkomst is dat wel bewezen wordt verklaard dat Berlusconi tijdens een van zijn fameuze bunga-bunga-feesten inderdaad seks heeft gehad met Karima El-Mahroug, beter bekend als Ruby, maar niet dat ze toen onder de achttien was. Het lijkt erop dat er aan bewijsmateriaal met deze strekking wordt gewerkt: in februari boden twee Italianen een Marokkaanse ambtenaar van de burgerlijke stand een flinke smak geld aan in ruil voor een kleine wijziging in Ruby’s geboorteakte. De ambtenaar in kwestie weigerde.

Wat staat Italië nu te wachten? Het minst spannende scenario is dat de zaak-Ruby in vrijspraak eindigt en dat Berlusconi bij de volgende verkiezingen als vanouds present is. Recente peilingen van onderzoeksbureau Ipsos laten een complex beeld zien. In een direct duel zou Berlusconi het met 33 procent van de stemmen moeten afleggen tegen Pier Luigi Bersani, de leider van de Partito Democratico (PD), de grootste partij op links, die 43 procent zou behalen. Maar daarmee zou Berlusconi nog niet knock-out zijn. Want de Italianen stemmen niet op een kandidaat, maar op een coalitie. En ook al ziet 61 procent Berlusconi het liefst vertrekken, een regeringscoalitie tussen zijn Popolo della Libertà (PdL) en de Lega Nord van Umberto Bossi is daarmee niet van de baan. Volgens Ipsos kan deze coalitie rekenen op 36 procent van de stemmen, tegenover 26 procent voor de PD. De enige manier om Berlusconi te lozen is een samenwerkingsverband tussen extreem-links en centrum-rechts, en die optie is uiterst onwaarschijnlijk.


Maar het kan natuurlijk ook anders lopen. Misschien draait de premier deze keer wel de bak in, of raakt hij tijdens het proces zo beschadigd dat zijn politieke rol is uitgespeeld. Of dat zijn 74-jarige hart het begeeft tijdens een wilde nacht met drank en vrouwen. Wie zou Berlusconi dan kunnen opvolgen?

We leggen de vraag voor aan de hoofdredacteuren van twee gezaghebbende Italiaanse kranten, mannen die zich ook buiten hun eigen kolommen met de politiek bemoeien, bij voorkeur in veelbekeken televisieshows.

Alessandro Sallusti staat aan het roer van Il Giornale, de krant die fel van leer trekt tegen iedereen die het waagt de capaciteiten en drijfveren van Silvio Berlusconi in twijfel te trekken. Geen wonder: het blad, dat een oplage heeft van zo’n 300.000 exemplaren, maakt deel uit van het immense media-imperium van de Berlusconi’s. De officiële eigenaar is Silvio’s broer Paolo Berlusconi.

Toen de rechtse voorzitter van de Kamer van Afgevaardigden, Berlusconi’s voormalige bondgenoot Gianfranco Fini, eind vorig jaar een motie van wantrouwen indiende tegen de premier indiende, begon Il Giornale een keiharde campagne tegen Fini. Twee maanden lang publiceerde de krant bijna dagelijks voorpagina-artikelen over een appartement in Monte Carlo dat een neef van Fini voor een zacht prijsje zou hebben overgenomen van Fini’s voormalige partij, de Alleanza Nationale. De beschuldiging kon niet worden hardgemaakt, maar Fini’s motie haalde het niet, al scheelde het weinig. Twee aan Fini gelieerde parlementsleden stapten op het laatste moment over naar Berlusconi’s PdL. Het zal niemand verbazen als deze twee dames binnenkort een aangenaam baantje krijgen toegeschoven.

La Repubblica, de krant van links en intellectueel Italië, voert al net zo hard campagne, maar dan tegen de premier. Soms is het pagina’s lang bladeren naar een verhaal dat niet over diens seksleven gaat. Veel serieuze lezers zouden dan ook graag zien dat het blad zich eens gaat bezighouden met gedegen onderzoek naar ’s mans financiële handel en wandel en mogelijke connecties met de maffia.


De hoofdredacteur van la Repubblica – oplage 550.000 – is Ezio Mauro. Hij legt uit dat zijn krant zo veel over Berlusconi schrijft om tegenwicht te bieden aan het negatieve imago van zijn land. “Ons land heeft jammer genoeg een slechte naam. Dat krijg je als de regeringsleider betrokken is bij schandalen, er een gerechtelijk onderzoek naar hem loopt en hij aan de lopende band wetten door het parlement loodst die zijn hachje moeten redden.”

Mauro ziet Berlusconi liever vandaag vertrekken dan morgen. En hij ziet wel perspectief voor een centrumlinkse regering. “Als de regering valt, denk ik dat de oppositiepartijen vrij makkelijk een consistent kabinet zullen kunnen vormen. Een kabinet dat capabel genoeg is om de regels te herschrijven. Om te beginnen de rampzalige wet die het mogelijk maakt dat de leider van een partij rechtstreeks afgevaardigden en senators benoemt.”

Zo bestaat de Europese fractie van Berlusconi’s PdL uit vrouwen die weinig andere verdiensten hebben dan dat ze er fantastisch uitzien, of -zagen. In de Raad van Europa zette Berlusconi zijn goede vriend Marcello Dell’Utri neer, die een paar dagen later werd veroordeeld voor belastingfraude, valsheid in geschrifte en banden met de maffia. Hij is in afwachting van het hoger beroep.

Volgens Mauro heeft links voor het eerst sinds de centrumlinkse coalitie van Romano Prodi in 2008 door Berlusconi werd verslagen weer serieuze regeringskansen. “Voorwaarde is wel dat links gaat inzien dat het zijn interne oorlogen moet staken om een alternatief te kunnen bieden voor rechts. Want links lijdt al jaren aan een verwoestend kannibalisme dat steeds zijn leiders de kop kost.”


Mauro’s tegenhanger bij Il Giornale, Alessandro Sallusti, heeft het volste vertrouwen in Berlusconi. Een ander standpunt zou hem trouwens zijn baan kunnen kosten, gezien het feit dat zijn baas, zoals gezegd, Silvio’s broer is. Maar dat soort banden zijn volgens hem niet belangrijk, en bovendien, je ziet ze overal, ook bij concurrerende media. “Wisten de Amerikanen dan niet dat de familie Bush in de oliehandel zat? En weten al die journalisten niet dat bijvoorbeeld de Corriere della Sera, die zogenaamde onafhankelijke krant, in handen is van de bankiers? Want dat zijn namelijk de echte machtige mannen.”

Net als Mauro ergert Sallusti zich aan het imago van zijn land in de rest van de wereld, maar volgens hem is dat te wijten aan de karikaturale berichtgeving over Italië. Want de Italië-correspondenten van de buitenlandse media lezen alleen linkse anti-Berlusconi-kranten. “Natuurlijk is het leuk om een land te kijk te zetten. Dat doen wij ook met Groot-Brittannië. We maken vaak een karikatuur van prins Charles. Maar het wordt hinderlijk als de nieuwsvoorziening alleen uit dat soort berichten bestaat. Italië is een van de grootste economieën ter wereld. De hele wereld is jaloers op wat wij op het gebied van de kunst hebben bereikt. Maar er wordt steeds maar weer een karikatuur van ons geschetst, en uiteindelijk gaan mensen dan denken dat dat de realiteit is.”

Kortom, Berlusconi functioneert prima volgens Sallusti. De rest van de wereld ziet het gewoon verkeerd. Van aftreden kan geen sprake zijn, want er is eenvoudigweg geen alternatief. ‘Theoretisch’ bestaat natuurlijk de mogelijkheid dat Berlusconi van het toneel verdwijnt, geeft hij toe, maar Italië is daar ‘niet klaar voor’. “Aan alles komt uiteraard ooit een eind, ook aan de periode-Berlusconi. Maar ik denk niet dat er op dit moment ook maar één iemand te vinden is die zich met Berlusconi kan meten. Niet Giulio Tremonti, de minister van Economie en Financiën. Niet Roberto Maroni, de minister van Binnenlandse zaken. Niet Umberto Bossi van de Lega Nord. Niet Gianfranco Fini, die met zijn motie zijn hand heeft overspeeld. En ook niet Pier Luigi Bersani, de leider van de PD. Er ís gewoon niemand. Alleen Berlusconi toont echt leiderschap.”


Toch wordt in linkse kringen veel verwacht van Nichi Vendola, een homoseksuele gouverneur uit de Zuid-Italiaanse regio Puglia die gedichten schrijft en een oorbelletje draagt. Hij is de leider van de kleine milieupartij Sinistra Ecologia Libertà (SEL), die maar zo’n zes procent van de stemmen trekt. Desondanks kan Vendola na nieuwe verkiezingen best eens premier worden, want de leider van links wordt in Italië gekozen via voorverkiezingen waaraan alle linkse partijen meedoen. Ook in Nederlandse media verschenen de afgelopen maanden lovende verhalen over de politicus, die wordt geportretteerd als het Antwoord op Berlusconi en de Redder van Italië. Het verst ging Vrij Nederland, dat in zijn kerstnummer een Nederlandse bed & breakfast-eigenaar uit Puglia een handvol pagina’s gaf om zijn liefde te betuigen aan ‘het godswonder in het conservatieve en macho Zuid-Italië’.

Maar Vendola tippen als nieuwe minister-president gaat Mauro van La Repubblica te ver. “Vendola is een moedig man. Hij heeft visie, hij spreekt een nieuwe taal en weet daarmee ook de jongeren te bereiken. Misschien komt hij in een clubje van leidinggevende figuren, maar leider van Italië? Nee.”

Sallusti gelooft evenmin dat Vendola Berlusconi zou kunnen opvolgen. “Die communist? Nee man. Vendola is een beweging, een fenomeen, en om die reden interessant om over te schrijven. Hij is homo, hij is mediageniek, en daar scoor je mee. Maar een leider? Nee. Hij doet het beroerd als gouverneur van Puglia. Als er één regio slecht voor staat, is het Puglia. Dit land heeft leiderschap nodig.”

Sallusti verwacht sowieso niet dat links een meerderheid zou weten te behalen. “Die mensen zijn zo verdeeld. Als links echt een front wil vormen tegen rechts, zullen ze allerlei rare allianties moeten smeden. Samengaan met de communisten bijvoorbeeld. Of zich aansluiten bij centrumpartijen. Maar ze zijn ideologisch zo sterk verdeeld dat het niks kan worden.”


Ziet Sallusti dan niets nieuws in het verschiet voor Italië? Toch wel. Berlusconi junior, Silvio’s dochter Marina. Zij is 44 en staat aan het hoofd van de familieholding Fininvest en van Mondadori, de grootste uitgeverij van Italië.

Sallusti’s krant schreef in januari een artikel over haar onder de kop ‘Scende in Campo Marina B.’, Marina B. springt op de bres’. Veelbetekende woorden. Want toen haar vader in 1994 zijn nieuwe partij Forza Italia presenteerde, in de persruimte van zijn voetbalclub AC Milan, gebruikte hij diezelfde woorden. Hij zou ‘op de bres springen’ om links te bestrijden, dat volgens hem bestond uit louter communisten die een gevaar vormden voor het land. Marina sprong overigens ‘op de bres’ in een geschil met een schrijver die haar vader had aangevallen, maar dat Il Giornale, onderdeel van het machtige Berlusconi-imperium, juist deze woorden gebruikte, kan geen toeval zijn geweest.

Berlusconi’s partij hoeft in haar slagzin Meno male che Silvio c’è – Gelukkig hebben we Silvio – alleen de naam maar aan te passen. Want Marina is net zo handig in zaken als haar vader en deelt zijn gedachtegoed, maar is niet bezoedeld door seksschandalen; ze is al jaren gelukkig getrouwd. Een Berlusconi zoals Silvio was toen hij zeventien jaar geleden de politiek in ging: een succesvol professional, met wie Italië internationaal voor de dag kan komen.

Links moet er niet aan denken. Op veel blogs kun je lezen dat Italië een dictatuur wordt als dit scenario zou uitkomen. Sallusti ziet dat anders. “Marina is een machtige zakenvrouw. Ze staat niet voor niets hoog op de Forbes-lijst van ’s werelds succesvolste vrouwen. Ze heeft de perfecte kwaliteiten om leider te zijn, net als haar vader. Dus ja, zij zou een goed alternatief zijn. Maar of ze het ambieert, is een tweede.”


Misschien een horrorscenario voor links, maar niet ondenkbaar nu Silvio Berlusconi onherroepelijk in de nadagen van zijn carrière verkeert en de oppositie zo sterk verdeeld is: de oude playboy trekt zich terug in een van zijn villa’s, organiseert bunga-bunga-feestjes tot hij dood neervalt en houdt tot zijn laatste ademtocht vanachter de schermen de touwtjes in handen. Dat is de tragiek van Italië: na Berlusconi lijkt er vooralsnog niemand anders te zijn dan Berlusconi.

Ralf Groothuizen