Ministerie van Buitenaardse Zaken

Zou Hans Hillen nog weleens terugdenken aan het interview in het kerstnummer van HP/De Tijd? “Het CDA en de VVD zijn de Ajax en Feyenoord van de Nederlandse politiek,” verkondigde hij bij die gelegenheid. Van Feyenoord hebben we de laatste tijd echter weinig gehoord. En van Ajax de afgelopen week juist veel te veel.

Of het CDA nu als Ajax of als Feyenoord beschouwd moest worden, vertelde Hillen er overigens niet bij. In elk geval heeft Hillen zelf wel wat weg van Cruijff: hard toeteren hoe het anders moet, maar er zelf weinig van bakken. Hillen heeft de afgelopen maanden gepoogd het CDA verder naar rechts te trekken en dienovereenkomstig Verhagen tot nieuwe partijleider te bombarderen. Het resultaat: op het CDA-congres dit weekend werd niet Verhagens droomkandidaat Sjaak van der Tak, maar de vleesgeworden anti-Verhagen met zestig procent van de stemmen tot partijvoorzitster gekozen: Ruth Peetoom, die afgelopen najaar inzake de PVV koos voor het kamp van Verhagens opponent Ab Klink. De stand Klink-Verhagen is daarmee momenteel 6-4, om het in voetbaltermen te gieten.

Ook met de minister voor mislukte helikopterevacuaties zelf loopt het niet echt lekker. “Hillen is over met twee taken,” kopte de NRC vorige week woensdag treffend na afloop van het Sirte-debat. Hillen heeft als leerling-minister intussen, als gevolg van stelselmatige onderschatting van de zwaarte van zijn politieke proefwerken, de nodige vijven op zijn rapport. De aanwezigheid van Rutte en Verhagen bij de Kamerdebatten illustreert dat hij niet zonder huiswerkbegeleiding kan. Of hij met de interne puinhopen op Defensie het eindexamen van de volgende verkiezingen zonder kleerscheuren haalt, valt te betwijfelen.

Hetzelfde geldt voor collega Rosenthal, die zich in de kwestie-Baahrami en de kwestie-Kunduz van zijn meest wereldvreemde studeerkamerzijde heeft laten zien. Dat de grotemensenwereld voorbij Zevenaar in crisistijd niet volgens de regels van zijn voormalige tv-programma functioneert, dringt maar moeizaam tot hem door. Rosenthal lijkt af en toe afkomstig van een andere planeet. Kenmerkend was zijn reactie op de mededeling van een tiental Afghaanse agenten in spe op de voorpagina van de Volkskrant dat zij na afronding van hun politietraining toch echt op wilde Taliban zouden schieten, ongeacht de voorwaarden die Jolande Sap aan haar goedkeuring van de Kunduz-missie had verbonden. De minister van Buitenaardse zaken: het maken van heldere afspraken met Kabul is dus van des te groter belang.


Nu Hillen en Rosenthal als minister zijn blijven zitten, staat de Haagse oppositie inzake mogelijke Nederlandse deelname aan militaire acties tegen Kadhafi voor een dilemma: kan zij, na de ervaring in Sirte, de verantwoordelijkheid daarvoor wel aan deze twee klunzen toevertrouwen?

De oplossing die nu voor dit probleem gezocht wordt, is helaas even wereldvreemd als het gestuntel tot dusver: men zoekt het in nog betere afspraken, in nog verfijndere draaiboeken en protocollen. Maar het Sirte-debacle was geen gevolg van een gebrek aan regels, maar van een gebrek aan hersens. Dat probleem laat zich dus ook niet verhelpen met een andere organisatie, maar alleen met andere personen. In crisissituaties is er geen behoefte aan mensen die trouw de regels volgen, maar aan mensen die op basis van ervaring en intuïtie door alle regels heen durven te breken – indien nodig.

En daarin schuilt een typisch Nederlands taboe: we durven nooit te concluderen dat iemand ongeschikt is voor zijn taak. Dit zagen we al bij Srebrenica. Dat Karremans karakterologisch en psychologisch evident niet tegen Mladic was opgewassen, kon iedereen met een beetje mensenkennis direct zien. Maar de afgang van Dutchbat heette plots niet daaraan te liggen, maar aan het feit dat de telefoonverbindingen niet naar behoren hadden gefunctioneerd.

import thomas von der dunk