Snarentovenaar

De Australische gitarist Tommy Emmanuel kan in zijn hoofd componeren. Dan visualiseert hij de snaren van zijn instrument en wanneer hij in gedachten zijn vingers hun werk laat doen, dan hóórt hij het resultaat. Op die manier componeerde hij Ruby’s Eyes, een stuk dat hij schreef voor een klein meisje dat hij bij toeval op het vliegveld ontmoette. Hij keek haar in de ogen, vroeg: “Hoe heet je?” en bedacht terwijl zijn gitaar in de koffer bleef dit prachtige stuk.

Waarom is dit zo belangrijk? Omdat de songs van technisch hoogbegaafde jazzgitaristen en fingerpickers als Emmanuel vaak alléén maar bestaan uit virtuoze hoogstandjes. Wanneer je los van de gitaar componeert, loop je minder het risico om je te verliezen in technisch machtsvertoon.

Dat is ook weer te horen op Little by Little, het nieuwe dubbelalbum van een van de allerbeste gitaristen ter wereld. Ruby’s Eyes is – net als Emmanuels live-klassiekers The Fingerlakes, The Jolly Swagman en Papa George – voor het eerst te horen in een ingetogen studioversie. Op nieuwe ballads als het beatlesque Halfway Home en het emotionele Tears for Jerusalem benadrukt de gitarist maar weer eens dat hij meer is dan een snarentovenaar. Wat niet wil zeggen dat er op dit album niet wordt getoverd. Samen et getalenteerde collega’s als Doyle Dykes en John Knowles speelt hij dingen waar negentig procent van de gitaristenbevolking alleen maar van kan dromen.

Ruud Meijer