Tolerant, hoe word je dat?

Een radicale moslim die spuugt naar een meisje en ongelovigen haat. Een SGP-Kamerlid dat het land wil regeren volgens de Bijbel, ook al heeft de meerderheid van de bevolking lak aan dat boek. Een dierenactivist die met verf gooit naar iemand in een bontjas. En een PVV-stemmer die zich al ergert wanneer hij een meisje met een hoofddoek in de tram tegenkomt. Al deze mensen hebben moeite met het adagium ‘leven en laten leven’, met tolerantie. Je zou zeggen: niets is makkelijker dan tolerant zijn. Je houdt je bezig met je eigen zaken, vrienden en familie, en laat anderen dat op hun manier doen. Maar als het zo makkelijk was, is het al bijna onmogelijk te spreken van tolerantie. Tolerare betekent in het Latijn immers ‘verdragen’, en alleen iets waar je aanstoot aan neemt, valt te verdragen. Waarom valt dat verdragen veel mensen zo zwaar? En hoe zouden ze toleranter kunnen worden? Denkers en wetenschappers belichten wekelijks een praktisch-filosofische kwestie.

Floris van den Berg, filosoof en directeur van de humanistische denktank Center for Inquiry Low Countries

“Leven en laten leven is moeilijker dan gedacht – bijna niemand doet het. De westerse levensstijl laat veel anderen helemaal niet leven. Door het eten van vlees bijvoorbeeld wordt dieren veel leed toegebracht en sterven zij. Ook schaadt die levenswijze toekomstige generaties en mensen in de Derde Wereld, door ontbossing en broeikasgas-emissie van de intensieve veehouderij. Dierenwelzijnsorganisaties en milieu-beweging wijzen op deze ongemakkelijke waarheid. Het zijn daarom niet zij die intolerant zijn, maar alle mensen die door hun gedrag anderen schaden. Intensieve veehouderij is in mijn optiek een vorm van georganiseerde misdaad, omdat anderen op megaschaal leed wordt berokkend.

Het onder één noemer brengen van orthodoxe gelovigen en milieu- en dierenactivisten is een categoriefout, zo ongeveer als dieven en politieagenten allebei beschuldigen van intolerantie omdat ze beiden de vrijheid van anderen schaden.

Onze moraal kent grote blinde vlekken. Een remedie hiertegen is na te denken over de manier waarop ons handelen anderen schaadt en daarnaar te handelen. Dat betekent dat we onze levensstijl drastisch moeten wijzigen.Tolerantie moeten worden begrensd door een zo groot mogelijke vrijheid van anderen. Dus: alles mag, zolang je anderen niet schaadt.”

Paul Cliteur, hoogleraar rechtswetenschap aan de Universiteit Leiden

“Leven en laten leven is in beginsel al moeilijk omdat mensen, net dieren tenslotte, oneindige behoeften hebben en de ander iets heeft wat je zelf graag wilt hebben. Dus dan pak je dat af. Althans, als je daartoe de kans krijgt en sterk genoeg bent, en als de ander geen sterke broer heeft of de politie op je afstuurt. Wat verklaard moet worden is dus niet dat nog altijd veel intolerantie bestaat. Dat is immers de ‘natuurlijke’ toestand. Wat verklaard zou moeten worden, is dat het gelukt is om in de menselijke samenleving een zekere orde en rust te brengen, een zeker respect voor mijn en dijn, en ook een zekere tolerantie ten aanzien van andermans meningen en gekkigheden.


Ik vind het moeilijk om aan te geven of we ons bewegen in de richting van meer of minder tolerantie. In ieder geval lijkt wel de intolerantie toe te nemen die gemotiveerd wordt vanuit religie. Het religieus terrorisme is daarvan een markant uitvloeisel. In mijn boek Het monotheïstisch dilemma probeer ik dat soort terrorisme te typeren aan de hand van joodse, christelijke en moslimterroristen: Yigal Amir, die Yitzak Rabin vermoordde, Scott Roeder, die een Amerikaanse abortusarts doodde, en Abdulmutallab die een vliegtuig wilde opblazen. Joden- en christendom hebben zich meer losgemaakt van hun schriftuurlijke bronnen dan de islam, maar dat neemt niet weg dat de drie monotheïstische godsdiensten hetzelfde schema volgen. Het komt telkens neer op moeite met de moderniteit. En moderniteit is: individualisme, vrijheid van expressie en gelijkheid als basisbeginselen.”

Jolande Withuis, socioloog en als onderzoeker verbonden aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie

“Het is een typische eigenschap van monotheïstische gelovigen om de hele wereld zo te willen inrichten als zij denken dat goed is. Daar ligt de kern van intolerantie jegens anderen. Niet alleen hun eigen leven, maar ook dat van anderen moet aan hun standaard voldoen. Zij zien de wereld in termen van Goed en Kwaad. Het leven van een ander is dan geen andere leefwijze meer, maar een zonde.

Ook in Nederland hebben we lang gezucht onder wettelijke regelingen die hieraan waren ontleend. Een vrouw die ging trouwen werd ontslagen, een ongehuwde moeder kreeg geen kinderbijslag. Begin twintigste eeuw namen de socialisten dit patroon van achterstelling over: het subsidiëren van de thuiszittende huisvrouw is ook door Wouter Bos niet afgeschaft. Momenteel laten sociaal-democraten de moslimvrouwen in de steek. Ze draaien het argument om: alsof je intolerant zou zijn als je het onprettig vindt dat vrouwen een hoofddoek moeten dragen.


Veel mensen gunnen daarnaast anderen hun vrijheid niet. Voor vrijheid is namelijk moed nodig: je moet tegen onzekerheid kunnen, soms tegen je familie ingaan. Dat durven veel mensen niet, ook al zouden ze willen. Om hun frustratie af te reageren, misgunnen zij het anderen. Een remedie tegen intolerantie is het voortdurend tegenspreken: schrijven, ebatteren, er grappen over maken, maar vooral léven: door je niets aan te trekken van intoleranten, kun je laten zien dat er niets vreselijks gebeurt wanneer je je vrijheid neemt.

De overheid moet ons niet voorschrijven hoe te leven, maar doet dat in praktijk wel: wij zijn met onze aanrechtsubsidie en gebroken schooltijden het achterlijkste land van Europa.”

Isabelle Buhre