Het eerste hoofddoekje in de Kamer

Wanneer kwam voor het eerst in de Tweede Kamer het hoofddoekje in het onderwijs voorbij? Dat was op vrijdag 8 februari 1985. Het PvdA-Kamerlid David van Ooijen, tevens Dominicaner Pater, stelde toen schriftelijke vragen aan minister van Onderwijs Wim Deetman (CDA) over een hoofddoekjesverbod in Alphen aan den Rijn. “Dit ondersteunt mijn mening, dat het verbieden aan leerlingen een hoofddoekje te dragen niet past in onze huidige samenleving.”

In 1985 besloot het Alphense college tot het instellen van een hoofddoekenverbod op openbare scholen. De wethouder van Onderwijs destijds: “Dat is geen verplichting uit de Koran, het is iets wat islamitische vrouwen kunnen, niet móeten doen. We hebben de zaak wel degelijk onderzocht en onze deskundige is een professor uit Leiden, die de Koran heel goed heeft bestudeerd.”

Die wethouder in kwestie ging nog een stap verder. Hij sprak namelijk met de christelijke scholen in Alphen af dat mochten de gehoofddoekte meisjes daar onderwijs zouden willen volgen óók daar een hoofddoekverbod zou gelden. “Ten einde te bereiken,” aldus Van Ooijen, “dat leden van de islamitische gemeenschap ter plaatse worden gedwongen zich bij de interpretatie van de Koran als door het gemeentebestuur aanvaard, neer te leggen.”

Van Ooijen wilde dat Deetman het gemeentebestuur ter verantwoording zou roepen en bevorderen dat  ‘leerlingen in de openbare scholen, indien zij of hun ouders dat wensen, een voor de voortgang van het onderwijs niet bezwaarlijk hoofddeksel kunnen dragen’. Deetman ging met alle punten akkoord.

De eerste Kamervragen over een hoofddoekje vindt u hier. Met dank aan Jan Dirk Snel die ons wees op dit stukje parlementaire geschiedenis.

Bas Paternotte