De kleine Napoleon

Toen ik vorige week opschreef dat we nog veel meer instant-interventies tegemoet gingen, kon ik niet vermoeden dat dit zo snel bewaarheid zou worden. Opnieuw was het Nicolas Sarkozy die het initiatief nam, nu in West-Afrika, waar de Ivoriaanse president Laurent Gbagbo werd gesommeerd om zijn bunker te verlaten en plaats te maken voor de democratisch gekozen Alassane Ouatarra. Frankrijk is daardoor ineens op drie fronten actief: in Ivoorkust, Libië en Afghanistan. Gekkenwerk, volgens strategen, maar misschien verloopt de operatie in Abidjan zo snel dat we die volgende week weer zijn vergeten. Lef kun je Sarko niet ontzeggen. In Washington roeren de mensenrechters in het Obama-kamp zich en bestaat het idee dat Amerika na de massamoorden in Rwanda en Burundi in 1994 nog wat goed te maken heeft. Dat mogen ook de Fransen (en Belgen) zich aantrekken, want hun blauwhelmen stonden er hulpeloos bij. Daar zit meteen het probleem, want ook in Ivoorkust zaten al Franse en VN-troepen die de orde niet konden bewaren. Zal dat straks beter gaan? Wie de beelden ziet van moordende bendes kan daar weinig fiducie in hebben. De nieuwe president is netjes gekozen, maar dat was de oude ook, en corruptie mag dan een vloek zijn, maar zonder corruptie gaat het helemaal niet.

Het is in Afrika nog steeds zo dat de man met de grootste zak geld de beste milities heeft, waarna het roven verder kan gaan. Ivoorkust was een van de betere landen van Afrika, en de nieuwe president was ooit topman van het IMF, maar dat was vroeger. Vroeger was Afrika ook wingebied voor missionarissen, maar met rechtschapenheid win je geen zieltjes als het geweld vrij spel heeft. Inmiddels is Afrika voor de meeste Europese landen een stiefkind waar ze niks mee te maken willen hebben. Het kolonialisme maakt geen warme herinneringen los. Onder Tony Blair grepen de Britten humanitair in Sierra Leone in, maar alleen Frankrijk had een serieus Afrika-beleid. Diverse presidenten onderhiel-den goede betrekkingen met lokale potentaten. Valéry Giscard d’Estaing was bevriend met ‘keizer’ Bokassa van de Centraal-Afrikaanse Republiek; het museum van François Mitterrand staat vol opgezette roofdieren die hij van Afrikaanse leiders cadeau kreeg; Jacques Chirac liet zich er graag toejuichen; Sarkozy ontving kolonel Kadhafi, die hij nu laat beschieten, in 2007 nog op het Elysée. Dan is het een hele ommezwaai dat de Fransen zich ineens als humanitaire kampioenen opwerpen. Sterker, dat vinden ze zelf ook.

Niemand ontwaart nog enige geopolitieke logica, bijvoorbeeld dat Frankrijk zijn exclusieve jachtterrein in gevaar ziet nu China in Afrika naar grondstoffen op zoek is. In de nobele wilde geloven we niet meer, maar in Frankrijk zijn nog wel nobele intellectuelen. Daar heeft de filosoof Bernard-Henry Lévy, beter bekend als BHL, het oor van de president. Het is makkelijk cynisch over BHL te doen, als showfiguur die steeds de aandacht van de media zoekt (en krijgt), maar hij neemt ook ongemakkelijke standpunten in. BHL maakt er geen geheim van dat hij Sarkozy heeft overgehaald om de rebellen in Benghazi te hulp te schieten om een massamoord te voorkomen. In het normale diplomatieke verkeer hou je over zulke dingen je mond, maar BHL doet niet aan discretie. Een zeer publiek intellectueel. Gek is het wel, een president die zich op sleeptouw laat nemen door een filosoof die niet eens voor de regering werkt. Alsof de dagen van Voltaire, die met de koning van Pruisen correspondeerde, zijn teruggekeerd. In Berlijn zijn ze nu minder opgetogen over de Verlichting en de rol van Sarkozy. Het avonturisme van ‘de kleine Napoleon’ wekt irritatie. In Libië kreeg Parijs de Duitsers niet mee, en tot de interventie in Ivoorkust besloten de Fransen wederom zelf. Over kosten geen woord. Wees niet verbaasd als Sarkozy vindt dat die voor rekening van Europa komen, want Frankrijk heeft in Afrika verantwoordelijkheid genomen, ook in onze naam.

import dirk jan van baar