Een leger leger

De Leopard-tanks gaan eruit, evenals de Cougar-transporthelikopters, een flink aantal F-16’s en ook duizenden manschappen. Voor dit kabinet is regeren bezuinigen, en dat geldt ook voor Defensieminister Hans Hillen (CDA). Zijn leger moet leger. In totaal stelt Hillen 11 procent aan bezuinigingen voor. Elke bezuinigingsexercitie, of het nu om onderwijs of defensie gaat, begint met de vraag: wat hebben we minimaal nodig? Minister Hillen kan het antwoord op die vragen gek genoeg niet helemaal zelf formuleren, maar is afhankelijk van wat andere landen vinden, en van wat ze zelf doen. Dat komt omdat het antwoord op de vraag hoe groot de Nederlandse strijdkrachten moeten zijn, allang niet meer is: groot genoeg om ons land te kunnen verdedigen tegen aanvallen van buitenaf. Kleine aanvallen moeten we weliswaar zelf kunnen afslaan, maar dankzij het lidmaatschap van de NAVO kan Nederland bij grote problemen rekenen op steun van bondgenoten. En dat is – we blijven een klein land – maar goed ook. Het antwoord op de vraag hoe groot de Nederlandse strijdkrachten moeten zijn, is dus afhankelijk van hoe andere landen daar tegenaan kijken. We moeten een geloofwaardige en trouwe bondgenoot zijn om te kunnen rekenen op steun als we die nodig hebben.

Daarnaast spelen economische belangen een rol. We zijn de zestiende economie in de wereld en het negende exportland (op landbouwgebied zelfs derde). Dan is het belangrijk om af en toe aan te schuiven bij de G20, en om serieus genomen te worden op het internationale politieke toneel. Dat wordt allemaal deels bepaald door onze bijdrage aan internationale organisaties als de NAVO en aan internationale vredesoperaties. Nederland heeft er dus belang bij een braaf jongetje te zijn in de NAVO-klas. Maar hoe braaf zijn we? Op basis van de cijfers luidt het antwoord: niet zo heel erg. In 2010 gaf Nederland 1,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp) uit aan defensie. Dat is minder dan het gemiddelde van de NAVO-landen (3,3 procent), minder dan de 2 procent die de NAVO vraagt, en ook minder dan het gemiddelde van de Europese NAVO-partners (1,7 procent). Nederland geeft niet alleen minder uit aan defensie dan het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, maar ook dan Turkije, Portugal, Polen, Noorwegen en Griekenland (en overigens evenveel als Duitsland en ItaliĆ«). De Verenigde Staten stijgen met 5,1 procent van het bbp ver uit boven de andere NAVO-landen. De andere NAVO-landen, en vooral de Verenigde Staten, zullen zeker wat vinden van de bezuinigingen van Hillen. Wat precies, hangt niet alleen af van wat we aan defensie uitgeven, maar ook van hoe we het inzetten. Bij vredesmissies en humanitaire acties was Nederland in verhouding tot het bbp tot voor kort het zesde land van de NAVO met z’n inzet.

Maar premier Mark Rutte heeft al aangegeven dat een bijdrage zoals geleverd in Afghanistan in de toekomst moeilijk zal worden. Hoe andere landen de bezuinigingen van Hillen beoordelen, zal ook afhangen van wat ze zelf doen. Als ook zij hard bezuinigen, hoeft de positie van Nederland niet te verslechteren (de totale slagkracht van de NAVO doet dat dan natuurlijk wel). Het slagveld van de defensiebezuinigen is nog moeilijk te overzien, en daarom is het voor Hillen lastig om het sommetje te maken en antwoord te geven op de vraag of hij niet te ver gaat. Groot-Brittanniƫ kondigde vorig jaar aan 8,5 procent in het defensiebudget te gaan snijden, in de Verenigde Staten liggen voorstellen op tafel die neerkomen op dik 10 procent. Wat dat betreft loopt Hillen met zijn 11 procent dus amper uit de pas. Maar wat de rest van Europa gaat doen, en of daar nog meer gekort gaat worden dan bij ons, is nog onduidelijk.

import esther van rijswijk