Hans Ubbink: ‘Mijn oude Peugeot is intelligent’

De eerste keer dat hij achter het stuur zat, was op tienjarige leeftijd: toen stal hij de auto van zijn moeder en reed hij er een eindje mee langs het Amsterdam-Rijnkanaal. De DAF leed er niet onder: slechts een klein deukje. Zijn ouders ook niet – “Die waren niet echt kwaad” – en Hans Ubbink zelf al helemaal niet. Maar de illegale tochtjes, want het bleef niet bij deze eerste keer, hadden wel een nadeel toen hij zijn rijexamen deed. Hij zakte, omdat de instructeur de achttienjarige Ubbink te zelfverzekerd vond rijden. Als Hans niet in een auto zat, zat hij ze wel te tekenen. Ubbink: “Eerst supersonische modellen, later werden de ontwerpen sierlijker, leken ze meer op modellen uit de jaren twintig.” Zijn eerste echte auto customizede hij net zolang totdat deze Datsun 100 A er stoer en snel genoeg uitzag. Veel plezier beleefde hij aan zijn Volvo 240 Polar: “Een ontwerp zoals een klein kind een auto tekent. Hoekig, vierkant, uit één stuk gemaakt.”

De modeontwerper heeft niet veel op met de huidige esthetiek van autodesign. Ubbink: “Het is me allemaal te groot, te vijandig, te imponerend, onmenselijk. Neem die BMW X6 M met zwart geblindeerde ramen: simpelweg intimiderend. Daar is niets elegants aan. Misschien moet ik een uitzondering maken voor – ja, het is een open deur – de Quattroporte van Maserati.”

Sierlijkheid gecombineerd met rijplezier, dat ervaart hij wel met het verrassingscadeau van zijn vrouw en kinderen toen hij veertig werd: een Peugeot 504 Coupé uit 1974. Ubbink: “Dit is voor mij perfectie op wielen. Je rijdt ontspannen, het is geen ‘kijk mij eens’-auto, hij is sportief, elegant en – als je dat kunt zeggen – intelligent. Het is een fossiel, een jongensdroom, een herinnering aan de tijd dat alles nog mooi was. Maar je hebt er alleen plezier van als je erin blijft rijden, en daarvoor moet je zelf ‘technisch zijn’ met auto’s.” Dat is hij niet, en dus rijdt hij niet meer in zijn droom. Na de laatste kostbare reparaties kwam Ubbink er al rijdende achter dat de remmen weigerden en de ontwaseming niet werkte. En dat is dus het vervelende aan oldtimers: je weet nooit zeker of je wel op tijd komt. Ubbink: “Vintage cars zijn een genotmiddel, nieuwe auto’s een gebruiksmiddel.” Daarom rijdt hij voor zijn werk in een BMW 5-serie Touring. Efficiënt, comfortabel, en er kan veel in. Ubbink: “Ik rij niet echt graag auto. Ik wil niet ergens naartoe, ik wil ergens zíjn.”

Hij weet niet goed wat hij met zijn 504 Coupé moet doen. Die schuilt nu eenzaam en alleen in de loods bij zijn kantoor. Ubbink: “Als ik hem zo laat staan, dan valt hij over tien jaar vanzelf uit elkaar. Ans, mijn vrouw, vindt dat ik hem moet verkopen, maar ik wil zo graag vasthouden aan de droom.”


Bouwjaar: 1974

Motorinhoud: 1.971 cc

Gewicht: 1210 kg

Vermogen: 76 kw

Topsnelheid: 179 km/u

Acceleratie: onbekend

Verbruik: onbekend

Aanschafprijs: 27.348

Erik Zwaga