Hemingway, bijna dan

Twee jaar geleden zag ik Gilles Borrie, oud-burgemeester van Eindhoven, in de Amsterdamse universiteitsbibliotheek exemplaren uitdelen van Herinneringen en ontmoetingen, een nogal onbescheiden autobiografie die hij zelf had laten drukken. “Ook zijn lidmaatschap van de Raad voor de Verkeersveiligheid en zijn jarenlange omgang met Pieter van Vollenhoven komen ter sprake,” meldde de flaptekst.

Erger kan niet, dacht ik. Tot ik Lerend leven las, het zojuist verschenen boekje van PvdA-coryfee Ruud Vreeman, die eind 2009 door een stommiteit zijn baan als burgemeester van Tilburg verspeelde.

Op het omslag van Lerend leven heeft Vreeman – montuurloze bril op de aardappelneus, donkerblauw confectiepak – een grote foto van zichzelf laten afdrukken. In het boek zijn meer foto’s van hemzelf te vinden: Vreeman met Máxima en Willem Alexander, Vreeman met Wim Kok, Vreeman met Freek de Jonge, enzovoorts.

Lerend leven begint op Key West, het eiland bij Florida waar Vreeman na het abrupte einde van zijn burgemeestersloopbaan naartoe is gegaan. Hij bevindt zich in Sloppy Joe’s, een bar waar Hemingway ook vaak kwam. Luisterend naar een bluesbandje denkt Vreeman ‘in de geest van Hemingway’ over zijn leven na en realiseert hij zich hoeveel goede dingen hij heeft gedaan. Op jonge leeftijd al, toen hij nog ‘hockeykeeper’ was. Zonder het te weten, inspireerde hij collega-hockeykeeper Maurits Hendriks, die daardoor uiteindelijk ‘een zeer succesvol hockeycoach in Spanje werd’.

Hoe gelukkig maakte hij zijn oud-leraar Jaap Meijer door het in ‘een artikel in NRC’ voor hem op te nemen nadat hij door zoon Ischa was beschimpt? Toen Meijer overleed, ‘lag de opengeslagen NRC met mijn artikel’ naast zijn sterfbed.

In zijn Groningse studententijd kwam Vreeman op voor fabrieksarbeiders door onderzoek te doen naar ‘de gevolgen van de invoering van een volcontinu systeem in de strokartonindustrie’. Na zijn studie werkte hij bij industriebond FNV, maar vertrok daar omdat op een ‘niet integere manier’ met hem werd omgegaan.

Na een kortstondig Kamerlidmaatschap werd hij burgemeester van Zaanstad. Wat hij daar al niet realiseerde! Het theater natuurlijk, waar men vanwege een kostenoverschrijding ongelukkig mee was. “Toen het prachtige theater er stond, was het doorlopend zeer goed gevuld en hoorde je de Zaankanters niet meer.” En passant regelde hij een nieuw herdenkingsmonument, rehabiliteerde hij een kunstenaar en smoorde hij met één opmerking het verzet tegen een asielzoekerscentrum (‘en de stemming in de zaal sloeg om naar genuanceerdheid’). Aan populisme had hij een gruwelijke hekel. Al in 1993 waarschuwde hij er voor. ‘Gematigdheid en medemenselijkheid’, dat was altijd zijn motto geweest.


Toen hij burgemeester van Tilburg was en de KNVB hem vroeg of in zijn stad Jong Marokko tegen Jong Oranje mocht spelen, zei hij direct ja. De wedstrijd liep totaal uit de hand, maar gelukkig ‘was er een grote schaamte bij de Marokkanen in Tilburg’.

In Tilburg mochten ze blij zijn dat hij was gekomen – eigenlijk zou hij in 2003 voorzitter van NOC*NSF worden. Dat de keuze viel op Erica Terpstra, kwam door een directeur en een bestuurslid ‘die een achterbakse rol hadden gespeeld tijdens de verkiezingscampagne’. Dus was het volstrekt logisch dat hij de gemeenteraad niet informeerde over gestegen verbouwingskosten van het plaatselijke theater; er liep immers een corruptieonderzoek naar raadslid Hans Smolders. Had hij de raad wel geïnformeerd, dan was er een ‘instabiele politieke situatie’ ontstaan.

In Sloppy Joe’s dacht Vreeman nog eens na over al zijn kwaliteiten die hij had kunnen ontwikkelen, ‘in lijn met mijn capaciteiten’. Waarom vinden anderen hem dan een norse regent? Vreeman vermoedt dat zijn uiterlijk mensen op het verkeerde been zet; zijn goede vriend Ad Melkert heeft daar ook last van. Terwijl dat net zo’n ‘geestige, erudiete en moedige man’ is als hij.

import joris van casteren