Lenteplaat

Wat de labels Blue Note en Verve voor Amerika zijn, is ECM al veertig jaar voor Europa. Voor sommigen is de merknaam (heel vaak onterecht, overigens) zelfs een genreaanduiding geworden voor ijle, dromerige, impressionistische jazz. Hoewel Amerikanen als Keith Jarrett, Dave Holland en Pat Metheny het label groot maakten, heeft ECM zich de afgelopen twee decennia toch voornamelijk ontwikkeld als een platform voor jonge, Noord-Europese muzikanten.

In 2001 werd Susanne Abbuehl gelanceerd als de eerste Nederlandse die voor dit kwaliteits-label een album mocht opnemen. Eigenlijk was dat een beetje valsspelen, want de in Nederland woonachtige zangeres was eigenlijk van Zwitserse komaf. Maar nu Wolfert Brederode, Abbuehls vaste pianist, ook is opgenomen in de ECM-stal, hebben we echt een reden om trots te zijn. Na zijn goed ontvangen debuut-cd Currents komt Brederode nu met zijn tweede, Post Scriptum. Samen met de Zwitserse Abbuehl-drummer Samuel Rohrer, de eveneens Zwitserse klarinettist Claudio Punti en de Noorse bassist Mats Eilertsen maakt Brederode melodieuze improvisatiemuziek die een verrijking is voor de Europese school. Zijn composities, zoals het beeldschone openingstuk Meander – die titel zegt alles over het verloop van de melodielijn – zijn beeldend en open en laten alle ruimte voor de solisten. Post Scriptum is een echte lenteplaat geworden, waarin de klanken van de vier instrumenten als de knoppen in de bloesembomen bijna pijnlijk op barsten staan. En het is de spanningsboog die leidt naar het moment van uitbundige ontluiking die dit veelkleurige album zo bijzonder maakt.

Ruud Meijer