Rechter Judas

Elke week één artikel uit HP/De Tijd in zijn geheel op de website. Deze week de column van Joris van Casteren. Het uilskuiken van de week: Wouter van Andel.

Twee grote schurken had rechter Rino Verpalen op vrijdag 18 maart jongstleden tegenover zich zitten. Witteboordenboeven die hun moeder nog zouden doorverkopen, mocht dat winst opleveren. Met enkele andere verdachten in de vastgoedfraudezaak – het zogenoemde Klimop-onderzoek – stonden Hans van Tartwijk en zijn onderdaan Dennis L. terecht voor het roven van miljoenen uit onder meer het pensioenfonds van Philips.
Gedurende het onderzoek, dat in 2006 begon, klaagde Van Tartwijk dat ‘de media’ hem al hadden veroordeeld. Met de buitenwereld wenste hij alleen nog via zijn weblog te communiceren.
Op dat weblog schreef hij hoe zwaar het leven voor hem en zijn vrouw was geworden na zijn arrestatie in 2007. “Klinkklare leugens en onwaarheden worden voor waar aangenomen. Het verhaal is uit de hand gelopen en (zeker wat ons en onze rol betreft) tot enorme proporties opgeblazen.”
Tevens voorzag hij op dat weblog het nieuws van commentaar. Zo vond hij dat er niet gezanikt moest worden over het inkomen van topmannen, die hard werkten voor hun bonussen. “Met dat geld kunnen ze andere dromen waarmaken. Een betere opleiding voor de kinderen, een groter huis met een tuin, het steunen van goede doelen. Misschien wel een paard voor dochterlief.”
In wezen waren deze topmannen slachtoffer van dezelfde ‘Hollandse onderbuikgevoelens’ als hij en z’n kompaan Dennis. Van Tartwijk had in januari nota bene voor tonnen geschikt, wat vooral niet opgevat diende te worden als schuldbekentenis. En nog steeds moest hij terechtstaan voor witwassen, valsheid in geschrifte en deelname aan een criminele organisatie.
Die vrijdag in de Haarlemse rechtbank keek Van Tartwijk nors voor zich uit, op vragen wenste hij geen antwoord te geven. Aan het einde van de lange zittingsdag gooide rechter Verpalen het over een andere boeg. Hij vroeg Van Tartwijk en Dennis L. of zij weleens van Hiëronymus van Alphen hadden gehoord.
Natuurlijk had Van Tartwijk geen idee wie Van Alphen was, maar op zijn weblog schreef hij ook weleens over kunst en cultuur – de nieuwe cd van Madonna, een boek van Leon de Winter – en met al die journalisten erbij wilde hij niet overkomen als de domoor die hij nu eenmaal is. “Ik beroep me op mijn zwijgrecht,” zei hij daarom.
Verpalen legde uit dat Van Alphen een dichtende jurist uit de achttiende eeuw was, en citeerde daarop diens bekende vers De Pruimeboom. Tijdens het bestuderen van het Klimop-dossier had Verpalen vaak aan dat gedicht over de ogenschijnlijk inhalige Jantje moeten denken.
In de pauze overlegde Van Tartwijk ijverig met zijn advocaat. Waarom was die rechter in vredesnaam over een gedicht met peren begonnen? Bedoelde hij soms dat Van Tartwijk Jantje was en de peren de verdwenen miljoenen? Dan was het vooringenomenheid; een uitgelezen kans om Verpalen te wraken en het slepende proces verder te vertragen.
Het wrakingsverzoek werd behandeld door de Haarlemse wrakingskamer. Aan het hoofd daarvan stond rechter Wouter van Andel, een minder bekende collega van Verpalen. Tot ieders verbijstering wees die het verzoek om wraking toe.
Rechter gewraakt wegens declameren gedicht: dankzij Van Andel bereikt de rechterlijke macht in Nederland een nieuw dieptepunt. Nog afgezien van het feit dat Jantje uit het gedicht zich beheerst en de peren níet plukt, wat bezielde Van Andel het fantasieloze Zuidas-opportunisme van types als Van Tartwijk te belonen?
Werd Van Andel, rechter in de schaduw van Verpalen, soms gedreven door jaloezie? Wilde hij zijn gewaardeerde collega, die het succesvolle Bajesboek schreef en die furore maakte in het Holleeder-proces, op deze wijze pootje lichten? Hij mag een week uilskuiken zijn, daarna moet hij snel worden vergeten.

Joris van Casteren