De puinruimer van Platini

De Europese topclubs zuchten onder een schuldenlast van miljarden euro’s. Voormalig Belgisch premier Jean-Luc Dehaene gaat voor de UEFA een eind maken aan het hardnekkige casinogedrag. ‘Aan clubs die de regels omzeilen, gaan we krabben.’

Wie de ogen van Jean-Luc Dehaene (1940) wil zien twinkelen, moet over voetbal beginnen. “Ik pik zo veel mogelijk wedstrijden mee. Dit seizoen was ik bij de match tussen Manchester United en Valencia, net als bij Arsenal-Barcelona. Ik blijf een fervent liefhebber.” Met echtgenote Celie mist hij nog altijd nauwelijks een thuiswedstrijd van zíjn Club Brugge. Zijn ploeg staat in de afsluitende play-offs van de Belgische competitie op de derde plaats, maar Dehaene hoopt nog stiekem op het kampioenschap. “Begin dit jaar had ik er geen centime voor gegeven, maar we zitten weer in het spel.”

In zijn lange politieke carrière maakte Dehaene alles mee: Eerste Minister van 1992 tot 1999, in 2007 en 2009 door koning Albert ingeroepen om het land als erkend onderhandelaar uit de aanhoudende politieke crisis te loodsen, sinds de kredietcrisis tevens bestuursvoorzitter bij de geplaagde Dexia Bank. Onder veel meer. In augustus wordt hij 71. Toch veert Dehaene vooral op als de meest recente voetbalkrakers ter sprake komen. “Dat is waarom ik ondanks herhaalde verzoeken nooit bestuurder bij een club ben geworden. Ik wil me er niet druk om maken dat een doelpunt ook één of twee miljoen euro extra voor de clubkas kan betekenen – ik wil honderd procent van wedstrijden kunnen genieten.”

De christen-democraat Dehaene geeft sinds kort leiding aan het Club Financial Control Panel, een gezelschap van deskundigen dat in opdracht van de eind maart herkozen UEFA-voorzitter Michel Platini nu eindelijk eens orde moet scheppen in de Europese voetbalfinanciën. Financial Fair Play is de komende vier jaar het stokpaardje van de Franse oud-voetballer, en het is aan het team van Dehaene om te controleren of de clubs zich echt aan Platini’s nieuwe regels zullen houden. Vanaf het seizoen 2013-2014 mogen clubs geen cent méér uitgeven dan ze binnenkrijgen, anders komen ze de Europese competities niet meer in. Dat geldt ook voor clubs met grote schulden, of met een rijke suikeroom die onrealistisch veel geld investeert.


Ambitieuze plannen, die Dehaene wel wil toelichten op zijn werkkamer op de achtste verdieping van het Europees Parlementsgebouw – de oud-voorman van het CD&V is sinds 2004 Europarlementariër.

Mogen we u nu de waakhond van het Europese voetbal noemen?

“Nou, onze rol beperkt zich in eerste instantie tot het nagaan of licenties door de nationale bonden juist worden verleend. Volgens het vijf jaar geleden ingevoerde licentiesysteem moeten clubs nu telkens op 31 december aan duidelijke financiële voorwaarden voldoen. De UEFA controleerde dat eerst zelf, maar sinds afgelopen jaar voert ons panel de controles uit. De nieuwe regels voor Financial Fair Play, die wij zullen controleren, liggen in het verlengde van het licentiesysteem. In plaats van één momentopname kijken we voortaan naar een film, zo u wilt, over een langere periode. Want de UEFA stelde toch vaak vast dat clubs op 31 december geen – verboden – schulden hadden aan de fiscus of aan andere clubs na aankoop van spelers, maar veertien dagen later weer wel.

“Vanaf september beginnen we met een voorbereidende fase van twee seizoenen. We nemen een representatieve sample van grote en kleinere clubs die Europees voetbal spelen. Zij moeten meerdere keren per jaar door accountants gecontroleerde financiële cijfers naar de UEFA sturen. De bond zal financiële uitschieters dan aan ons panel voorleggen, waarna wij met de clubs gaan praten.”

Het zijn nu juist de clubs met de grootste schulden die het verst komen in de Champions League. Gaat u over twee jaar echt Real Madrid of Barcelona buiten de competitie houden?

“Over individuele clubs kan ik me op dit moment niet uitlaten. De eerste gegevens moeten nog bij het panel binnenkomen. Maar in het algemeen zijn het juist de belangrijkste Europese clubs voor wie alle regels zullen gelden – kleinere clubs hebben wellicht minder moeite met de grens van maximaal vijf miljoen euro verlies. Dus ook de clubs die u noemt gaan we nakijken. Voor mij is straks vooral belangrijk: als we een club tot de orde roepen, hoe is de financiële situatie precies en welke plannen heeft men om de problemen over meerdere jaren echt te tackelen? Wie na drie seizoenen nog niet aan alle regels kan voldoen, moet wel de structurele maatregelen hebben genomen om er binnen redelijke termijn te komen.”


Dus zolang ze begonnen zijn met saneren, zitten ze veilig?

“Zo zou je het kunnen stellen. Een belangrijk criterium zal zijn: zien we dat clubs de juiste weg bewandelen?”

Denkt u dat veel teams straks uitgesloten zullen worden?

“Ik denk dat het vooral belangrijk is dat bestuurders ervan overtuigd zijn dat die kans bestaat. De inkomsten uit Europese competities zijn voor hen een zeer belangrijke bron van inkomsten. Ik zou als club niet het risico nemen dat te verliezen, omdat je denkt dat de UEFA toch niet zal durven. Als clubs de regels overtreden, gaat dat gevolgen hebben. Daarbij hoeven we overigens niet meteen te grijpen naar de atoombom van een Europese uitsluiting. De UEFA moet andere mogelijke sancties nog specifiek gaan omschrijven. Je kunt er ook aan denken dat nieuw gekochte spelers niet mogen meespelen als blijkt dat clubs hun eigenlijk niet konden betalen. Het gaat niet alleen om de ultieme sanctie – u zit hier niet met een vampier die alleen gelukkig is wanneer hij bloed ziet. Ik ben straks vooral gelukkig als we inderdaad meer financieel evenwicht in het voetbal krijgen. En de clubs zeggen dat ze willen meewerken, dus ogenschijnlijk staan alle neuzen dezelfde kant op.”

Liverpool kocht in januari wel Luis Suarez voor 26,5 miljoen euro van Ajax, ondanks een schuld van honderden miljoenen. Die club is blijkbaar nog niet bang voor uw panel.

“Daar kan ik niet op reageren. Wij oordelen pas als we dossiers over meerdere jaren hebben opgebouwd.”

Moet er een einde komen aan die extreme transferbedragen?

“Michel Platini heeft bij zijn aantreden al duidelijk gesteld dat het uiteindelijke doel is om die hoge transferbedragen en hoge lonen te beperken. Maar daarin is de weg van het globale financiële evenwicht gekozen boven de weg die veel Amerikaanse sportbonden hebben gekozen, met de invoering van een salarisplafond. Of dat het juiste effect gaat hebben, moeten we afwachten.”


Financial Fair Play klinkt mooi, maar clubs houden zich nu toch ook niet aan de regels? De gezamenlijke schuld bedroeg in 2009 ruim 5,6 miljard euro, het totale verlies was dat jaar 1,2 miljard. Clubs als Manchester United en Barcelona hebben honderden miljoenen aan schulden…

“…en toch krijgen ze een licentie. Daaruit blijkt dat ze volgens de nationale bonden geen regels overtraden.”

Dat is precies waar veel Nederlandse clubs over klagen: dat de KNVB de financiën streng controleert, terwijl clubs in Spanje ondanks torenhoge schulden heel gemakkelijk een licentie krijgen. En dus dure spelers kunnen blijven kopen.

“Ja, maar daarom is Spanje ook tegen de lamp gelopen. We hebben voor dit seizoen aan de UEFA geadviseerd om Mallorca niet te laten starten in de Europa League. Tegelijk hebben we een heel kritisch rapport over de licentiegever gemaakt. De Spaanse voetbalbond heeft een boete gekregen met het vriendelijke verzoek zijn systeem ‘op punt te stellen’. Bij de controles maken we ook opmerkingen over de licentiegevers, en ook voor de bonden kunnen we een sanctie voorstellen.”

Betekenen de strengere regels het einde van de invloed van multimiljardairs als Roman Abramovich, nu zulke weldoeners nog maximaal dertig miljoen euro per jaar in een club mogen steken?

“Daar zit straks een grens aan. Maar er is een enorm verschil tussen degene die zijn geld echt in de club steekt en iemand die de hele club kapitaliseert.”

Wat is dat verschil?

“Vergelijk het met het bedrijfsleven: aandeelhouders zijn daar ook niet in de positie om hun geld te kunnen terugtrekken wanneer ze dat zouden willen. Ze moeten aan allerlei boekhoudkundige regels voldoen. Dat geldt nu ook voor de clubs: de winst- en verliesrekening moet kloppen. Het geld dat clubs uitgeven, moet voortkomen uit hun eigenlijke business. Over de interpretatie van die regel kan nog discussie ontstaan; ik kan me ook voorstellen dat we de regels hier en daar nog wat moeten verduidelijken of aanpassen. Maar het belangrijkste is: werken clubs netjes mee of probeert men loopholes te vinden om de regels te omzeilen?”


Die loopholes gaan ze vast zoeken.

“Vast. Kent u één reglementering waarbij men dat niet doet? Het zal erop aankomen dat clubs laten zien dat ze er werk van willen maken. Ik denk dat clubs uit landen waar het licentiesysteem tot nu toe goed is toegepast, zoals België en Duitsland, het gemakkelijker gaan hebben dan clubs uit landen waar men het met de licentie niet zo nauw neemt.”

Hoe zit dat dan met de Oost-Europese landen? Clubs uit Rusland en Oekraïne boeken ineens grote Europese successen dankzij steenrijke zakenlui die als geldschieter optreden.

“Ja, maar ook die zullen aan dezelfde regels moeten voldoen als de rest.”

En wat als ze hun miljoenen straks gewoon als ‘sponsoring’ in de club steken?

“Dat is juist een van die loopholes. Als clubs via een sponsorcontract de regels proberen te omzeilen, zullen we daar aan gaan krabben, om het zo te zeggen. Bij dit verhaal is echter steeds één uitzondering: investeringen in jeugdopleiding en infrastructuur mogen wel groter zijn dan de inkomsten. Jeugdteams en goed onderhouden stadions zijn voor de toekomst van het voetbal enorm belangrijk.”

Betekenen de nieuwe regels ook dat Nederlandse en Belgische clubs straks misschien weer de Champions League kunnen winnen?

“Tja, we moeten ons geen illusies maken. We hebben het hier over gelijke kansen, dat is niet hetzelfde als financiële gelijkheid. Eerder deze maand was ik bij de verloren thuismatch van Real Madrid tegen Sporting Gijón. Een gewone competitiewedstrijd, gespeeld voor 80.000 toeschouwers. Mijn eigen Club haalt thuis met moeite de 25.000 – dat is toch heel wat anders. En in landen als Spanje, Italië, Engeland, Duitsland en ook Frankrijk blijven de televisierechten een stuk meer opbrengen dan bij ons.”


Wordt het dan toch niet eens tijd voor een gezamenlijke Benelux-league?

“Dat lijkt op zich een goed idee. Maar ik betwijfel zeer of zoiets op korte termijn te realiseren valt. De belangen van de clubs en de bonden vormen doorgaans een vrij rigide geheel. Als ik al zie hoe moeilijk het in mijn eigen land is om enige modernisering in het beleid door te voeren…”

Op voetbalgebied, bedoelt u?

“Ja.”

We hebben het nog helemaal niet over de Belgische politiek gehad.

“Nee. Voetbal en politiek, die twee dingen meng ik nooit.”

Een demonstratieve blik op de Blackberry, die tot dat moment onberoerd op tafel lag, volgt. Met de blik op het apparaat: “Ik geef geen commentaar over de Belgische situatie. Niet in eigen land, niet in het buitenland. Daar moet ik niet aan beginnen.”

Daar wilt u het niet over hebben?

“Nee. Ik word ‘om de vijf voet’ gevraagd om er interviews over te geven, maar dat doe ik niet. Het is nu aan een nieuwe politieke generatie. Ik wil me niet in een situatie begeven waarin ik commentaar ga geven als de man die het allemaal al heeft meegemaakt.”

Vrolijk: “Toen ik jong was, was ik ook niet gediend van het commentaar van ouderen.”

Maar u staat toch niet helemaal aan de zijlijn? Vorig jaar was u nog koninklijk onderhandelaar.

“Ik heb onmiddellijk na de uitslag van de laatste verkiezingen (in juni vorig jaar, – SV) gezegd dat het vanaf toen helemaal aan de nieuwe generatie was.”

Maar uw land zit inmiddels een jaar zonder echte regering. Dat moet u toch aan het hart gaan?

“Ik heb meer een déjà-vugevoel dan wat anders. In de jaren zeventig hebben we gelijkaardige situaties gekend. Deze situatie is niet wenselijk, maar om er nu dramatisch over te doen… neen.”


In november 2009 vroeg koning Albert II aan Dehaene om, na het aantreden van de tijdelijke regering-Leterme II, als koninklijk onderhandelaar een uitweg uit de aanhoudende staatsrechtelijke impasse te zoeken. Vóór Pasen 2010 zou Dehaene met een plan komen, maar de Vlaamse en Waalse partijen bleken niet op één lijn te krijgen, waardoor de net aangetreden overgangsregering op 26 april alweer viel. Sindsdien zijn er wel verkiezingen gehouden, maar bestuurt de regering-Leterme nog steeds het gespleten land als ‘regering in lopende zaken’. Een uitweg lijkt niet in zicht.

Jean-Luc Dehaene (Montpellier, 7 augustus 1940)

Doctor in de rechten – 1963

Minister Sociale Zaken – 1981-1988

Minister Verkeer en Institutionele Hervorming – 1988-1992

Eerste Minister/premier – 1992-1999

Burgemeester Vilvoorde – 2001-2007

Bestuurder InBev – 2001-2011

Lid Europarlement – sinds 2004

Bestuurder Dexia – sinds 2008

Dehaene is getrouwd, heeft vier kinderen en tien kleinkinderen.

De belangrijkste regels:

Uitgaven aan transfers en salarissen mogen niet groter zijn dan inkomsten uit tv-rechten, kaartverkoop, merchandise en sponsoring. Clubs mogen geen schulden hebben aan andere clubs of de fiscus. Over een periode van drie jaar mag de schuld gemiddeld maximaal vijf miljoen euro bedragen. Geldschieters mogen vanaf 2013 nog maximaal 45 miljoen euro per jaar in de club steken en vanaf 2017 nog maar 30 miljoen. Investeringen in jeugdopleiding en stadion vallen buiten de nieuwe regels.

1. Manchester United – 826 miljoen euro

2. Valencia – 547 miljoen euro

3. Barcelona – 442 miljoen euro


4. Liverpool – 370 miljoen euro

5. Real Madrid – 327 miljoen euro

(Bron: UEFA 2009)

Stefan Vermeulen