Een goede baas

Ik wil zorgdragen voor de verzekeringen van mijn klussers.

Een tijdje terug was ik na een lekkage op zoek naar een schilder. Navraag leverde telefoonnummers op van twee Polen en een Bulgaar. In mijn belrondje legde ik drie voorwaarden op tafel: een btw-nummer (als bewijs van legaliteit), een aansprakelijkheidsverzekering en een verzekering voor arbeidsongeschiktheid. Vooral dat laatste bleek – ik had het al verwacht – een probleem. Op mijn ‘Ik zou er slechter van slapen als u bij mij van de trap zou vallen en uw kinderen niet meer naar school kon sturen’ viel steevast een stilte van verbazing.

Om een lang verhaal kort te maken: ik sloot een deal met een Pool en deed nog een laatste poging om dan maar zelf een verzekering af te sluiten voor de periode dat hij bij mij aan het werk zou zijn. U voelt hem al: dat lukte niet. De verzekeraars die ik belde waren minstens zo verbaasd over mijn vraag als de schilders.

De Nederlandse maatschappij verandert. We werken niet meer in fabrieken, maar leveren hoofdzakelijk diensten. Zowel aan de onderkant van de arbeidsmarkt als aan de bovenkant neemt het aantal zelfstandigen (zonder personeel: zzp’ers in jargon) snel toe. Maar we hebben geen nieuwe manieren gevonden om in die diensteneconomie onderling afspraken te maken. Waar blijven de nieuwe producten van banken en verzekeraars die bij een moderne economie horen? Waarom kan ik geen verzekering afsluiten voor een schilder? Of voor elk uur dat de werkster in mijn huis bezig is, twee euro storten op een geblokkeerde pensioenrekening?

Ik hoor u denken: dat moeten die schilder en de werkster zelf doen. Maar dat doen ze niet, om allerlei redenen. Ondertussen wil ik toch graag van mijn schuldgevoelens af door verzekeringen af te sluiten. Noem het libertair paternalistische tuttigheid, zo u wilt. Ik houd het op goed opdrachtgeverschap.


Sterker nog: ik denk dat mijn fatsoen, én dat van u, een groot gat in de markt is. Ik heb mijn hoop dus gevestigd op de financiële sector. Van de vakbonden moet ik het in elk geval niet hebben. Een vakbondsman aan wie ik tijdens een debat op de radio mijn voorstel voorlegde, vond het een slecht idee. Veel liever had hij dat ik de werkster in dienst zou nemen. Dat ik dat niet wilde, vond hij asociaal. Een opmerkelijke beschuldiging.

Simpelweg méér betalen is geen oplossing. Want als niet iedereen dat doet, gaat de schilder zich nog steeds niet verzekeren tegen ongevallen, en de werkster zet het geld niet opzij voor een pensioen. En ik wil dat ze dat wél doen.

“Ze werken zwart, en willen niet wit!” roept u nu. Maar ik betwijfel dat. Zwartwerken naast een uitkering wordt – gelukkig – steeds lastiger in Nederland. Verder geldt sinds vorig jaar voor werksters een laag btw-tarief van slechts zes procent waardoor ze de facto – ik bespaar u de fiscale details – geen btw hoeven af te dragen. Tel daarbij op dat zelfstandigen dankzij allerlei ondernemersvrijstellingen en heffingskortingen geen belasting betalen tot ze meer dan 20.000 euro ‘winst’ maken (lees: inkomen hebben), en het wordt duidelijk dat er geen enkele reden meer is om niet lekker legaal te leven.

Overigens reageerde niet alleen de vakbondsman afwijzend, ook een woordvoerder van een net-werk voor zzp’ers gaf in hetzelfde debat aan niets te zien in mijn voorstel. Veel liever wilde hij met collectief verplichte regelingen – bijvoorbeeld voor pensioenen – zijn achterban minder kwetsbaar maken. Collectiviteit is in Nederland nog steeds een toverwoord.


Ik wens de heren veel succes. Maar ik hoop dat mijn – en uw? – verantwoordelijkheidsgevoel in de tussentijd wat meer ruimte krijgt. Dus banken en verzekeraars: kom maar op en spring in het gat in de markt van goed opdrachtgeverschap.

import esther van rijswijk