Esther Verhoef:

door erik zwaga, foto’s michel wielick

Als we Esther Verhoef (1968) vragen naar het aantal auto’s dat ze in haar leven versleten heeft, blijkt dat de teller op ongeveer vijftig staat. Van diverse boodschappenauto’s als de Daihatsu Cuore tot een ruige 4×4 Isuzu Trooper, maar ook een Alfa Romeo. Lange tijd was Porsche haar favoriet – de eerste kocht ze in 1996. Verhoef: “Ik wist niet eens dat het een Porsche was toen ik hem voor het eerst zag; het merk van een auto boeit me niet. Hij viel me gewoon op tussen de andere. Ik was op slag verkocht vanwege die looks en de snelheid. Alle vier mijn Porsches waren 944’s – dus geen 924! – waarvan één Turbo, die ik vrij snel weer heb verkocht. Die was glanzend hagelwit, viel veel te veel op en was eigenlijk te snel voor mij. Gevaarlijk snel. Als ik die had gehouden, was ik er op een dag dood in gevonden. Op die 911’s ben ik nooit gevallen. Te spartaans, ook van binnen. Ik hou van hard rijden en snel optrekken, maar dat echte hardcore racen is niet aan mij besteed. Ik ben nooit over de 220 gegaan, meestal vind ik 180 al hard genoeg. Ik hoef ook niet elk steentje op de weg te voelen.”

Ze heeft spijt dat ze de BMW die volgde inmiddels weer heeft verkocht. Verhoef: “Het was meteen prijs met een 7-serie, waar zo’n beetje alle opties op en aan zaten, inclusief een tv. Ik heb er warme herinneringen aan: bloedsnel en supercomfortabel. Daarna volgde een 5-serie. Die heb ik nog steeds, alweer zes jaar.”

De Mercedes 500 SL die ze nu rijdt, is haar eerste cabrio, maar geen blijvertje. “Mooie belijning, lekkere 5-liter motor en alles voelt zwaar en degelijk aan, maar dat cabriorijden is het niet helemaal. En ik ben, vrees ik, toch meer een BMW-rijder.” Ze ziet de meerwaarde van nieuwe auto’s niet. Die worden tweedehands zodra ze de showroom uitrijden. Voor hetzelfde geld rijdt ze liever twee of drie verschillende oudere auto’s. En dat doet Verhoef dus al sinds een jaar of twaalf.


In haar solothrillers spelen auto’s een rol, maar nooit op de voorgrond. In de boeken die ze met haar man (die zijn eigen wagenpark heeft) schrijft onder het pseudoniem Escober schrijft, zijn ze belangrijker. Maar dan wel met een vette knipoog: “Alle auto’s die in Onrust, Onder druk, Ongenade en Chaos voorkomen, hadden we op dat moment zelf of hadden we gereden. Dat is de running gag.”

Verhoef zou nog weleens op pad willen met een Aston Martin DB9: “De mooiste auto ooit gemaakt. De belijning is prachtig, alles eraan klopt en het motorgeluid is legendarisch. Dat komt echt bij me binnen. Ik heb er nog nooit in gereden, en dat heb ik met opzet niet gedaan. Ik ben veel te bang dat ik daarna niets meer leuk vind. Het is nog te vroeg voor zo’n auto. Er moet wat te wensen overblijven.”

Bouwjaar: 1991

Motorinhoud: 4973 cc (achtcilinder)

Gewicht: 1770 kg

Vermogen: 240 kw (326 pk)

Topsnelheid: 250 km/u

Acceleratie: 0-100 km/u in 6,2 sec.

Verbruik: 12,9 l/100 km

Aanschafprijs: €17.500

import wielen