Uitverkoren schapen

De Kamer viert een feestje vanwege het aanstaand verbod op ritueel slachten, maar ondertussen trilt de democratie op haar grondvesten.

Sinds jaar en dag vormen Marianne Thieme en Esther Ouwehand de fractie van de Partij voor de Dieren, maar vriendinnen zijn het bepaald niet. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 gunde Thieme haar collega niet eens een plaats op de kandidatenlijst. Uiteindelijk dwong het congres van de PvdD de lijsttrekker terug te komen op haar voornemen, en sindsdien zitten de twee vrouwen weer gezusterlijk in de fractie. Wat Thieme destijds bewoog (de kift, een man?), is nooit duidelijk geworden.

De gewapende vrede lijkt nogal broos als we Thieme in gezelschap van Ouwehand feliciteren na het indienen van het initiatief-wetsontwerp voor het verbod op het onverdoofd slachten van dieren, waarvoor een Kamermeerderheid lijkt te bestaan.

“Is dit initiatief-wetsvoorstel een hoogtepunt in het leven van een Kamerlid?” vragen we.

“O ja, zeker,” antwoordt een stralende Thieme. “Als mijn voorstel wordt aangenomen in beide Kamers, dan hebben we straks dus à la het Wetje van Van Houten ook het Wetje van Thieme.”

“Dan laat u in elk geval iets na voor het nageslacht.”

“Dan kan ik gerust doodgaan, jahaha!”

“Of het stokje overgeven aan mevrouw Ouwehand?”

Thieme verstrakt en Ouwehand begint ineens over de rug van haar fractieleidster te wrijven, waarna ze met stalen gezicht zegt: “O, maar ik kan Marianne nog niet missen, hoor.”

Thieme geeft geen sjoege en loopt door.

Intussen zou de overwinningsroes het zicht kunnen ontnemen op de schaduwkant dat het aanstaande Wetje van Thieme in zich draagt. Elk schaap telt, vinden de dierenactivisten, maar telt ook elke jood, elke moslim? Nee, zeggen Thieme en een meerderheid in de Kamer. Het slachten van dieren moet onder alle omstandigheden verdoofd gebeuren. Het welzijn van dieren dient algemeen te worden geregeld en duldt derhalve geen uitzonderingen. Maar de christelijke partijen, onder aanvoering van SGP-kamerlid Elbert Dijkgraaf, en met hen een deel van de joodse en islamitische gemeenschappen, menen dat het verbod op onverdoofd slachten haaks staat op de grondrechten van gelovigen.


Staatssecretaris Henk Bleker bekent in de Tweede Kamer te ‘worstelen’ met de kwestie, want hij weet nog niet hoe beperking van het dierenleed zich verhoudt tot de vrijheid van godsdienst. Welnu, het antwoord is simpel: elk schaap telt, maar elke jood en moslim nog veel meer. Per slot van rekening zouden de (geloofs)belangen van mensen zwaarder moeten wegen dan die van dieren. Zo staat het ook in een advies van de Raad van State. Maar Bleker is dus nog niet zover, en even verlangden wij vorige week naar een Frits Bolkestein, een Hans van Mierlo, een Joop den Uyl die ongetwijfeld deze casus zouden hebben aangegrepen om een mooi en doorwrocht referaat te houden over democratie, over de negentiende-eeuwse Britse filosoof John Stuart Mill en zijn vrees voor de ‘tirannie van de meerderheid’.

Jammer is ook dat niemand van de geachte afgevaardigden op het idee kwam om het debat over dierenwelzijn te verbreden, want achter het rituele slachten gaat een veel groter drama schuil: dat van het dierenleed in de reguliere veehouderij. Hoe verhoudt zich de pijn van een stel uitverkoren schapen bij een onverdoofde slachting, volgens wetenschappers variërend van dertig seconden tot hooguit vier minuten, tot maanden- of jarenlange opsluiting en andere ellende in een megastal of legbatterij?

Behalve bij de PvdD gaat in deze week ook bij de SGP de vlag uit. Op één dag boeken de mannenbroeders twee majeure overwinningen: overeenkomstig hun uitdrukkelijke wens laat het kabinet de bezuinigingen op het passend onderwijs en de boete voor langstudeerders niet aankomend maar pas volgend studiejaar ingaan.


Het kabinet deelt natuurlijk niet zomaar cadeautjes uit en zal van de SGP in het vervolg nog meer onvoorwaardelijke steun terugverlangen, vooral straks in de Eerste Kamer, in andere delicate kwesties waarvoor mogelijk geen of heel krappe meerderheden te vinden zijn. Dit kabinet liet de zondagsrust al ongemoeid, en het regeerakkoord wijdt nauwelijks pagina’s aan medisch-ethische kwesties waarmee de SGP in verlegenheid gebracht had kunnen worden. Aldus ontstaat het beeld van de SGP als de tweede gedoogpartij van het minderheidskabinet-Rutte-Verhagen-Wilders.

Fractievoorzitter Cees van der Staaij ziet dat anders. Met het oog op de nakende minderheidspositie in de senaat zal het kabinet steeds naar nieuwe meerderheden in het parlement moeten zoeken. Dat was al het geval met de missie naar Kunduz en de btw-verhoging op de kunst, en nu dus met het onderwijs. Dat is democratie ten voeten uit, juicht Van der Staaij. Vroeger zat altijd alles dichtgetimmerd, nu moet het kabinet shoppen. “Als ze dat maar niet op zondag doen,” grapt de fractieleider.

Een feest voor de democratie, maar er schuilt ook een risico in voor het kabinet: hoe meer wisselende contacten Rutte-I erop na gaat houden, hoe groter wellicht bij de PVV het gevoel dat ze minder nodig zijn en dat er minder voor deze partij te halen valt. Uitroken, heet dat.

Van rituele slachting naar de vrouwenkwestie van de SGP: het is slechts een kleine stap. Minister van Binnenlandse Zaken Piet Hein Donner neemt voorlopig geen besluit over de onvriendelijke bejegening van vrouwen in die partij, zoals de Hoge Raad eerder had uitgesproken. Donner wacht eerst op een oordeel van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, wat geruime tijd kan duren. Opgelucht zijn ze er niet over bij de SGP, want men is zelf naar het Europese Hof gestapt. Reden? Sinds haar oprichting, en nog ver daarvoor, kende de partij aan vrouwen een beperkte deelname toe aan de politiek. Nooit zeurde daar iemand over, en trouwens: een beetje vrouw met ambities keek wel uit om zich aan de SGP te verbinden. Voor het rituele slachten geldt hetzelfde: al vierhonderd jaar gebeurt het zo, en nog maar drie jaar geleden was een Kamermeerderheid voor een verbod erop ver te zoeken.


Dus wat is er aan de hand? Minderheden worden getolereerd zolang ze klein en ongevaarlijk blijven. Maar de minderheden van de christelijke orthodoxie hebben qua vrouwen en slachten gezelschap gekregen van andere minderheden, en nu zouden ze het op termijn weleens voor het zeggen kunnen krijgen. En dat terwijl ze geen democratische regel schenden. Ook dat is democratie ten voeten uit: dat het zichzelf als politiek systeem kan opblazen. Zoals Plato zei: democratie leidt tot dictatuur.

Frans van Deijl