Max Pam over Martin Bril

Anneke Stehouwer, weduwe van Martin Bril, bundelde stukjes, gedichten en mails uit zijn laatste levensjaar. Het evenwicht maakt op een indrukwekkende manier duidelijk hoe slopend kanker is en hoeveel talent Bril in zich had.

Twee weken nadat ik, ten gevolge van een hersenbloeding, in een rolstoel het huis werd binnengereden, ontving ik van Martin Bril de eerste e-mail. De datering is van 5 maart 2002 en Martin schreef me dit: “Beste Max!!!!! Welkom terug. Bril.”
De mail bevatte ook een PS: “Er rust geen zegen op de tweede beste columnisten van de lage landen; eerst jij je akkefietje, en nu ik – volgende operatie, want tumor in darm. Niet uitgezaaid en goed ingekapseld, maar toch. Groot groet!!!”
De uitroeptekens duidden op een paniek, die ook ik toen voelde. Het compliment liet ik voor wat het waard was. Als je onderligt, en al bijna dood, hoor je graag hoe goed je bent – zelfs als die mening komt van iemand die zelf ook bijna dood is.
Vóór deze e-mail kende ik Martin Bril nauwelijks. Ik had hem één keer vanuit de verte gezien, toen hij op de burelen van de zender AT5 kwam binnenwaaien. Een knappe, elegant geklede man, van een nieuwe generatie die de media ging bestormen. Wat je noemt een verschijning.
Na zijn eerste mail hebben we er nog honderden gewisseld over alles en nog wat. Over het Boekenbal, dat hij bijna daags na een operatie bezocht: “Kort bal. Haat bal. Heeft van dis een hond? Las dat boek van hem. Alles wat ie schrijft over die hond klopt niet. En over die zwervers ook niet. Knuddeboek. Schrok er van. Ben je lekker bezig?”
Over zijn auto: “Het is een racewagen geworden. 400 PK, 12 cilinders, top van 360 km p/uur. 1 op 4. nu nog even tunen en chippen, dan trekt ie binnen 3 sec op van 0 naar 150. televisies achterin, telefoon, navigatie, Ipod, geluidsinstallatie met 16 speakers, open dak. Leuk hè, wat hebben we het goed.”
Over mijn schrijven: “Schrijf dan eens niet diepzinnig. Gewoon over het weer, moeder de vrouw, de hond, het leven. Dat willen de menschen lezen.

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Max Pam