Drinken we bier of karnemelk?

Het Feest of Symposium is een van de mooiste werken van Plato. Waar De Staat een blauwdruk geeft van een autoritair regime waarin het lot van elk mens bij voorbaat vaststaat, is Het Feest een voorbeeld van vrolijke filosofie. Het beschrijft een diner waar de gasten om beurten een rede over de liefde houden. Op het eind komt de veldheer Alkibiades binnen, die een lofrede op de eveneens aanwezige Sokrates afsteekt. Sokrates heeft een groot uithoudingsvermogen, is verstandig in de strijd en beheerst in de liefde. Maar ook op feesten is hij iedereen de baas: hij kan het meest drinken van allemaal, zonder ooit dronken te worden. Op het feest in kwestie toont hij dat eveneens. Hij drinkt een emmer wijn leeg, blijft tot het laatst helder discussiëren en vertrekt ’s ochtends vroeg… om te gaan sporten en de dag normaal door te brengen. De vraag van deze week is: wat is de beste houding op een feest? Moeten we het voorbeeld van Sokrates volgen en nuchter zien te blijven of ons gewoon lekker bezatten?

Arie Dijkstra, hoogleraar sociale psychologie, Rijksuniversiteit Groningen: “Een feest heeft zowel een sociaal als een individueel doel: het bevredigt de waarde ‘contact met anderen houden’. Feesten komen voort uit het feit dat we evolutionair gezien groepsdieren waren. Daarom hebben we nog steeds de behoefte om bij een groep te horen en om dingen in een groep te doen. We hebben de diepe behoefte om daar onze identiteit aan te ontlenen. Als je op een ballenfeest komt, ben je iemand die op een ballenfeest hoort.

“Er zijn twee manieren om een identiteit te construeren: een andere groep naar beneden halen, of positief aan de eigen identiteit bouwen. Zolang mensen de behoefte hebben aan een duidelijke identiteit, zie je dat ze andere groepen soms uitstoten, en dat intolerantie jegens anderen – de joden, de Turken, whatever – telkens terugkeert. Een positieve manier om de sociale iden-titeit te voeden is daarentegen een feest.

“Uiteraard wringt het streven naar een groepsidentiteit met individualiteit: iedereen wil zich binnen de groep toch profileren als uniek. Op het ballenfeest heb je er bijvoorbeeld een die zegt: ik doe niet zo’n ballensweater aan, ik ben een ander soort bal. Het hangt sterk van de groepsnormen af in hoeverre dat wordt getolereerd.

“Het mooist is als je binnen het sociale doel jouw individuele doel zo goed mogelijk bevredigt, bijvoorbeeld gezelligheid, seks of de verveling verdrijven. Daar word je het gelukkigst van.”

Arjen van Veelen, classicus en essayist: “Vroeger kon je naar een feest gaan en was het motto ‘what happens in Vegas, stays in Vegas’. Het was prachtige performance-kunst van dat moment. Maar nu ben je door mobieltjes met camera’s onderdeel van een documentaire die de volgende dag al vertoond wordt. Kijk maar naar celebrity’s: het ideaalbeeld is dat je dronken door je naaldhakken zakt. Als je je dus te schande maakt, is dat niet alleen ten overstaan van je vrienden.


“Een goed feest begint als een diner pensant. Iedereen heeft een boek bij zich en vertelt daar wat over. Vervolgens raakt iedereen in vervoering van de drank.

“Tegenwoordig drinkt men wereldwijd wel veel meer alcohol dan ooit, wat vooral komt door de toegenomen welvaart. Een groot deel van de problemen van jongeren – depressie, besluiteloosheid – komt hieruit voort. Sokrates werd geprezen omdat hij veel kon drinken, maar de Grieken deden dat niet elke dag. Wij wel. Ook de Chinezen. Ik ben er geweest, en ook daar lusten ze er wel pap van. Nu kan helaas niet iedereen even goed tegen drank als Sokrates. En die had tenminste nog interessante ideeën.

“Ja, Europa gaat feestend ten onder. In de jaren vijftig, zestig dronken filosofen als Sartre ook veel, maar toen ze twintigers waren, hadden ze daar gewoon geen geld voor. Hun hersenen waren nog niet aangetast, en dus konden ze goede boeken schrijven. Waarom zijn al die romannetjes van onze dertigers zo middelmatig? Juist.

“Het is vreselijk dat er alcoholreclames op tv zijn. Johnnie Walker heeft als slogan ‘Keep walking’, maar het omgekeerde gebeurt natuurlijk: wie drinkt, valt om. Heel Europa valt om. Toch is er hoop: de grote helden van deze tijd, Mark Zuckerberg en Julian Assange, leven beiden zeer gedisciplineerd.”

Maaike de Boois, socioloog aan de Universiteit van Amsterdam en Hogeschool Utrecht: “Feesten zijn een manier om bindingen te leggen of te bevestigen. De aanleiding is vaak affectief, maar kan ook politiek of economisch zijn. Er zijn grote feesten waaraan iedereen kan deelnemen, zoals Nieuwjaar en Koninginnedag, en kleinere, waarbij alleen bekenden worden uitgenodigd. Daarnaast kun je het onderscheid maken tussen feesten die aan een vaste dag verbonden zijn en incidentele feesten, bijvoorbeeld bij een huwelijk, een gewonnen wedstrijd of een geboorte. Voor sociologen is het overkoepelende dat bij alle feesten sprake is van binding door rituelen en symbolen. Zingen, cadeaus geven, een bepaalde kledingkeuze en drinken zijn hier voorbeelden van. De rituelen liggen cultureel vast, maar zijn niet per se normatief: er zijn altijd mensen die zich er meer of minder in kunnen vinden en eventueel niet willen meedoen.


“Het klinkt niet zo gezellig, maar er is altijd sprake van machtsverhoudingen. Op kleine feesten kan de initiator bepalen wie er mag komen en wie niet. Bij nationale feesten spelen politieke machtsvragen. Wat is een nationale vrije dag? Welke religie heeft de meeste macht?

“De socioloog Norbert Elias schrijft in zijn boek De gevestigden en de buitenstaanders over groepsidentiteit en verbondenheid. Hij heeft het over twee arbeidersgemeenschappen, die elkaar zien als immoreel en vies. Je kunt spreken van ‘wij-groepen’ en van ‘zij-groepen’, of ingroup en outgroup. Bij een feest is altijd sprake van een ingroup: zij die meedoen aan het feest. Hopelijk betitelen de feestgangers de anderen niet onmiddellijk als immoreel en vies, maar een zekere parallel is er wel.

“En nee, ik zie alcohol niet als wezenlijk kenmerk van een feest. Ook kinderen en allerlei andere groepen houden feesten, waarbij andere rituelen gangbaar zijn.”

Isabelle Buhre