Lijken uit de kast

De VS hebben al meer kopstukken van Al-Qaida geëlimineerd.

Je kunt zeggen dat de dood van Osama bin Laden niet veel uitmaakt. Sinds 11/9 was hij al een mythe, en nu hij na een Amerikaanse overval op zijn geheime verblijfplaats in Pakistan een martelaarsdood is gestorven, is hij dat nog meer. Symboolfiguren zijn onsterfelijk en de sporen die Bin Laden heeft nagelaten zijn niet meer uit te wissen. Zo gezien had Amerika ‘de oorlog tegen het terrorisme’ niet hoeven vechten en was het beter af geweest als de klappen van Al-Qaida stoïcijns waren geïncasseerd. Maar dat was onaanvaardbaar. Niet alleen voor George W. Bush, die meteen beloofde de daders op te sporen en uit hun holen te roken, maar ook voor Barack Hussein Obama, voor wie de oorlog in Afghanistan vanwege de connectie met 11/9 ‘the good war’ was.

Nu Amerika de hoofdverantwoordelijke voor de aanslagen te pakken heeft, zou die oorlog beëindigd kunnen worden. Obama maakt toch al weinig woorden vuil aan ‘de oorlog tegen het terrorisme’, al voert hij hem wel. De president heeft twee jaar geleden al aangekondigd dat hij halverwege 2011 met de terugtrekking uit Afghanistan wil beginnen. Dat komt dus mooi uit. Maar vorige week is niet alleen het ondubbelzinnige bewijs geleverd dat Obama serieus is in zijn strijd tegen het terrorisme, maar ook dat de leiders van Pakistan verzaakt en gelogen hebben. Als de meest gezochte terroristenleider ter wereld jaren ongestoord in Abbottabad (een voormalig Brits garnizoensstadje met een kerk en een website) onder de neus van een prestigieuze militaire academie kan leven, kun je niet meer spreken van dubbelspel, maar is er glashard met Bin Laden gecollaboreerd. We wisten al dat de Taliban een creatie waren van de Pakistaanse inlichtingendiensten. Maar dat de leider van Al-Qaida op zeventig kilometer van de hoofdstad Islamabad een schuilplaats vond, is geen detail waaraan Obama zomaar voorbij kan gaan. Amerika voert ook oorlog tegen schurkenstaten die terroristen steunen en onderdak verlenen. Pakistan, officieel een bondgenoot, beantwoordt sinds vorige week expliciet aan dat signalement.


Dat wekt wederom de indruk dat Amerika de verkeerde oorlog voert. In Afghanistan is niks te winnen zonder regime change in Pakistan. Erger, de president kan op de hand van Amerika zijn, zoals onder Pervez Musharraf en nu onder Asif Ali Zardari, de corrupte echtgenoot van de in 2007 omgebrachte Benazir Bhutto, maar dat wil niet zeggen dat de regering greep heeft op de eigen inlichtingendiensten die het geheime netwerk rond de atoomgeleerde en nationale held Abdul Qadir Khan hebben voortgebracht. Pakistan is van een andere orde van grootte dan Afghanistan, Irak of zelfs Iran. Het is een land met 176 miljoen inwoners waar het anti-Amerikanisme sterk is. Pakistan heeft bovendien kernwapens. En het gevoel van vernedering na de geslaagde Amerikaanse stealth-operatie op Pakistaans grondgebied is weer eens groot. Logisch dat Obama de foto’s van de gedode Bin Laden liever niet vrijgeeft. Er zijn de laatste jaren genoeg lijken uit de kast gevallen. Wie nu nog om meer bewijzen vraagt, krijgt alleen nog meer ongemakkelijke waarheden op zijn bord.

Dat neemt niet weg dat het lijk van Bin Laden, anders dan Obama zegt, wel degelijk een trofee is. Wat kan het voor Amerika anders zijn? Het gaat om de man, staatsvijand nummer één, die na 11/9 gevangen moest worden, dead or alive. De gne waarmee Obama voor het gevreesde triomfalisme terugschrikt, laat ook de besmuiktheid zien waarmee hij tegen het terrorisme vecht. Waar zijn voorganger recht voor zijn raap ten strijde trok, en geen probleem had om een gebroken en verwilderde Saddam Hussein aan het publiek te tonen, is Obama van de school dat de oorlogen van Bush niet te winnen zijn – zelfs niet symbolisch. Ondertussen laat hij wel in het geheim onbemande vliegtuigjes bombardementen op Pakistan uitvoeren, en worden er in hoog tempo kopstukken van Al-Qaida geëlimineerd, desnoods op grond van informatie uit Guantánamo Bay. Opperbevelvoerder Obama: yes he can, ondanks zichzelf.

Dirk-Jan van Baar