Prince Charm-alarm

Een tijd heb ik overwogen te gaan studeren aan de St. Andrews-universiteit in Fife, Schotland om met William Mountbatten-Windsor te kunnen trouwen. De knappe droomprins met de beloftevolle ogen, met dat licht onhandige Hugh Grant-achtige, met een heilige als moeder, een hart als dat van Ghandi, was daar aan geografie begonnen. In voorbereiding op onze ontmoeting las ik alles over liefdadigheid, Earl Grey met melk en jagen, en leerde ik zinnetjes als ‘Football is a gentleman’s game played by hooligans, rugby is a hooligan’s game played by gentlemen’ uit m’n hoofd. Dit is geen grap.

Begeesterd door Assepoesters Prince Charming, Sissi’s Franz Josef en de Prins Ken-lijn van Mattel stond in de vriendschapsboekjes waar je vroeger je wat-je-later-worden-wil-statement achterliet bij mij standaard ‘prinses’ – net als bij mijn vriendinnen. Want dan kreeg je een prins. En de wens voor die opwindende, maar uiterst betrouwbare, smetteloze, aandachtige, eerbare, heldhaftige, elke vorm van platvloersheid ontstijgende man blijft voor altijd sluimeren in ons hart. Prins William geeft daar in onze tijd eenzaam gestalte aan – Maurits bijvoorbeeld valt al af bij puntje betrouwbaar. En smetteloos. En platvl… Nou, goed.

Het aantal vrouwelijke inschrijvingen verdriedubbelde toen bekend werd dat William naar St. Andrews zou gaan. Honderdduizenden harten braken (en ik droop af richting UvA) toen ene Kate Middleton in 2002 haar nagels in hem sloeg. Honderdduizenden ademstromen stokten hoopvol toen het in 2007 uitging. En honderdduizenden tranen stroomden 29 april toen het toch de onherroepelijke waarheid werd: waity Katie heeft hem, de laatste der Prince Charmings.

“Geen paniek, er zijn nog genoeg geweldige prinsen over,” schrijven zo goed als alle vrouwenbladen de laatste tijd. Maar als je kijkt naar hun kroonjuwelenlijstjes vol foute playboys, sukkels en hufters, vol Harry’s en Andrea’s, weet je dat ze liegen. En dat baart zorgen. Er komt een moment waarop realiteitsbesef (of Kate) het prinselijk huwelijk-streven doet sterven. Veel belangrijker is dat vorstenzonen – vrijgezel of niet – de witte paard-fantasie kunnen voeden. Meisjes moeten kunnen blijven dromen. Dat moet de rechtvaardiging zijn van elke monarchie.


Toen ik twee weken geleden zapte tussen tussen William en Wim-Lex, tussen schrijden in Londen en hossen in Weert, tussen high class en horkerig, tussen nobel en nors, tussen topsporter en kettingroker, tussen Afrika (vrijwilligerswerk) en Afrika (foute villa’s), tussen the people’s prince en de pilsener prins, overviel me een idee. Wat we nodig hebben, is een verplichte William-cursus met bindende examenuitslag voor alle startende prinsen. Dáár heb ik nu wel wat belastinggeld voor over.

Tot die tijd kunnen wij meisjes maar één ding doen: just lie back and think of England.

Jojanneke van den Berge