Schurken en indianen

Aan het eind van de twintigste eeuw besloot de Boliviaanse regering de exploitatie van een deel van de waterhuishouding uit handen te geven aan commerciële bedrijven. Achter de Spaanstalige namen van deze firma’s gingen (buitenlandse) multinationals schuil die een optimaal rendement uit het ‘product’ water hoopten te halen. Dat leidde tot grote verontwaardiging onder de bevolking. Na een reeks gewelddadige opstanden zouden de controversiële contracten uiteindelijk worden ontbonden. De Spaanse actrice en filmmaakster Icíar Bollaín heeft in También la lluvia (‘Zelfs de regen’) een originele invalshoek gevonden om de Boliviaanse ‘wateroorlog’ op een interessante manier voor het voetlicht te brengen. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een Spaanse filmcrew die bezig is een historisch spektakel op te nemen over de vroege koloniale overheersers van Zuid- en Midden-Amerika. Die film is bedoeld als aanklacht tegen de wreedheden die de Spanjaarden in de zestiende eeuw begingen. De historische gebeurtenissen speelden zich eigenlijk in het Caribisch gebied af, maar de producent (Luis Tosar) heeft becijferd dat figuranten in Bolivia een stuk goedkoper zijn. En bovendien: “Indianen zien er overal hetzelfde uit.”

De boodschap moge duidelijk zijn: in weerwil van hun goede bedoelingen maken de hypocriete filmmakers zich óók schuldig aan uitbuiting. Dat blijkt vooral als de indiaan die een cruciale rol in hun film speelt tussen de opnamen door het voortouw neemt in de opstand tegen het waterleidingbedrijf. Naarmate dat conflict verder escaleert, wordt het steeds lastiger de filmopnamen voort te zetten.

Eigenlijk worden hier drie verschillende verhalen met elkaar verweven. We volgen de lotgevallen van een filmploeg die op vreemde bodem in moeilijkheden verzeild raakt. Daarnaast is er de strijd om water, waarin de lokale bevolking zich tegen de regering keert. En ten slotte (als film-in-de-film) krijgen we ook iets te zien van het historische verhaal over de Spaanse overheersers die indianen dwongen naar goud te zoeken (en hun armen afhakten als de opbrengt te laag uitviel). Zo nu en dan leidt de wijze waarop deze verhaallijnen ‘gespiegeld’ worden tot boeiende momenten. Mooi is de scène waarin de figuranten hun medewerking aan de opnamen weigeren omdat ze de gebeurtenissen ‘te wreed’ vinden. De regisseur (Gael García Bernal) is verbijsterd. “Maar zo is het in werkelijkheid gegáán,” schreeuwt hij ze toe. Het liefst zou hij ze dwingen: een fraaie paradox. Op andere momenten is de toonzetting al te vet aangezet. De scène waarin medewerkers van het waterleidingbedrijf omringd worden door vrouwen die smeken ‘het water voor onze kinderen’ niet af te pakken, zou niet hebben misstaan in het soort filmdrama’s zoals men die in de beginjaren van de Sovjet-Unie placht te maken.

Het nadrukkelijke engagement en de pamfletachtige toonzetting doen denken aan de films van Ken Loach. Niet zo vreemd, want het scenario werd geschreven door Paul Laverty, die een hele reeks films in nauwe samenwerking met Loach heeft gemaakt.


También la lluvia is een aardige, ietwat onhandige film die bol staat van de politieke verontwaardiging. Tóch goed dat zulke films nog gemaakt worden.

También la lluvia. Regie: Icíar Bollaín. Vanaf 12 mei in de bioscoop.

Erik Spaans