Verliefd op de baas

Het kabinet van Mark Rutte regeert ruim een half jaar, en bij de VVD zijn ze nog steeds idiolaat van hun premier. Ze willen nog wel tien jaar met hem door. ‘Wij zijn niet zo van de wisselende contacten.’

Wageningen, 5 mei. Premier Mark Rutte opent op de Markt de bevrijdingsfestivals in het land. Het is zijn eerste 5 mei in deze rol. Hij draagt een zwart pak dat iel oogt, maar bij nader inzien als gegoten zit. Grote voeten steken eronderuit, maar het zijn geen zwemvliezen. Opvallend groot zijn ook de handen waarmee hij de microfoon vasthoudt als hij vanaf de bühne de duizenden feestvierders toespreekt. Het zijn de bekende woorden over vrijheid, maar hij spreekt met zo veel gloed dat je geneigd bent je oren nog eens extra te spitsen, want misschien mis je straks iets bijzonders. De premier is een docent en de mensen in het land vormen zijn klas, die aan zijn lippen hoort te hangen – voor minder doet meester Mark het niet.
We hadden het al vaker genoteerd, bij eerdere optredens, maar Rutte beweegt zich ook gemakkelijk tussen het volk. Hij is niet houterig, zoals zijn voorganger Jan Peter Balkenende, botst tegen niemand op. Het handen schudden gaat hem gemakkelijk af, kinderen behandelt hij als ware ze de zijne.

Vier, vijf jaar geleden nog maar lag hij politiek op sterven. Vermalen dreigde hij te worden, onder het gewicht van Rita Verdonk, die net als hij lijsttrekker wilde worden. Maar hij overleefde haar en de diehards ter rechterzijde, krabbelde overeind als fractievoorzitter, won zowaar de verkiezingen, met dank aan Geert Wilders, met wiens PVV Rutte het CDA-nest leegroofde, en zie die slungelige, onzekere jongen van weleer nou eens: in Wageningen opereert de come back-kid van de Lage Landen alsof hij nooit anders heeft gedaan dan voor tienduizenden mensen te staan; op de wekelijkse persconferentie, tegenwoordig weer terug in Nieuwspoort, weerstaat hij de lastigste vragen door op vmbo-niveau uitleg te geven of desnoods te zwijgen, en zelfs dat doet hij op een manier waarvoor vaak nog begrip is ook. Ministers en staatssecretarissen lopen weg met hem, prijzen zijn werklust en dossierkennis. Gelouterd door wat hij heeft moeten doorstaan aan narigheid en vuiligheid lijkt hij nu van elk moment van zijn premierschap te genieten.

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Frans van Deijl