Een blik verse piraten

Een film die op een themapark gebaseerd is. Op voorhand leek het een lamlendig idee, maar Pirates of the Caribbean pakte in 2003 zowaar uit als een voortreffelijke popcornfilm. De avonturen van piraat Jack Sparrow (Johnny Depp) werden vakkundig op smaak gebracht met een stevige dosis humor, een hoog tempo, een snufje romantiek, veel voorbeeldig gechoreografeerde actiescènes en, als kers op de taart, opzwepende filmmuziek met veel adrenalineverhogend tromgeroffel. Het enorme succes van die eerste film (The Curse of the Black Pearl) leidde onvermijdelijk tot twee sequels: Dead Man’s Chest en At World’s End. Die drie films waren samen goed voor een recette van het duizelingwekkende bedrag van 2.681.667.528 dollar.

Dát er een vierde film zou komen, stond dus wel vast. Maar over de invulling daarvan is binnen het Disney-concern de afgelopen vier jaar heel wat gesteggeld. Johnny Depp had wel trek in nieuwe avonturen, maar regisseur Gore Verbinski gooide de handdoek in de ring, en ook een groot deel van de cast vond het welletjes.

En dus treffen we in de vierde Pirates-film géén Keira Knightley (Elizabeth), Orlando Bloom (Will), Jack Davenport (Norrington), Jonathan Pryce (de gouverneur) of Mackenzie Crook (Ragetti). Wel heeft Keith Richards opnieuw een geestig gastrolletje. Van de oudgedienden is, naast Depp, alleen Geoffrey Rush overgebleven in een reprise van zijn rol als kapitein Barbosa. Inmiddels mag worden vastgesteld dat het woord ‘Caribbean’ de lading eigenlijk niet meer dekt. Het begin van de film speelt zich af in het achttiende-eeuwse, waarna het verhaal zich verlegt naar (naamloze) tropische streken waarin we de Pacific herkennen (de opnamen vonden grotendeels plaats op Hawaï). Geeft allemaal niks. Op historische of geografische acuratesse zitten we toch niet te wachten. Wervelende actiescènes willen we zien. Afgewisseld met sfeervolle griezel, exotische decors en kolderieke achtervolgingen met slapstick-piraat Jack Sparrow in een glansrol. En dat is precies wat we krijgen. In aanmerking genomen dat deze vierde Pirates-film schaamteloos op een succesformule voorborduurt, maakt On Stranger Tides een alleszins frisse en geïnspireerde indruk. Dat is op zichzelf al een prestatie. Ter vergelijking: in weerwil van een gigantisch budget en een leger aan ervaren vaklieden lukte het Steven Spielberg geen moment om zijn vierde Indiana Jones-film te laten sprankelen. Dan weet producent Jerry Bruckheimer zijn ‘oude wijn in nieuwe zakken’ toch handiger aan de man te brengen.


Er valt overigens ook wel iets te mopperen. Zo maakt een romantisch zijlijntje in het verhaal een gekunstelde indruk en begint de film – met een lengte van bijna tweeënhalf uur – in het derde bedrijf een beetje te slepen. Maar daar staat veel goeds tegenover. Penélope Cruz is prima gecast als tegenspeler van Depp. Beter nog is de keuze voor Ian McShane als de vervaarlijke kapitein Blackbeard. Je zou het spel van McShane, Depp en Rush als ‘schmieren’ kunnen betitelen. Maar daarbij moet dan meteen worden aangetekend dat er in jaren niet zo heerlijk is geschmierd. In z’n soort (pretentieloze avonturenfilm) is dit een voltreffer.

Pirates of the Caribbean: On Stranger Tides. Regie: Rob Marshall. Vanaf19 mei in de bioscoop.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Erik Spaans