O jee, Pauw & Witteman belt

Je hebt een boek geschreven, je komt terug van een expeditie, je bent expert op een terrein dat plots in de belangstelling staat. Een optreden in een talkshow lonkt. Bereid je daar op voor. Zo moeilijk is het niet.

Maar zelden komt de uitnodiging echt onverwacht. Kom op, je bent hot. Zelfs bij breaking news duurt het nog wel even eer de talkshows aanslaan voor duiding. Ben je een goed Nederlands sprekende Egyptische politicoloog (en nog een aantrekkelijke vrouw ook), dan kan het niet lang duren voordat ze je weten je te vinden als er iets loos is in Caïro. Als je jezelf geschikt vindt, bied je je aan; het zal je niet verweten worden en zelfs geheim blijven.

Dan gaat de telefoon. Daar zul je ze hebben: Pauw & Witteman of De Wereld Draait Door, misschien wel Tijd voor Max of Ochtendspits. Kledingstress voel je niet: je bent al uit shoppen geweest voor iets geschikts, zodat je niet in een geleend colbertje aan tafel zit – dat voelt niet fijn. Je hebt dus iets paraat waar je je goed in voelt. Het past bovendien bij de set van de programma’s, die je al hebt bekeken op uitzendinggemist.nl. Voor een donker decor heb je lichte kleding. Needless to say: niets met fijne streepjes, dat gaat interfereren.

De kapper? Zeker, vooral voor dames. Maar alsjeblieft niet té gecoiffeerd – niet alsof je net van de kapper komt.

Deel je je potentiële tv-optreden met de wereld? Twitter, Facebook, Hyves? Het kan zijn dat je al vroeg in de ochtend bent gebeld. Maar let op: heb je de voorbehouden niet gehoord? Gasten die dachten een invitatie op zak te hebben worden dan wel niet dagelijks, maar toch heel regelmatig last minute afgezegd. Pijnlijk als je dat weer aan al je ‘vrienden’ moet laten weten.

Daar hebben we het voorgesprek. Dat gaat altijd beter dan het echte gesprek. Je hebt meer tijd om je punt te maken, geen redacteur kapt nog vóór de clou je anekdote af. Verkoop jezelf goed, zeker als je talkshowdebutant bent. Wees dus niet te breedsprakig. Als je niet kort kunt vertellen waar je boek of die film over gaat, heb je prematuur gefaald. Op ‘woordendiarree’ kun je afgekeurd worden. Als je te kortaf bent, gaat het ook mis.


Het voorgesprek heeft ook nadelen. Je kunt je kruit voortijdig verschieten. Je hoort jezelf dingen zeggen die er heel goed uitkomen. Die wil je onthouden. Maar zit je eenmaal aan tafel met die camera’s om je heen, dan willen ze je niet meer zo mooi te binnen schieten. Of het klinkt te bedacht. Zoals die stekelige oneliners van politici die zó prefab zijn dat ze niet meer goed uit de mond komen.

Xenia Kasper, persagent van grootheden als Linda de Mol en Bridget Maasland, schreef een boek en had een presentatie. In haar ‘Hollands Dagboek’ in NRC Handelsblad toonde ze zich nerveus voor het publiciteitscircus. “Ik begin meteen met de voorbereidingen en schrijf vragen op die waarschijnlijk gesteld gaan worden.” Voor haar zal het goed zijn, ik vind het hoogstens een geruststellende activiteit, nauwelijks een relevante. Je zit toch verdorie diep genoeg in de materie om spontaniteit een kans te geven? Vertrouw op je kennis.

Vragen wie de overige gasten zijn (en bij DWDD de tafelheer- of dame) is helemaal niet gnant, het getuigt zelfs van professionaliteit. Google hen, sla wat informatie op, vorm desnoods een mening over een geagendeerde kwestie.

En o ja, was je van plan gewoon jezelluf te blijven? Misverstand. Je moet helemaal niet jezelluf zijn, je moet zijn zoals je wilt zijn, op dat moment, met dat verhaal. Zo moet je willen overkomen. Of dacht je soms dat Maarten van Rossem thuis ook zo’n brombeer is?

Daar ga je dan, de deur uit. Neem je een taxi? Voorbereiding mag dan alles zijn volgens Xenia Kasper, ik zeg: rust is cruciaal. Een babbelzieke taxichauffeur met PVV-sympathieën kan je knap op de zenuwen gaan werken.


Ga in godsnaam bijtijds van huis. Te vroeg komen is geen schande. Van files of treinvertragingen kan het zweet je langs de rug lopen. Neem iemand mee die een positieve invloed heeft op je gemoedsgesteldheid, niet iemand die zenuwachtiger is dan jij.

Waarschijnlijk vangt een redacteur je op. Soms wordt het interview met je doorgenomen. Hecht daar niet te veel waarde aan, het kan straks heel anders lopen. Vraag hoeveel tijd voor jou is gereserveerd. Vraag ook wanneer je aan de beurt bent.

Je moet de make-up in. In de schminkruimte kan het heel gezellig zijn. Waak over je concentratie. Sluit je enigszins af, dat mag. Je moet pas indruk maken als je aan die tafel zit, niet eerder. Ik heb ook weleens een optreden, en ben aanmerkelijk beter als ik me af weet te sluiten (liefst in een hoekje, desnoods in mijn hoofd, vroeger zelfs wel op de wc) van de wereld om me heen. Rust is cruciaal, comfort ook niet verkeerd.

Je krijgt een microfoontje opgespeld. Zie je nou dat je geen coltrui moet dragen? Een zender wordt aan een kledingstuk bevestigd. Jij bent de baas: dat kastje moet je niet hinderen. Zorg dat je lekker kunt zitten. Doorgaans schuif je vóór aanvang van de show al aan tafel aan, tijd genoeg om je gemak te vinden. Durf lastig te zijn. Ben je klein, vraag een kussentje. Check hoe ver je naar achteren kunt leunen. Besluit hoe je wilt zitten. Lichaamstaal is een onderschat communicatiemiddel. Wil je graag dat de tafelheer of -dame zich met het gesprek bemoeit? Kijk die dan wat vaker aan. Wil je je in P&W met de discussie bemoeien? Buig wat naar voren, open je mond al ietsje. Heb je last van een droge mond? Neem een slokje, als je zeker weet dat je hand niet trilt.


Je hebt dan wel geen oneliners, bon mots of pikante anekdotes in je hoofd, je hebt natuurlijk wel een Boodschap. En je bent een oen als je die niet over de air waves krijgt. Al wordt je gevraagd of je ook zo hebt genoten van het mooie weer vandaag, er is altijd een antwoord mogelijk waarin je de Boodschap vervat. “Het was in precies zo’n zomer dat ik aan mijn nieuwe roman begon die…” Neem niet je toevlucht tot flauwe trucs als: “Daar wil ik twee dingen over zeggen.”

Probeer evenmin te anticiperen. Een tv-interview heeft meer van een tennismatch dan van een schaakpartij. Je krijgt een slag om de oren (een vraag) en je retourneert. Het is ook niet verstandig snediger (Matthijs van Nieuwkerk) of leuker (Paul de Leeuw) te zijn dan je gastheer. Ze gaan over je heen, ze doen dit dagelijks, je bent kansloos. Een tikkeltje provoceren mag natuurlijk wel. Assertiviteit en empathie zijn bruikbare eigenschappen. Pas op voor al te veel propaganda. Keer op keer de titel van je boek of het bedrijf waarvoor je werkt noemen is gewoon irritant. Je website noemen al helemaal.

Toon geen verbazing als het interview voorbij is, de gong klinkt altijd eerder dan je denkt. Kijk niet zelfingenomen of geïrriteerd. Liever een beetje tevreden. De uitzending is niet afgelopen als jij je moment hebt gehad. Je mag aan tafel blijven zitten, of op de achtergrond tussen het publiek. Blijf bij de les: lach om elk filmpje in de rubriek ‘De TV Draait Door’. Al hoor je het niet, al snap je het niet: lach. Leuk in beeld zijn is ook exposure.

Sluit ook als de aftiteling heeft gelopen de buitenwereld nog even buiten. Schud handen, bedank, complimenteer vooral de presentator(en). Heb je het 06-nummer al van de redacteur die jou was toegewezen? Vraag niet: “Hoe was ik?” Eerlijk antwoord krijg je toch niet. Pas als de storm is gaan liggen, check je je gsm. Hopelijk bevat die sms’jes of tweets. Verzoek de achterban van tevoren al om reacties. Na een tv- of zelfs een radio-optreden snak je daar naar. Tien sms’jes zeggen meer dan een miljoen kijkers. Maar hecht er ook niet te veel waarde aan. Het zijn je dierbaren, ze zijn je welgezind.


Elke talkshow heeft een nazit en daar blijf je even hangen. Maar niet te lang. Gasten die dat doen, of te veel drinken, maken geen beste indruk.

Natuurlijk wil je je prestatie terugzien. Ga je gang, diep in de nacht: bekijk de herhaling van de uitzending of de opname op je dvd-recorder. Maar trek nog geen conclusies. Je verkeert nog in een roes, de adrenaline stroomt nog door je lijf, je beoordelingsvermogen is nog niet scherp genoeg. Wacht een paar dagen en maak dan je analyse. Hoe zag je eruit? Hoe keek je? Hoe kwam je over? Hoe sprak je? Stel jezelf al die vragen. Als je goed was, mag je vast nog een keer op tv.

En ondanks alles wat je hebt geleerd, zul je weer fouten maken. Maar dan andere.

Bert van der Veer