Stacaravan

Een jong meisje gaat naar de grote stad om het te maken als actrice. Het klinkt als een prima uitgangspunt voor een pornofilm, maar het is het begin van Eveline Vreeburgs debuut, Onder pseudoniem, dat hier en daar wel wat weg heeft van een pornofilm. Hoofdpersoon Eefje werkt achter de bar, figureert in GTST, neukt wat rond – één keer met twee mannen tegelijk – en probeert relaties aan te knopen, zonder noemenswaardig resultaat. Wat haar dan ook weer niet heel veel lijkt te kunnen schelen. Haar leven is een en al lamlendigheid; nergens is ze echt enthousiast voor te krijgen. Waar ze ook over vertelt, haar toon blijft laconiek, onderkoeld, een beetje zoals die van Joris van Casteren – al zal die niet snel een zin schrijven als: “Een glibberige grijns sierde het gehavende gezicht tegenover me.”

Wél sterk is dat Vreeburg je de ruimte geeft om het trauma achter Eefjes afstandelijkheid zelf in te vullen. Want dat die afstandelijkheid geen keuze is maar een noodzaak, is vanaf de eerste pagina’s duidelijk.

Langzaam wordt Eefjes trauma, of eigenlijk het trauma van haar familie, onthuld, en in de tussentijd sukkelt de roman aangenaam voort. Zonder dat het ooit echt aangrijpend wordt, weet Vreeburg de aandacht vast te houden – de afstandelijke, licht sarcastische toon is vermakelijk, vooral als Eefje haar ouders beschrijft: “Mijn moeder kocht een stacaravan om haar rouwproces in te verwerken. (-) Die caravan – hij heette Carpe Diem – stond in de natuur.”

Tegelijkertijd is het juist de afstandelijkheid die het lastig maakt om mee te leven met Eefje en haar familie, hoe schrijnend hun (op de werkelijkheid gebaseerde) geschiedenis ook is. De korte, nuchtere zinnen laten te veel aan de verbeelding over, en de verteltoon is eerder monotoon dan sober. Zonde, want de scènes waarin het drama wordt opgevoerd in plaats van verdrongen, zijn de sterkste van het boek. |

Eveline Vreeburg: Onder pseudoniem. Prometheus, €17,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

import fictie