Vrijdag de dertiende

Als Bondgenoten voor pensioenzekerheid gaat, is een akkoord met werkgevers onmogelijk.

Persoonlijk doe ik niet aan doemdenken op de ongeluksdag, maar bij het horen van Agnes Jongerius, afgelopen vrijdagavond, ging ik toch een beetje die kant op. Na een week crisisoverleg in de FNV was er eindelijk witte rook, maar de boodschap over het compromis was een onthutsende. Jongerius sprak: “Het is niet of-of geworden, maar en-en.”

Hier ging het om: zekerheid over de hoogte van het pensioen (Bondgenoten) of meer zekerheid over de indexering (Jongerius in een conceptakkoord met de werkgevers). Wanneer de FNV nu allebei zeker wil stellen, kun je een akkoord met de werkgevers waarschijnlijk wel vergeten, laat staan met het kabinet. En-en lijkt geen reële optie. De site van de FNV biedt meer duidelijkheid: “Er is gekozen voor optimale zekerheid, zodat de mensen bij benadering weten welk inkomen ze hebben na pensionering.” En: “In een constructief overleg is gekozen voor een pensioenmodel dat uitgaat van een hoge zekerheidsmaat, dicht bij de huidige.”

Kortom, Agnes Jongerius is nog steeds de voorzitter, maar wordt opnieuw naar de onderhandelingstafel gestuurd, met in haar tas de boodschap van Henk van der Kolk, voorzitter van FNV Bondgenoten. Inhoudelijk, lijkt het, heeft de laatste dus aan het langste eind getrokken.

Dat Bondgenoten al verwachtte aan het langste eind te trekken, bleek uit de Volkskrant van 13 mei. Terwijl die avond het vierde crisisoverleg nog moest plaatsvinden, viel ’s ochtends in die krant al een interview te lezen met Willem Noordman, de pensioenspecialist van Bondgenoten: “Wij willen een duidelijke indicatie van het pensioen.” Dat zelfverzekerde interview gaf aan dat de kaarten eigenlijk al waren geschud. Wederom trekken de conservatieve krachten binnen de FNV aan het langste eind. Zo wordt de bond steeds meer het bolwerk van de SP, terwijl de PvdA meer en meer terrein verliest. Misschien ook wel omdat de PvdA in de Kamer ook de concurrentie van de SP te veel ducht en niet vernieuwt, zoals D66 en GroenLinks dat wel doen.


In tegenstelling tot wat Willem Noordman in de Volkskrant beweerde, is deze uitkomst namelijk niet goed voor jongeren. Wie veranderingen in het pensioenstelsel tegenhoudt, is verantwoordelijk voor een minder betaalbaar, en dus minder houdbaar stelsel in de toekomst.

In het conceptakkoord tussen werkgevers en werknemers, waarover Jongerius had onderhandeld, was afgesproken dat er minder garanties hoeven te zijn over de hoogte van het pensioen. Op dit moment is dat nog 97,5 procent. Dat betekent dat het risico dat de dekkingsgraad (de verhouding tussen vermogen en verplichtingen van het pensioenfonds) onder de 100 procent komt niet meer dan 2,5 procent mag zijn. Wanneer dat wel zo is, moeten de financiële buffers worden hersteld: bijvoorbeeld door bij te storten of de premies te verhogen. Met tegenvallende beleggingsresultaten is die grens steeds sneller bereikt.

Daarnaast is er nog het effect van de levensverwachting: hoe langer mensen leven, hoe meer pensioen er zal moeten worden betaald. Vandaar ook de terechte discussie over de verhoging van de pensioenleeftijd: dat scheelt in de verplichtingen. In 20 jaar groeien naar 66 jaar is daarvoor echt niet genoeg, zoals Kamp (Sociale Zaken) terecht stelt.

Nu gaan voor zo veel mogelijk zekerheid, zoals Bondgenoten doet, dient dus vooral het belang van de babyboomgeneratie, en zeker niet dat van de jongeren. Maar wellicht gloort er nog wat hoop binnen de FNV, want naast de crisis was er ook ander opvallend nieuws: VVD’er Dennis Wiersma gaat FNV Jong leiden. De FNV haast zich te benadrukken dat hij eerder voorzitter was van de LSVb, aldus het linkse karakter van Wiersma onderstrepend. Maar juist door die achtergrond zal hij oog hebben voor de belangen van jongeren. En zo zal hij ook naar het pensioendossier kijken. De witte rook op vrijdag de dertiende bewijst vooral dat het vuur in de FNV nog steeds brandt.

import jack de vries