Heel erg pedofiel

Elke week één artikel uit HP/De Tijd in zijn geheel op de website. Deze week de column van Joris van Casteren over het uilskuiken van de week: Joop Schafthuizen.

Het was Joop Schafthuizen niet opgevallen dat het Reve-gedicht Credo verkeerd was aangebracht op de herdenkingsmuur in het Vlaamse plaatsje Machelen aan de Leie. Op de muur staat ‘er rest mij niets anders dan duisternis en Dood’, terwijl het ‘er rest mij niets dan duisternis en Dood’ zou moeten zijn. Een opvallende en nogal storende fout: het woordje ‘anders’ verminkt de regel en ontwricht het vers. Joop Schafthuizen vond het geen probleem. “Laten we er niet heel moeilijk over doen,” zei hij tegen de verslaggever van een krant. “Beter een woord te veel dan te weinig.” Het woordje ‘anders’ kon wel doorgestreept worden; eventueel zou hij het zelf doen, met een verfkwast of een viltstift.
Zo onverschillig als Schafthuizen is ten opzichte van de literair-inhoudelijke kant van het oeuvre van zijn voormalige levenspartner, zo halsstarrig is hij wanneer het om de financiële en zakelijke aspecten ervan gaat. Hij beheert de nalatenschap met ijzeren hand en heeft in de loop der jaren goed geld verdiend met de verkoop van brieven, manuscripten en gesigneerde eerste drukken.
Ronduit fanatiek wordt hij wanneer het hemzelf betreft – ‘mijn eigen persoontje’ zoals hij dat noemt. De overberzorgdheid omtrent dat eigen persoontje heeft tot gevolg dat het derde deel van de Reve-biografie van Nop Maas nog steeds niet is verschenen. ‘Beter een woord te veel dan te weinig’ geldt hier duidelijk niet.
In het derde deel van de Reve-biografie zijn brieffragmenten opgenomen die vermoedelijk een ongunstig beeld van hem schetsen. Terwijl er van Schafthuizen, dankzij zijn hebzucht, boycots en censuur, al zo’n ongunstig beeld bestaat dat een paar brieven dat niet veel erger kunnen maken, zou je denken.
Tenzij het om beschrijvingen van misbruik of andere strafbare handelingen zou gaan, zoals sommige Revianen vermoeden. Van Schafthuizen is bekend dat hij op jongens valt van tussen de tien en vijftien jaar oud. “Zeg maar gerust dat ik heel erg pedofiel ben,” zei hij in 1984 tegen dit weekblad. ‘Kabouters’ noemde hij die jonge jongens. Hij misbruikte ze in de woningen van oudere homoseksuele mannen, die in ruil voor hun gastvrijheid mochten toekijken.
In Machelen aan de Leie randde hij een minderjarige jongen aan, in 2003 werd hij voor dat feit en voor het in bezit hebben van kinderporno veroordeeld. Als gevolg daarvan reikte de Belgische koning de Prijs der Nederlandse Letteren niet aan Reve uit. Het zou natuurlijk kunnen dat de brieven die biograaf Nop Maas heeft ingezien bewijsmateriaal bevatten dat bij een eventuele nieuwe aanklacht tegen Schafthuizen gebruikt kan worden.
Zelfs in dat geval is het belang van Schafthuizens persoontje te onbenullig om het derde deel van Maas’ Reve-biografie in de weg te staan. Bovendien heeft Schafthuizen in een eerder stadium toestemming gegeven om te citeren uit het ongepubliceerde materiaal; nu het manuscript hem niet bevalt, geldt die afspraak kennelijk niet meer.
Het was daarom goed om te vernemen dat Maas en zijn uitgever Van Oorschot publicatie in ongewijzigde vorm van het derde deel door gaan zetten. Natuurlijk kondigde Schafthuizen prompt een kort geding aan. Dat kort geding zal hij verliezen. Als gevolg van het rumoer dat Schafthuizen nu veroorzaakt, zal bij publicatie de belangstelling voor de omstreden brieffragmenten alleen maar groter worden.
Je moet wel een enorm uilskuiken zijn om dat niet te beseffen.

Joris van Casteren