Imposant samenraapsel

De naam van beat poet Allen Ginsberg is in mijn geheugen nauw verbonden met die van tekenaar Eric Drooker. Ooit bezocht ik in een Amsterdamse boekhandel een onderhoudende lezing van deze graphic artist. Bij die gelegenheid gaf hij blijk van politieke denkbeelden die ik gemakshalve als anarchistisch zou willen omschrijven. Ook vertelde hij uitgebreid over de vriendschap met zijn ‘buurman’ Allen Ginsberg en de illustraties die hij op basis van diens poëzie had gemaakt.

Een paar jaar later heb ik Drooker nog eens opgezocht in New York. We maakten een wandelingetje door de East Village, waarbij hij me plekken wees waar Ginsberg had gewoond. Onderweg viel me op hoe nadrukkelijk Drooker in de vorm van posters en stickers in het straatbeeld aanwezig was. Ik herinner me vooral de oproep om naar het anarchistische radiostation Steal this radio te luisteren.

Ik was aangenaam verrast om – tien jaar na dato – de naam van Drooker aan te treffen onder de makers van Howl, een film over het gelijknamige gedicht van Allen Ginsberg. In 1957 moesten Ginsberg en zijn uitgever voor het gerecht verschijnen om zich te verantwoorden voor de vermeende ‘obsceniteit’ van Howl. De rechtbank worstelde met de definitie van ‘obsceen’ en deed vruchteloze pogingen om maatstaven vast te stellen waarmee de artistieke waarde van een literaire tekst te beoordelen viel. Critici, professoren en deskundigen van uiteenlopend pluimage legden verklaringen af waarin ze zich voor of tegen ‘Howl’ uitspraken. De rechtszaak groeide uit tot een cause célèbre – een prelude voor het geruchtmakende proces rond de publicatie van Lady Chatterley’s Lover dat in 1960 in Engeland zou worden gevoerd.

Nu vormt een interessante rechtszaak nog geen garantie voor een dramatisch interessante film. De makers waren zich daar ongetwijfeld van bewust, want ze hebben gekozen voor een hybride film. Howl is deels een biopic over het leven van Ginsberg in de jaren vijftig, met James Franco (127 Hours) overtuigend als de schrijver.

Daarnaast biedt de film een reconstructie van het proces in 1957. Daarbij worden interessante kwesties op scherp gezet. De vraag of er grenzen zijn aan artistieke scheppingsdrang of vrijheid van meningsuiting, is anno 2011 immers nog altijd actueel.


Howl heeft echter nog een derde component: de tekst van het gedicht is – in stukjes – door de film verspreid en wordt ondersteund door animatiebeelden. Dit deel van de film is tot stand gekomen op basis van de tekeningen van Eric Drooker, die aldus een nadrukkelijke visuele signatuur plaatst. Het resultaat is ietwat verwarrend. De tot leven gewekte tekeningen zijn ware erupties van kleur en beweging. Imposant. Of irritant? Als liefhebber van het werk van Drooker was ik onder de indruk, maar ik moet bekennen dat ik van de begeleidende zinnen van Ginsberg amper iets heb meegekregen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Het feit dat Howl in mootjes moest worden gehakt, kan ook worden uitgelegd als een zwaktebod. Howl is een chaotisch en bij vlagen indrukwekkend samenraapsel van woorden, ideeën en beelden: een merkwaardig verstandshuwelijk van drie korte films.

Howl. Regie: Rob Epstein en Jeffrey Friedman. Vanaf 26 mei in de bioscoop.

Erik Spaans